januari-februari 2024 | nr 1

Inhoud |jaargang 52, nummer 1|
  • Bij de dood van Dries van Agt (1931-2024) (p. 4).
  • Suzanne Groothuis: ‘Gaza is een heel liefdevolle samenleving’ (pp. 5-8).
  • Palestijnse dichter Najwan Darwish: ‘Een nog niet te bevatten verlies van kunst’ (pp. 9-12).
  • Waarom Gaza belangrijk is (pp. 13-17).
  • Gedicht Marwan Makhoul: Een nieuw Gaza (pp. 18-19) .
  • HAMAS – oorsprong & ontwikkeling (pp. 20-26).
  • Dood & verwoestingen in Gaza (pp. 27-28).
  • De innovatieve rol van Israel in de normalisering van extreem geweld (pp. 29-34).
  • Over targeted assasinations – gerichte moordaanslagen (pp. 35-36).
  • Meester & knecht – over Israels nucleaire dreiging (pp. 37-39).
  • Verdrijf alle Palestijnen uit Gaza – adviseert Israelisch ministerie (pp. 40-42).
  • De lange geschiedenis van zionistische voorstellen om de Strook van Gaza etnisch te zuiveren (pp. 43-46).
  • Oorlog tegen Gaza: Israels acht genocide-technieken (pp. 47-48).
  • Veilige zones’: uit Israels genocide-arsenaal (pp. 49-50).
  • Uithongeren als strijdmethode (pp. 51-52).
  • Massale kindersterfte in Gaza door ziekte en ondervoeding kàn en mòet worden voorkomen (p. 53).
  • Domicide: massavernietiging van woonhuizen zou een misdaad tegen de menselijkheid moeten zijn (pp. 54-55).
  • ICJ – Israel, Gaza, genocide (p. 56).
  • Het Westen zal bij het ICJ samen met Israel in de beklaagdenbank staan (pp. 57-60).
  • ICJ – mogelijk genocide, maar die zal niet worden gestopt (pp. 61-63).

Redactioneel
wie stopt het gevaar ? wie stopt Israel ?

In dit nummer van Soemoed drukken wij een analyse af van de Palestijns-Amerikaanse hoogleraar Sociologie aan de Universiteit van Californië (Santa Barbara), Lisa Hajjar. Deze dateert al uit 2016, maar is actueler dan ooit: ‘De innovatieve rol van Israel in de normalisering van extreem geweld’.

Destijds was de analyse geïnspireerd door de verwoestende oorlog die Israel in 2006 tegen de Libanese verzetsbeweging Hezbollah en in 2014 in de Strook van Gaza tegen de verzetsbeweging HAMAS had gevoerd. Sinds 7 oktober jl. heeft Israel in de Strook van Gaza het eerdere geweldsniveau verre overschreden door zeer grootschalig geweld tegen HAMAS, maar vooral tegen de Palestijnse burgerbevolking.

In dit verband: berekend is dat in de afgelopen maanden het equivalent aan explosieve kracht van twee atoombommen van het Hiroshima-type op de Strook van Gaza is uitgestort. Daarbij zijn er inmiddels 30.000 Palestijnen gedood of vermist geraakt, van wie 70 procent vrouwen en kinderen. Er is een veelvoud aan gewonden. Door systematische bombardementen is Gaza in een Hiroshima-landschap veranderd. De infrastructuur is volledig vernietigd: woonhuizen, moskeeën, scholen en universiteiten, ziekenhuizen, het water- en elektriciteitsnet, de riolering enzovoort. Het gebied is daarmee onleefbaar geworden voor de mensen die er voorheen woonden – 2,3 miljoen Palestijnen.

Kortom, de lijnen die Lisa Hajjar in 2016 in haar analyse schetste, zijn anno 2023-2024 door Israel verder doorgetrokken. Tot aan een genocidale oorlog en de dreiging van grootschalige etnische zuivering van Gaza van zijn inheemse bevolking toe.

Dit alles roept de dringende vraag op – voor nu en later: wie stopt Israel in de schaalvergroting in het hanteren van geweld tegen zijn tegenstanders ? In dit verband is het niet onbelangrijk om op te merken dat wij hier te maken hebben met een nucleaire mogendheid (zie hierover de bijdrage van Wolfgang Streeck in dit nummer van Soemoed).

Israel stoppen ? In elk geval niet door de regering van de Verenigde Staten van Joe Biden. Die is ook aan deze Israelische oorlog zwaar medeplichtig. Want wat zou Israel zonder de (opgevoerde) wapenleveranties van Washington militair hebben kunnen uitrichten ? Heel weinig. In de woorden van een Israelische generaal b.d.: ‘Al onze raketten, al de munitie, al de precisiegeleide bommen, alle vliegtuigen, het komt allemaal uit de Verenigde Staten. Vanaf het moment dat men [in Washington] de kraan dichtdraait, kunnen wij niet langer doorvechten. Daartoe hebben wij eenvoudigweg het vermogen niet’.

Zoals altijd heeft de Nederlandse regering hier haar partijtje meegeblazen door onderdelen van F-35 gevechtsvliegtuigen die in Gaza zoveel dood en verderf hebben gezaaid – en zaaien – te (blijven) leveren.

Wat de diverse Arabische regimes betreft: die hebben zich overwegend in stilzwijgen gehuld, met – om verklaarbare redenen, want ook bedreigd – Jordanië als duidelijke uitzondering.

Wie niet gezwegen heeft, is Zuid-Afrika dat de Palestijnen te hulp is geschoten door bij het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag – een VN-instelling en het hoogste rechtsorgaan in de wereld – Israel te beschuldigen vanwege schending van de Genocide Conventie van 1948/1951. In een verkorte procedure zijn de ICJ-rechters op 26 januari met een zogeheten Oordeel gekomen, waarvan de inhoud voor Israel zijn schaduw vooruit werpt (de verdere rechterlijke procedure zal naar verwachting enkele jaren in beslag nemen). Omdat het Hof niet heeft opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren, schieten de Palestijnen in Gaza met de uitspraak vooralsnog niet veel op. Het moorden en de verwoestingen – de ingrediënten van een genocidale oorlog – zijn dan ook gewoon doorgegaan. Het heeft het rechtsgevoel van velen in de wereld – inzake naleving van internationale rechtsregels – opnieuw ernstig geschokt.

‘In hun strijd tegen HAMAS’ hebben de Israelische Strijdkrachten de inwoners van de Strook van Gaza van het noordelijk deel naar het zuidelijke deel verdreven. Het was daarbij niet de bedoeling dat zij in een later stadium naar hun oorspronkelijke woonoorden zullen terugkeren: hun leefomgeving is, zoals gezegd, inmiddels volledig verwoest. Hoge Israelische functionarissen – inclusief premier Benjamin Netanyahoe – spraken over massale ‘evacuatie’ van Palestijnen naar het aangrenzende Egypte. Omdat zoiets niet op een achternamiddag wordt bedacht, moet daaraan een vooropgezet plan ten grondslag hebben gelegen: etnische zuivering van Palestijnen om joods-Israelische demografische hegemonie in Groot-Israel (From the river to the sea, zogezegd) veilig te stellen (zie over het verdrijvingsscenario de bijdrage van Yuval Abraham in dit nummer van Soemoed).

Minder bekend is dat de regering van Joe Biden in dit plan aanvankelijk wilde meegaan en daarvoor zelfs financiële middelen beschikbaar stelde: ‘The request […] includes humanitarian support to provide life-saving humanitarian assistance in Gaza and support Palestinian refugees in the West Bank and [LET OP] surrounding areas’ [lees: Egypte] (Executive Office of the President – Office Management and Budget – Washington, D.C.; October 20, 2023). Omdat Egypte om binnenlandse redenen en uit politieke overwegingen niet aan etnische zuivering wenste mee te werken, heeft ook Washington zich uiteindelijk publiekelijk tegen het plan uitgesproken.

Voor Israel is daarmee de kous echter niet af (Israel lijkt Washington steeds vaker te willen trotseren). Door eerst een humanitaire noodsituatie in het zuiden van Gaza te creëren en deze vervolgens in stand te houden – grootschalige humanitaire hulp werd en wordt niet toegelaten – verwacht Tel Aviv dat de opgebouwde druk uiteindelijk zo groot zal zijn, dat ontheemde Gazanen uiteindelijk alsnog in grote aantallen in opvangkampen in Egypte terecht zullen komen, om – wat Israel betreft – nooit meer naar Gaza te kunnen terugkeren. Zoals Palestijnen na Al-Nakba (de Catastrofe) van 1948 is overkomen.

Wie stopt het gevaar ? Wie stopt Israel ?

interview, <strong>Suzanne Groothuis: ‘Gaza is een heel liefdevolle samenleving</strong>’

Carl Stellweg

Eind januari had ze Ali nog gesproken. Ze kon hem amper verstaan door de inslaande bommen, het rommelen van de dood die hem en velen anderen in Khan Younis – de grootste stad in het zuiden van de Gazastrook – permanent belaagde.

‘Ik wil alleen je stem even horen’, zei Ali, negentien jaar oud, boven het oorlogsgerucht uit. Aan de andere kant van de lijn was kunstenares Suzanne Groothuis in het verre Nederland. Die verzuchting zei veel.

Als iets de Palestijnen in Gaza in hun humanitaire doodsnood overeind houdt, is dat niet alleen het beetje materiële hulp. Dat is evengoed het contact met de buitenwereld. Het bevestigt voor hen dat ze echt geen menselijk ongedierte zijn. Het weerspreekt de boodschap van vernietiging die dagelijks op hen neerdaalt en die luidt: jouw leven is niets waard, jij bent niets waard. Het zegt hun dat ze nog steeds menselijke wezens zijn die de belangstelling en het medeleven waard zijn van andere menselijke wezens, in een ander, veiliger deel van de wereld ver buiten hun omheinde stukje hel op aarde.

Ali is niet het enige contact van Suzanne in Gaza dat hiervan blijk geeft. Karam, docent aan een taalschool in Gaza-Stad, inmiddels gevlucht naar Rafah op de grens met Egypte was vroeger een uiterst mededeelzame man, vertelt ze. Nu is hij helemaal stilgevallen, letterlijk met stomheid geslagen door alles wat hij heeft meegemaakt en gezien. En toch liet hij de kunstenares weten: ‘Blijf mij vragen hoe het met mij gaat, ook al geef ik je geen antwoord, kan ik je dat niet geven’.

Als Palestijnen in Gaza wél een antwoord geven, klinkt dat dikwijls verbazingwekkend opgeruimd: ‘Met ons gaat het goed, al-hamdullilah’. Waarop mededelingen volgen als: ‘Onze tent staat onder water’.

Groothuis weet wat dat ‘met ons gaat het goed’ betekent: ‘We leven nog. Dat bedoelen ze –absoluut niets meer dan dat. Mensen zijn gebroken, berooid. Maar: ze ademen nog. Ze kunnen nog zeggen dat ze bestaan’.

In november was er een expositie in Brussel van kunst door jongeren uit de Strook van Gaza. Ali was vertegenwoordigd met een opvallende driedimensionale compositie van een surfer, die hij vervaardigde toen hij zeventien was. ‘Ik wilde een schilderij voor jullie maken van een sport die ik graag zou leren’, aldus een begeleidende tekst.

Nu zegt Ali: ‘Misschien ga ik snel dood, maar ik ben wel beroemd geweest in Brussel’.

Cynisch bedoeld ? Suzanne zegt van niet. ‘Ik denk dat hij het meent. De Gazanen willen niet worden vergeten. Anderen moeten weten dat ze ooit hebben bestaan. Dat is wat erachter zit’.

Voor de kunstenares, afkomstig uit Gorredijk maar al een tijd woonachtig in Brussel, is de Gazastrook een dierbare plek geworden. Het begon toen zij in 2016 collega Ingrid Rollema ontmoette. Die had in 1992 samen met Willem Vugteveen de Stichting HOPE (Holland Office for Personal Encouragement) in de Strook van Gaza opgericht. Deze kleine maar veerkrachtige instelling staat getraumatiseerde en gehandicapte kinderen bij door hen op speelse wijze in aanraking te brengen met kunst en cultuur in breedste zin: beeldende kunst, muziek en dans, theater, lezen en schrijven. Zo leren ze te dromen, zich emotioneel te uiten, ontwikkelen ze een gevoel van eigenwaarde waarmee ze de omstandigheden in de Strook van Gaza beter aan kunnen.

Suzanne ging in op de uitnodiging van Ingrid om een keer mee te gaan naar Gaza. Dat werd geen onverdeeld succes. Het lag niet aan de mensen. Die begroetten haar heel hartelijk. Al te hartelijk, zelfs. Ze behandelden haar als Europeaan Die Kwam Helpen, met alle egards die daar bij hoorden, en daar werd ze ongemakkelijk van. Niet alleen omdat ze er niet van houdt op een voetstuk te worden gezet, maar ook omdat ze wel in de gaten had dat ze de plank missloeg. ‘Ik zag best aan hun gezichten dat ze het helemaal niets vonden wat ik deed. Mijn idee was om straatafval te hergebruiken, er bijvoorbeeld bloemetjes van te maken en daarmee huizen te versieren. Maar mensen daar vinden straatafval gewoon vies. Dat raak je niet aan, daar doe je niets mee.’

Ze kwam voor een moeilijke beslissing te staan: of met een vervelend gevoel naar huis gaan en niet meer terugkeren, of zich voor langere tijd aan HOPE en Gaza verbinden. De mensen en de omgeving bevielen haar, maar ze moest die beter zien te begrijpen. Dus moest ze er ook langere periodes zijn. Ingrid, die wel wat hulp kon gebruiken, vond het een goed idee en zo bracht Suzanne de afgelopen jaren een kwart van de tijd in de Strook van Gaza door. Het geteisterde strookje land van nog geen vierhonderd vierkante kilometer werd haar tweede thuis, waar ze veel vrienden maakte en, zoals het onder echte vrienden hoort, ook af en toe constructieve kritiek kreeg.

Inmiddels noemt Ingrid haar collega ‘klankbord voor lokale mensen’. Suzanne benadrukt dat zij uitgaat van wat die lokale mensen – kunstenaars, docenten, allerlei vrijwilligers – zelf aandragen. ‘Ik heb er een hekel aan dat jij als buitenstaander even komt vertellen wat iedereen moet doen. Als je het initiatief aan de mensen zelf laat, is het voordeel dat alles doorgaat als jij er niet bent.’

Vóór 7 oktober bestierde HOPE een Studio in het Al-Amal Ziekenhuis in Khan Younis. Daar begonnen de activiteiten ooit, in wat toen nog het gebouw was van de Palestijnse Rode Halve Maan, opgericht door Fathi Arafat, broer van Yasser Arafat, die destijds in de Strook van Gaza zorgde voor een kunstminnend klimaat.

In de loop der jaren kwamen daar een Academy (voor de echte artistieke talenten), een Breakdance Academy, een Social Media Club, en de taalschool van de eerder genoemde Karam bij. De meeste vestigingen zijn in Khan Younis, sommige in Gaza-Stad. Het mag duidelijk zijn dat met het verergeren van de situatie alle reguliere activiteiten inmiddels zijn gestaakt. Er is schade, dat staat vast, maar hoe groot weet Suzanne niet.

Ze vermoedt dat ook niemand ter plaatse het weet. ‘Het Al-Amal ziekenhuis, waar onze studio is, wordt omsingeld door het Israelische leger, dus wie zijn leven lief is, blijft daar vandaan, tenzij je ziekenhuismedewerker, arts of patiënt bent. En ook rond de andere plekken is het heel gevaarlijk. Geen mens die daar komt.’

De in totaal zestig tot zeventig medewerkers zijn voor zover bekend nog allemaal in leven, wel heeft iedereen naasten en dierbaren verloren. Suzanne vertelt over een medewerkster in een elektrische rolstoel: ‘Haar familie in Gaza-Stad moest vluchten omdat er acuut gevaar was. Zij kon niet mee door die rolstoel. Ze drukte de anderen op het hart haar dan maar achter te laten. Uiteindelijk wist ook zij te ontkomen. Nu zit ze met haar rolstoel zonder stroom in een tent in Khan Younis op het zand en heeft ze geen idee waar haar familie is. Dit soort verhalen grijpen je naar de keel en er zijn er natuurlijk duizenden van’.

Of HOPE nu helemaal is stilgevallen ? Dat is een beetje hoe je het bekijkt. Er was een meisje dat een eigen tekenklasje was begonnen in een kamp in Khan Younis, maar dat kamp is opgedoekt en van het meisje is al weken niets vernomen. Er zijn twee medewerkers die iets proberen te doen in een kamp in Rafah, zonder enige middelen. Aan belangstelling ontbreekt het niet. ‘Het is daar verschrikkelijk druk, als er iets te beleven valt, stromen onmiddellijk honderden kinderen toe, en dat kunnen die medewerkers dan weer niet aan. Maar het zijn tekenen dat zelfs in de meest benarde omstandigheden er nog behoefte is aan spel en creativiteit.’

Niet dat HOPE zich daartoe beperkt. ‘We proberen op de simpelste manieren te helpen, maakt niet uit wat het is. Het laatste wat we vanuit Nederland hebben kunnen doen is geld sturen naar vrouwen om vijfhonderd koekjes te bakken. Daarmee zijn dan waarschijnlijk vijfhonderd kinderen heel eventjes gelukkig gemaakt, ja: elk kind één koekje.’

Heel bijzonder was het initiatief van een medewerker om een tentoonstelling te houden van tekeningen waarop zo’n honderd kinderen hun ‘dromen’ hadden uitgebeeld. Het was een openlucht-tentoonstelling: alles in Gaza is tegenwoordig in de openlucht. De huizen zijn immers vaak kapot en onder dwang van de omstandigheden verlaten, en buiten kun je beter horen en zien wat er op je afkomt. De tekeningen hingen aan een lijn die boven de ruïnes was gespannen van een recent verwoeste woning van een van de kinderen.

Het is andermaal bewijs hoe in de diepste ellende ‘kunst’ voor verlichting kan zorgen. ‘Het blijkt niet alleen uit de deelname van de kinderen, maar ook uit de wil van de volwassenen om zoiets te organiseren’, zegt Suzanne. ‘Dat is in tijden van relatieve vrede al een heel gedoe, laat staan nu.’

Belangrijk was ook, zo onderstreept ze, het thema van die tentoonstelling op – letterlijk – de puinhopen van al die jonge levens. Dat thema was: dromen. Over de toekomst.

‘Kinderen hebben een ander tijdsbesef’, zegt Suzanne. ‘Ze denken dat als een oorlog lang duurt, die voor altijd is. Ze snappen niet dat er nog een tijd kan zijn na de oorlogstijd. Tegelijkertijd kun je kinderen, door ze te laten tekenen, in een hele andere wereld zetten, en ze dan toch in contact brengen met wat er misschien hierna komt. Zeker kinderen van onder de tien jaar beleven werkelijk wat ze fantaseren. De scheiding tussen realiteit en verbeelding is diffuus. Ik heb ooit een workshop gehouden met collages, waarbij ze eten bij een Gazaans kind plakten, en dan werkelijk het gevoel hadden dat kind eten te geven.’

Punt is natuurlijk wel dat kinderen vanonder die verlammende mentale koepel van eeuwigdurende oorlog moeten worden weggelokt. ‘Onze docenten zijn er in getraind dat zij kinderen aan het tekenen krijgen’, zegt Suzanne. ‘Er zijn de afgelopen tien jaar zo’n vijf oorlogen geweest, sommige kinderen hebben nauwelijks iets anders gekend, en ja, dan is het ook eigenlijk niet zo gek dat die denken dat het altijd zo zal blijven als het is. Maar er is daardoor ook aanleiding genoeg geweest om die vluchthaven van het tekenen voor ze te scheppen en erin bedreven te raken hoe dat te doen. Het lukt zeker niet bij elk kind. Niet alle kinderen vinden tekenen leuk, zo simpel is het ook. Maar sommigen hebben er gevoel voor en hun kun je dan iets aanreiken om geestelijk te overleven.’

Wat trekt Suzanne eigenlijk zo aan in Gaza, ondanks alle misère ? In de eerste plaats gewoonweg de warmte, hartelijkheid, zorgzaamheid, behulpzaamheid, gezelligheid en humor die in de Arabische cultuur ingebakken zitten, zeg zij. Maar ook: ‘Het is een liefdevolle samenleving. Dat zei mijn collega Ingrid laatst tijdens een bijeenkomst en daar ben ik het helemaal mee eens. Tegelijkertijd is het een diep getraumatiseerde samenleving. Het ene houdt hoogstwaarschijnlijk verband met het andere. Er zijn niet alleen veel geestelijke, maar ook veel lichamelijke gezondheidsklachten. Het is opvallend hoe begripvol en geduldig mensen daarmee omgaan. Er gebeurt veel vanuit het collectief, iedereen is familie voor elkaar. Ik woon al dertien jaar in Brussel, en als ik hier iets heb, komen er misschien twee vrienden opdagen, in Gaza draven er vijfhonderd op. Natuurlijk, sommige mensen mogen elkaar niet maar een vraag om hulp is nooit vergeefs. Het trauma werkt kennelijk verbindend, de mensen hebben samen verschrikkingen ondergaan, dus als iemand een beetje gek doet, weet iedereen waar dat waarschijnlijk door komt’.

Suzanne heeft hele bijzondere staaltjes van Gazaanse solidariteit meegemaakt. ‘In augustus 2022 was ik er toen Israel een korte bommencampagne ontketende. Het duurde vier dagen. Naar mijn gevoel was het een oorlog – ik ben natuurlijk niet zo veel gewend. Ik verliet de Strook van Gaza, en voelde mij schuldig. Ik dacht: zij zitten daar in de ellende, ik ben veilig. Wat bleek ? Ze hadden juist met mij te doen. Ze zeiden: wij zijn hier samen en vinden steun bij elkaar, jij moet daar alles alleen verwerken. Was jij maar bij ons.’

Juist een samenleving met littekens kan dus hele mooie trekken hebben, maar dat maakt die littekens niet minder ernstig. Daar zijn tal van verontrustende rapporten over verschenen. Vooral kinderen – de helft van de bevolking – betalen het gelag. De trauma’s uiten zich in nachtmerries, bedplassen, verlatingsangst, niet meer praten. Suzanne heeft ook veel kinderen ontmoet met leerproblemen en wijst nog op een ander veel voorkomend, maar minder vaak genoemd verschijnsel: doofheid. ‘We hebben een hele klas van dove kinderen gehad. Dat kan komen door slechte voeding tijdens de zwangerschap, maar ook door het oorverdovende geluid van bommen. Het is met kinderfeestjes ook altijd afwachten hoe de ballonnen worden gewaardeerd. Sommige kinderen vinden ze leuk, andere lopen meteen weg. Je kunt wel raden waarom: ballonnen klappen uit elkaar, dat is eng, dat verdragen sommige kinderen niet. Ik denk niet dat je op veel plekken in de wereld voorzichtig moet zijn met een doodgewoon kinderfeestattribuut om associaties met oorlog te voorkomen.’

Er zijn veel wrede ironieën in dit conflict. Een ervan is dat er in de straten van westerse steden nooit zo veel sympathie voor de Palestijnen is betuigd als de afgelopen maanden. Evenzo heeft de Stichting HOPE, waarvan de toekomst nu volkomen onzeker is, nog nooit zo veel aandacht gekregen van Nederlandse media. Een prachtige dubbele pagina in NRC Handelsblad, aanschuiven in de praatshow van Umberto Tan.

Vindt Suzanne dat ook niet een beetje wrang ? Ze zucht. ‘Zo zit de wereld nu eenmaal in elkaar. En er zijn nog zo veel meer plekken en mensen op de wereld die aandacht verdienen en die helemaal niet krijgen. Wij zijn blij dat de verhalen van Palestijnen in Gaza nu gehoord worden, en dat daar eindelijk gezichten bij zijn. Dat opent harten, terwijl foto’s van mensen in het puin bij velen iets op slot zet en aantallen van twintigduizend doden abstracties blijven. Daar is weinig identificatie mee, er zijn zo veel mensen in problemen in de wereld.’

Tijdens de tentoonstelling van jongerenkunst uit Gaza in Brussel, eind vorig jaar, zag zij dat bezoekers overrompeld werden, overmand raakten door emotie. ‘Juist omdat het zo gewoon en herkenbaar was wat ze zagen. Een tekening van een meisje van elf, met een begeleidende tekst dat ze graag een prinses wil zijn. Zoiets komt aan, dat blijft in je hoofd hangen, en dat is ook de kracht van kunst. Verder geven die tekeningen en schilderijen Gaza de kleur die je al kende als je er vaak was geweest. Maar bijna niemand is in Gaza geweest. Dus overheerst er een beeld van gauwe ellende. Pas als het grote publiek die kleur óók te zien krijgt, komt er brede sympathie voor de Palestijnen in Gaza los, dan wordt Gaza de moeite waard om je hart aan te geven.’

Heeft ze nog hoop ? ‘Altijd, want zo ben ik opgevoed. Ik hoop dat Gaza ooit weer tot bloei komt. Of het ooit heeft gebloeid, gedurende de bezetting ? Ik vind van wel, hoe moeilijk het leven er ook was, hoeveel armoede en oorlogsgeweld er ook waren. Het bloeide dankzij de mensen. Het bloeide in zijn kern, waar het ertoe doet. Maar ik ben heel bang dat die bloei niet meer terugkomt, dat het licht in veel mensen voorgoed is gedoofd. Ze hebben zo veel te verduren gehad, zo veel doorstaan. Misschien dat het nu te veel is geweest. Iedereen is totaal op. De huizen in Gaza zijn kapot, maar de bewoners ook, en het zou wel eens heel lang kunnen duren voordat zowel huizen als mensen zijn gerepareerd.’

Carl Stellweg is journalist, schrijver en vertaler en medeoprichter van Het Grote Midden Oosten Platform

naschrift/update

Toen Suzanne twee weken geleden bovenstaand interview aan Carl gaf, zag de wereld er voor ons nog anders uit. Nu moet ik vertellen dat onze Academie voor Beeldende Kunsten, dat de Open Studio in het gebouw van de Rode Halve Maan en onze Social Media Club en Breakdance Academie – hoe kan het anders – alle zwaar beschadigd zijn geraakt. Ik zit op de bank, kijk naar buiten en bedenk dat in Zuid Frankrijk de mimosa bloeit en kijk terug in de tijd. Grote demonstraties tegen de Vietnamoorlog waarbij napalm werd ingezet, zorgden ervoor dat het moreel kompas van mijn generatie werd aangescherpt. Het zorgde ervoor dat wij nadachten en formuleerden over in wat voor wereld wij wilden leven. Later stonden wij pal voor het opheffen van de Apartheid in Zuid Afrika. Weer konden burgers zich verenigen en getuigen van hun dromen. En nu ? Nu zien wij overal op de wereld massademonstraties van(vooral jonge) mensen die achter de rechten van Palestijnen staan. Er is wederom een wereldwijd sentiment van mensen die hun moreel kompas aanscherpen. Mensen maken duidelijk in wat voor wereld zij willen leven. Mensen zijn tegen apartheid, mensen dulden niet dat andere mensen afgeschilderd worden als ‘beestenmensen’, mensen accepteren geen genocide en al helemaal niet uitgevoerd in hun naam. Mensen over de hele wereld verlangen dat de Palestijnen terug kunnen keren naar hun land en een menswaardig bestaan kunnen opbouwen. Mensen denken over een rechtvaardige wereld, zij hunkeren naar verandering. Bij de Palestina-demonstraties hebben zich ik weet niet hoeveel andere activistische groepen aangesloten, van klimaatactivisten tot mensen die een andere economische orde voorstaan – en alles daartussen. Palestina is de katalysator, het handvat. Palestina is het symbool geworden van een wereld die schreeuwt om een moreel kompas dat wordt gehanteerd – en wel nu! De prijs die de Palestijnse bevolking momenteel betaalt, is onvoorstelbaar. Wij van HOPE hebben niets materieels meer in Gaza, maar wel daar en hier waanzinnig goede mensen. Gelukkig, gelukkig, gelukkig hebben wij nog steeds de liefde!

Ingrid Rollema – Stichting HOPE

februari 2024

Noot van de redactie: Stichting HOPE heeft haar activiteiten op de Westelijke Jordaanoever – in Ramallah, Hebron/Al-Khalil en in Tulkarm – evenals in Libanon kunnen opvoeren.

Ga voor meer informatie naar https://www.hope-foundation.nl/

<strong>‘HAMAS – oorsprong & ontwikkeling </strong>

Joseph Daher

Het Israelische bezettingsleger voert een genocidale oorlog tegen de Palestijnse bevolking in de Strook van Gaza.

De 2,3 miljoen inwoners van Gaza leven inmiddels al maanden onder voortdurende Israelische bombardementen en worden geconfronteerd met ongekend grootschalig geweld. Ruim 20.000 [inmiddels 30.000] Palestijnen zijn sinds 7 okober jl. bij Israelische aanvallen om het leven gekomen. Meer dan 1,9 miljoen van hen zijn binnen het gebied ontheemd geraakt, wat neerkomt op zo’n 85 procent van de totale bevolking. Dit alles komt neer op een nieuwe nakba (catastrofe) – na de eerste in 1948, toen ruim dan 700.000 Palestijnen met geweld uit hun woonoorden werden verdreven en tot vluchteling werden gemaakt.

HAMAS is voor haar aanval op 7 oktober alom veroordeeld. Bij die aanval zijn 1139 personen, onder wie 695 joods-Israelische burgers, 373 leden van leger en politie en 71 buitenlanders gedood. Echter, veel belangrijke vragen worden in de berichtgeving in het Westen over HAMAS over het hoofd gezien. Waar komt deze organisatie vandaan ? Hoe heeft zij zich ontwikkeld ? Wat is haar politieke oriëntatie en de strategie ? Wat zijn haar regionale allianties ?

Alvorens wij deze vragen bespreken en daarbij een kritisch perspectief ontwikkelen op HAMAS als Palestijnse islamistische partij, moeten wij eerst enkele punten duidelijk stellen. Ten eerste: Israel is de vrucht van een koloniaal project en heeft de achterliggende 100 jaar gewerkt aan het vestigen, vasthouden en uitbreiden van zijn grondgebied, waarbij Palestijnen met geweld van hun grond verdreven zijn. Door mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch en Amnesty International is het Israelische politieke bestel inmiddels als een apartheidsregime gekwalificeerd. Ten tweede: de Zionistische Beweging, later de Staat Israel hebben in de loop van hun bestaan bondgenootschappen gesloten met en steun gekregen van imperialistische mogendheden – aanvankelijk het Britse imperium, vervolgens de Verenigde Staten. De huidige genocide in Gaza vindt plaats met de actieve steun van westerse imperialistische mogendheden – van de Verenigde Staten tot de Europese Unie. Zonder uitzondering nemen zij de moorddadige propaganda van Israel over dat elke actie tegen het Palestijnse volk gerechtvaardigd is vanwege ‘het recht van Israel om zichzelf te verdedigen’. Dit betekent dat de Palestijnen niet alleen strijden tegen de Staat Israel, maar ook tegen het westerse imperiale systeem als geheel.

In deze context moeten de pleitbezorgers van de Palestijnse strijd voor bevrijding en emancipatie steeds weer wijzen op het recht van onderdrukten, die slachtoffer zijn van een koloniaal- of een apartheidsregime, om zich te verzetten. Dat geldt eveneens voor de Palestijnen – in laatste instantie ook met militaire middelen. Dat geldt dus ook voor HAMAS. Dit mag niet worden verward met steun voor de politieke agenda’s van de diverse Palestijnse politieke organisaties, noch voor alle militaire acties die door deze actoren worden uitgevoerd – vooral in het geval van het lukraak doden van burgers (non-combattanten) zoals op 7 oktober.

Voor de Staat Israel gaat het daarbij niet om de aard van het verzet van de Palestijnen, of dat nu vreedzaam of gewapend is, noch om de ideologie die eraan ten grondslag ligt. Integendeel, in de ogen van de Israelische machthebbers moet elke uitdaging aan de structuren van bezetting en kolonisatie worden gecriminaliseerd en onderdrukt. Vóór HAMAS en tot op de dag van vandaag hebben de diverse facties binnen de Palestijnse nationale beweging – waaronder de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO), FATAH, linkse organisaties, progressieven en democraten, maar ook burgers zonder een duidelijke ideologie – allemaal onder Israelische repressie te lijden gehad. Denk bijvoorbeeld aan hoe de vreedzame marsen en rally’s in 2018 en 2019 – bekend als de ‘Grote Mars van de Terugkeer’ nabij het Israelische hek in Noord-Gaza – beter bekend als de ‘Grote Mars van de Terugkeer’ – die door jeugdige demonstranten waren georganiseerd, door het Israelische bezettingsleger uiterst gewelddadige wijze zijn onderdrukt, met traangas, scherpe munitie en zelfs luchtaanvallen. Talrijke demonstranten – die ondanks hun geweldloze protesten als ‘terroristen’ werden bestempeld – zijn daarbij gedood of raakten ernstig gewond.

Meer in het algemeen mag het geweld van de onderdrukker om zijn overheersingsstructuren in stand te houden nooit gelijk worden gesteld aan het geweld van de onderdrukten, die proberen hun eigen waardigheid te herstellen en hun recht op bestaan op te eisen.

De aard van de Staat Israel en zijn beleid hebben de voorwaarden gecreëerd voor de gebeurtenissen van 7 oktober en daarna, net als elke andere koloniale en bezettingsmacht door de geschiedenis heen. Het is kortom belangrijk om de aanval van HAMAS te plaatsen binnen de historische koloniale context van Palestina.

Serieuze en eerlijke kritiek op HAMAS is niet mogelijk zonder eigen strijd tegen de Israelische apartheid en zijn aard als racistische en koloniale staat, evenals voor duidelijke steun aan het recht op zelfbeschikking van de Palestijnen, evenals hun recht op verzet. De verwezenlijking van de fundamentele rechten van de Palestijnse bevolking vereist een eind aan de bezetting, een eind aan de kolonisatie, gelijkheid en gelijkberechtiging voor de Palestijnen en een gegarandeerd recht op terugkeer voor de Palestijnse vluchtelingen.

Het is vanuit dit standpunt dat wij onze kritiek op de politieke oriëntatie en strategie van HAMAS moeten beginnen.

oorsprong & ontwikkeling

HAMAS, acroniem voor Islamitische Verzetsbeweging (Harakat al-Muqawama al-Islamiyya), werd officieel in december 1987 opgericht, aan het begin van de Eerste Intifada (volksopstand). Haar wortels liggen in de Egyptische Moslim Broederschap, die al sinds de jaren veertig van de vorige eeuw in de Strook van Gaza actief was en in het Islamitische Centrum (Al-Mujamma al-Islami), dat in 1973 door shaikh Ahmad Yassin in Gaza was opgericht. Andere leiders van het eerste uur waren de apotheker Ibrahim al-Yazouri, de kinderarts Abd al-Aziz al-Rantisi en de chirurg Mahmoud Zahar. [In de loop der jaren is een lange rij HAMAS-leiders door Israel in Gaza vermoord, onder wie Salah Shehadeh (2002), Ismail Abu Shenab (2003), shaikh Ahmad Yassin (2004), Abd al-Aziz al-Rantisi (2004); in 2003 ontsnapte Mahmoud Zahar ternauwernood aan een moordaanslag; red.]. Het Islamitische Centrum heeft daarbij gefungeerd als een dekmantel voor de activiteiten van de Moslim Broederschap in Gaza.

De Israelische bezettingsautoriteiten hebben aanvankelijk de ontwikkeling van het Islamitische Centrum in de Strook van Gaza aangemoedigd – in 1979 is het bestaan ervan door de Israelische bezettingsmacht gelegaliseerd. Daarbij ging het zowel om het oprichten van de sociale instellingen als het organiseren van politieke activiteiten. Doel van de bezetter was om op die manier het toen krachtige nationalistische en linkse kamp – FATAH, PFLP, DFLP en anderen – te verzwakken, door een islamitisch alternatief aan te moedigen. Daar komt bij dat de Moslim Broedershap van oudsher een positie innam van niet-confrontatie met de Israelische bezettingsmacht en zich in plaats daarvan richtte op de ‘re-islamisering’ van de Palestijnse samenleving.

Deze opstelling kwam vanaf het begin van de jaren tachtig binnen de Moslim Broederschap aan groeiende kritiek bloot te staan. Dat leidde tot een afsplitsing in de vorm van de Palestijnse Islamitische Jihad, die in Gaza onder leiding van de kinderarts Fathi Shikaki werd geleid. Deze was beïnvloed door de Islamitische Revolutie van 1979 in Iran en de ideologie van Ayatollah Ruhollah Khomeini. De Palestijnse Islamitische Jihad stelde in haar werk gewapend verzet tegen de Staat Israek centraal [in 1995 is Shikaki door de MOSSAD op Malta vermoord; red.].

Binnen het Islamitische Centrum was met het vertrek van Shikaki en de zijnen de kritiek op de koers van leiding echter niet van de baan. Activisten pleitten voor een meer confronterend beleid, in tegenstelling tot de traditionele focus op de re-islamisering van de samenleving. Met het uitbreken van de Eerste Intifada in 1987 kregen zij de wind in de zeilen en overtuigden anderen ervan dat de islamisten zouden worden gepasseerd wanneer zij bleven weigeren bij de Intifada betrokken te raken. Tegelijk ondermijnde de groeiende populariteit van de Palestijnse Islamitische Jihad met haar militaire verzet tegen de Israelische bezetting de positie van de Moslim Broederschap.

Uiteindelijk werd een overeenkomst bereikt tussen de oude, behoudende garde – die een niet-confronterende aanpak met Israel voorstond en die voornamelijk bestond uit handelaren uit de hogere stedelijke middenklasse – en een jongere generatie leiders die het verzet steunde en voornamelijk bestond uit universitair geschoolde personen uit de lagere middenklasse en die grotendeels afkomstig waren uit de vluchtelingenkampen. Het heeft geleid leidde tot de oprichting van HAMAS als een aparte maar aan de Moslim Broederschap gelieerde organisatie. Zo konden leden van de Broederschap die het niet eens waren met de oprichting van HAMAS gewoon lid van de Broederschap blijven.

Met deze formule kon, in geval de Intifada op niets uitdraaide, dit HAMAS – en niet de Moslim Broederschap – aangerekend worden. In werkelijkheid gebeurde precies het tegenovergestelde. De deelname van HAMAS aan de Intifada bleek een groot succes. Als gevolg daarvan nam HAMAS bijna het volledige ledenbestand van de Moslim Broederschap op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza over en, nog belangrijker, begon zij aanhangers aan te trekken die nooit lid van de Moslim Broederschap waren geweest.

De doorbraak van HAMAS werd verder gestimuleerd door regionale ontwikkelingen. Zo stelde de oil-boom van 1973 diverse Golf-monarchieën in staat om meer te investeren in islamistische bewegingen, waaronder het Islamitische Centrum in de Strook van Gaza. Verder bevorderde de oprichting van de Islamitische Republiek Iran in 1979 een islamistische politieke oriëntatie in de gehele regio, die kracht werd bijgezet met financiële steun aan onder meer HAMAS – zij het pas vanaf het begin van de jaren negentig.

De consolidatie van de betrekkingen en de toekomstige alliantie tussen Iran en HAMAS begon met de uitwijzing van honderden leden van HAMAS en de Palestijnse Islamitische Jihad naar Marj al-Zohour in Zuid-Libanon in in 1992. Onder hen bevond zich de huidige leider van het Politiek Bureau van HAMAS, Isma’il Haniyah [nadere toelichting: Op 17 december 1992 bracht Israel 415 geboeide en geblinddoekte functionarissen en leden van HAMAS en de Palestijnse Islamitische Jihad over naar Libanon – toen nog door Israel bezet– en dumpte hen in the middle of nowhere, nabij Marj al-Zohour in het zuiden van het land. Israel ging daartoe over na een militaire operatie van de Ezzedine al-Qassam Brigades – de militaire vleugel van HAMAS – waarbij Israelische soldaten werden ontvoerd en gedood. Onder druk van de Verenigde Staten mochten 187 van hen acht maanden later naar huis terugkeren; red.]. Achteraf bezien heeft dit gedwongen verblijf in Zuid-Libanon – onbedoeld – de basis gelegd voor onder meer militaire samenwerking tussen HAMAS en de geestverwante Hizbullah.

Ten slotte profiteerden islamistische bewegingen in de bezette Palestijnse Gebieden ook van de grote tegenslagen die de PLO had moeten incasseren, te beginnen met Zwarte September in Jordanië in 1970 en de gewelddadige onderdrukking van de Palestijnse verzetsbewegingen door het Jordaanse regime, wat leidde tot hun gedwongen vertrek naar Libanon.

Met de verdrijving van de PLO-strijdkrachten van Beiroet naar Tunis in 1982 werd de Palestijnse nationale beweging verder verzwakt. Haar leiderschap, strategie en politieke programma werden door steeds meer Palestijnen in twijfel getrokken. De Oktober-Oorlog van 1973 had eerder al de deur opengezet voor een politieke regeling tussen Israel en Egypte en ook de PLO begon zich in de richting van een diplomatieke regeling te oriënteren.

het HAMAS-leiderschap weigerde deze PLO-oriëntatie te volgen bleef inzetten op gewapend verzet. HAMAS had een aandeel in de Eerste Intifada (1987-1993) en Tweede Intifada (2000-2005), terwijl het een krachtig standpunt bleef innemen tegen de Oslo-Akkoorden van 1993 tussen de PLO en Israel. Die akkoorden werden breed gezien als een capitulatie van de PLO voor de eisen van Israel. Tegelijkertijd groeide de kritiek op het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) omdat die er niet in slaagde Palestijnse nationale doelstellingen te bereiken tegenover de voortdurende bezetting en kolonisatie door Israel, terwijl PNA-functionarissen in Ramallah, hun basis op de Westelijke Jordaanoever, steeds vaker werden beschuldigd van corruptie en cliëntelistische praktijken. Palestijnen verwierpen bovendien de ‘veiligheidssamenwerking’ van de PNA met Israel. Het leverde HAMAS groeiende steun van de kant van Palestijnen op.

Heel opmerkelijk: gelijktijdig evolueerde  HAMAS langzaam van een partij die eerder elke institutionele deelname aan de van Oslo geërfde instellingen had geweigerd, naar politieke accommodatie met die Oslo-orde. Ter verdediging zeiden HAMAS-leiders en -functionarissen dat zij hun standpunt pas hadden veranderd, nadat duidelijk was geworden dat de Oslo-Akkoorden op een mislukking waren uitgedraaid – na de Tweede Intifada. In het verlengde daarvan nam HAMAS in januari 2006 deel aan de verkiezingen voor de samenstelling van de Palestijnse Wetgevende Raad – het parlement van de PNA – onder de naam Lijst van Verandering en Hervorming. Daarbij won HAMAS met 42,9 procent van de stemmen en 74 van de 132 parlementszetels, een absolute meerderheid van 56 procent [hoewel het verschil met FATAH slechts 4 procent bedroeg, bleek de combinatie van nationale en een lijsten op districtsniveau goed uit voor HAMAS uit te pakken; FATAH kreeg 45 zetels, de PFLP 3; de opkomst bedroeg 77 procent; red.].

De reactie van Westerse mogendheden en Israel was een boycot van de wettig gekozen HAMAS-regering. Een embargo werd ingesteld en alle buitenlandse hulp aan de bezette Palestijnse Gebieden werd opgeschort. In het verlengde daarvan escaleerden de spanningen tussen FATAH – de verliezende partij – en HAMAS, waarbij uiteindelijk, in juni 2007, FATAH door HAMAS uit Gaza werd verdreven [dat was na een couppoging door Israel/Verenigde Staten/FATAH/Egypte/Jordanië, die door HAMAS in de kiem werd gesmoord; red.]. Omgekeerd nam de FATAH/de PNA de volledige controle over de Westelijke Jordaanoever over. Sindsdien zijn de Strook van Gaza en de Westelijke Jordaanoever onder het gezag gebleven van respectievelijk HAMAS en FATAH/de PNA.

Sinds de eerste grote grondaanval van Israel in de korte oorlog van 2008-2009 is HAMAS militair aanzienlijk sterker geworden, deels dankzij de groeiende banden met de Iraanse Revolutionaire Garde en Hezbollah, vooral door de overdracht van militaire expertise. Schattingen van het aantal gevechtsklare strijders in de Ezzedine al-Qassam Brigades variëren van 15.000 tot 40.000. De militaire vleugel beschikt daarbij over een reeks typen raketten. Die zijn lokaal gefabriceerd, terwijl de langere afstandsraketten uit Iran, Syrië en Egypte komen. HAMAS gebruikt verder talloze boobytraps met geïmproviseerde explosieven (IED’s) en heeft zij drones en onbemande onderwatervoertuigen ontwikkeld, evenals instrumenten voor cyberoorlogvoering.

politieke programma

HAMAS nam zijn eerste Handvest aan op 18 augustus 1988. In dit document erkende zij haar verbondenheid met de Moslim Broederschap en verklaarde dat HAMAS ‘het land Palestina beschouwt als een waqf [religieuze stichting] voor alle generaties moslims tot de dag der opstanding. Met betrekking tot de PLO merkte het Handvest op: ‘Ons vaderland is één, ons ongeluk is één, ons lot is één en onze vijand is gemeenschappelijk. Daarbij is de kritiek van HAMAS op de PLO in essentie altijd politiek geweest, niet religieus. De tekst van het Handvest van 1988 bevatte echter anti-joodse passages, waarbij verwezen werd naar het de Protocollen van de Wijzen van Zion – een beruchte anti-joodse tekst over het vermeende streven van joden naar wereldheerschappij en een vervalsing die door de politie in Tsaristisch-Rusland aan het begin van de 20e eeuw is vervaardigd). Verder bevatte het Handvest een aanklacht tegen de ‘samenzweringen’ van de vrijmetselaarsloges en de Rotary en Lions clubs.

Het tweede Handvest van HAMAS, dat in 2017 is gepubliceerd, bevatte ten opzichte van het eerste belangrijke wijzigingen en vormde een werkelijke poging van de leiding van de partij om haar belangrijkste politieke oriëntatie tot uitdrukking te brengen. Daarbij was het eerste Handvest door prominente leiders van HAMAS jarenlang al als achterhaald beschouwd. HAMAS noemt zich een ‘Palestijnse islamistische nationale bevrijdings- en verzetsbeweging’ is. Haar doel is de bevrijding van Palestina en de confrontatie met het zionistische koloniale project in Palestina. Haar referentiekader is de Islam, die haar principes, doelstellingen en werkwijzen bepaalt.

Het nieuwe Handvest bevat geen anti-joodse passages. De strijd van de partij wordt gedefinieerd als een strijd tegen het zionisme. Dat wil overigens niet zeggen dat sommige HAMAS-leiders zich soms niet van anti-joodse stijlfiguren bedienen, zoals daarvan ook binnen andere Palestijnse organisaties wel sprake is. Om dergelijke anti-joodse tendensen te kunnen bestrijden, moeten wij tegelijk strijden tegen het beleid van de Staat Israel, dat zogenaamd in naam van joden wordt uitgevoerd. Anti-joodse ideeën onder Palestijnen moeten dan ook vooral gezien worden als een reactie op een onderdrukker die zich identificeert met en pretendeert te spreken voor alle joden in de hele wereld. Het gaat niet aan om anti-joodse gevoelens in welke vorm dan ook te rechtvaardigen. Wel om deze te begrijpen om deze zo beter te kunnen bestrijden, waarbij de anti-joodse gevoelens waarover wij het hier hebben van een geheel anders aard zijn dan die van Westerse extreem-rechtse en fascistische organisaties.

Het tweede Handvest maakt geen melding van een band met de Moslim Broederschap, hoewel de Islam het referentiekader blijft. Tegelijkertijd presenteert de partij een politiek programma voor waarin impliciet een twee staten-oplossing wordt aanvaard, in lijn met vele verklaringen van HAMAS-functionarissen in de afgelopen twee decennia over de goedkeuring van de partij voor een dergelijke politieke regeling en inzake het internationaal recht.

In deze context moet de vergelijking tussen Islamitische Staat (IS) en HAMAS, zoals een aantal Israelische en Westerse wetenschappers en politici hebben gemaakt, volledig worden verworpen. Terwijl HAMAS geworteld is in de Palestijnse geschiedenis en zich verzet tegen de zionistische kolonisatie en bezetting, is IS ontstaan uit de Amerikaanse bezetting van Irak. IS is voortgekomen uit Al-Qaeda in Irak, dat zowel de Amerikaanse bezetting bestreed als het shi’itisch-islamistische regime dat door de Verenigde Staten was geïnstalleerd en door Iran werd gesteund. Later verspreidde IS zich naar Syrië, waar het een islamistisch-soennitisch Kalifaat probeerde te vestigen. IS was het product van imperialisme en contrarevolutie in het Midden-Oosten.

Pogingen van Israel en westerse regeringen om HAMAS, en Palestijnen meer in het algemeen, af te schilderen als terroristen, dievergelijkbaar zijn met jihadistische organisaties, zijn niet nieuw. In de nasleep van de aanslagen van 11 september 2001 beschreef Israelische machthebbers hun oorlog tegen de Palestijnen tijdens de Tweede Intifada als hun eigen ‘Oorlog tegen Terreur’. Dit ondanks het feit dat zowel de PNA als HAMAS de acties van Al-Qaeda hadden veroordeeld. De zelfmoordacties van HAMAS in Jeruzalem en elders in historisch Palestina werden daarbij voorgesteld als ‘een symptoom van het wereldwijde islamistische terrorisme,’ merkt de Palestijnse analist Tareq Baconi op in zijn boek Hamas Contained: The Rise and Pacification of Palestinian Resistance [Redwood City, Californië: Stanford University Press, 2018; 368 pp.].

Meer in het algemeen maken de pogingen van Israel en de imperialisten om HAMAS en jihadistische groeperingen zoals IS of Al-Qaeda op één lijn te stellen, deel uit van een bredere strategie om zich steeds meer te beroepen op islamofobie, om zo hun zogenaamde Oorlog tegen Terreur te rechtvaardigen. In het begin van deze eeuw verdedigde de regering van George Bush jr. het recht van Israel op zelfverdediging tegen ‘islamitisch terrorisme’, net zoals de huidige Amerikaanse regering en westerse staten dat vandaag de dag doen. Wat wij ook denken van zelfmoordaanslagen, de acties van HAMAS vonden plaats in de context van verzet tegen de Israelische bezetting en kolonisatie – niet binnen een wereldwijde islamitische strijd. HAMAS rechtvaardigde het gebruik van zelfmoordaanslagen als vergelding voor eigen burgerdoden, om de Oslo-besprekingen te ondermijnen en om tegenstellingen binnen de Israelische samenleving aan te wakkeren. Achteraf bezien hebben deze acties alleen maar de eenheid in Israel versterkt en Israelisch politiek extremisme verder aangewakkerd. Het is verder van belang om op te merken dat een meerderheid van de Palestijnse bevolking zich tegen zelfmoordaanslagen uitsprak.

Organisaties als IS en Al-Qaeda verschillen in hun vorming, ontwikkeling, samenstelling en strategie van politieke partijen als HAMAS of Hezbollah. HAMAS heeft bijvoorbeeld deelgenomen aan verkiezingen en instellingen die een erfenis van de Oslo-Akkoorden zijn, terwijl het de religieuze diversiteit van de Palestijnse samenleving accepteert. Verder heeft zij politiek en militair samengewerkt met linkse organisaties zoals het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP). Daarentegen beschouwen jihadistische organisaties zoals Al-Qaeda en IS deelname aan verkiezingen of staatsinstellingen over het algemeen als on-islamitisch. In plaats daarvan gebruiken zij guerrilla- of terroristische tactieken in de hoop uiteindelijk de staat in handen te krijgen, terwijl zij religieuze minderheden en alle andere politieke partijen aanvallen die hun ideologie niet delen. Bovendien zijn er botsingen geweest tussen HAMAS en salafistisch-jihadistische groeperingen in Gaza nadat HAMAS de controle over het gebied had verworven. De strijdkrachten van HAMAS bestreden dergelijke groepen en lanceerden arrestatiecampagnes tegen leden die als veiligheidsbedreigingen werden gezien en in mindere mate als politieke rivalen.

Evenzo is de heerschappij van HAMAS in de Strook van Gaza weliswaar niet bepaald democratisch, maar deze is niet te vergelijken met de wreedheid die IS oplegt aan de bevolking in de gebieden in Irak en Syrië die onder zijn heerschappij vallen, waaronder massale onthoofdingen en executies. Hoewel de Palestijnse bevolking kritiek heeft op het slecht bestuur en op corruptie binnen HAMAS, bestaat er daarnaast wijdverspreide steun voor gewapend verzet door Palestijnse actoren, waaronder HAMAS, tegen de Israelische bezetting.

klassenachtergrond en politieke economie

Net als andere islamistisch partijen is de achterban van HAMAS niet gebaseerd op één enkele klasse. De basis van HAMAS groeide aanzienlijk in twee golven – eerst toen zij zich in 1987 aansloot bij de strijd tegen Israel en in de jaren negentig en later gewapend verzet pleegde, evenals toen zij in 2007 de macht in de Strook van Gaza handen kreeg. Het gewapend verzet van HAMAS, haar verzet tegen de Oslo-Akkoorden en het Israelische repressieve beleid, naast haar netwerken van sociale liefdadigheidsorganisaties, gebaseerd op de vroegere netwerken van de Moslim Broederschappen en het Islamitische Centrum, en mechanisme van islamisering van de samenleving, hebben HAMAS in staat gesteld om een grote achterban op te bouwen, voornamelijk uit de arbeidersklasse, terwijl zij ook banden met Palestijnse ondernemers onderhield.

HAMAS heeft inderdaad historisch en in het algemeen de steun en de sympathie genoten van zakenlieden, landeigenaren, kooplieden en winkeliers. Zij – en daarvoor de Moslim Broederschap – heeft over het algemeen kooplieden, zakenlieden en delen van de rijke Palestijnen als achterban gehad. De Palestijnse analist Khaled Hroub [auteur van Hamas: Political Thought and Practice; Washington, DC: Institute for Palestine Studies, 2000; 329 pp.; en van Hamas – A Beginners Guide; London: Pluto Press, 2017; 196 pp.; red.] betoogt dat deze laatsten altijd met respect zijn bejegend vanwege hun voortdurende donaties aan de beweging.

Een belangrijk kenmerk van HAMAS is dat de overgrote meerderheid van de leiding en het kader hoog opgeleid is en uit de vrije beroepskringen komt. Vooral degenen in leidinggevende posities in het HAMAS-bestuur in de Strook van Gaza, zijn grotendeels afkomstig uit de arbeidersklasse.

Israel heeft sinds jaar en dag in de Strook van Gaza een beleid gevoerd om elke vorm van inheemse economische en institutionele ontwikkeling te beperken die zou kunnen bijdragen aan structurele hervormingen en kapitaalaccumulatie, met name op industrieel gebied. Israel belemmerde de Palestijnen bij het ontwikkelen van lokale industrieën die mogelijk zouden kunnen concurreren met Israelische industrieën, waardoor de Palestijnse economie steeds afhankelijker werd van Israelische import.

Daarbij was HAMAS tussen 2000 en 2010 in staat om In Gaza een nieuwe generatie zakenlieden aan zich te binden door toedoen van de uitbreiding van de ‘illegale’ handel via het ondergrondse tunnelsysteem in de grensgebied met Egypte [op het hoogtepunt waren er rond 500 tunnels in vol gebruik; red.].

Volgens een rapport van de Wereldbank uit september 2011 was er in die periode in de Strook van Gaza sprake van een ‘economische boom’. De groei van het BBP bereikte 28 procent in de eerste zes maanden van 2011. De arbeidsmarkt werd in de eerste helft van 2011 gekenmerkt door een relatief aanzienlijke groei van de werkgelegenheid. Volgens de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) daalde de algemene werkloosheid zelfs van 45,2 procent in de tweede helft van 2010 tot 32,9 procent medio 2011. De totale werkgelegenheid groeide met 21 procent op jaarbasis, met ongeveer 41.270 meer werkende mensen en vluchtelingen die ongeveer de helft van deze groei voor hun rekening nemen.

De meeste tunnels werden gefinancierd door privé-investeerders, meestal HAMAS-leden, die samenwerkten met families aan de grens. In een rapport van de International Labour Organisation (ILO) wordt melding gemaakt van de opkomst van 600 ‘tunnelmiljonairs’, velen van hen op zoek naar een plek om hun winsten te stallen, die eerst investeerden in grond en daarna in honderden luxe appartementencomplexen. Al-Qassam Brigades kreeg de controle over een groot deel van het tunnelnetwerk en nam dat over van een ongelijksoortig netwerk van clans en andere politieke partijen.

Net als de andere bewegingen die verbonden zijn met de Moslim Broederschap, steunt  HAMAS een economie die gebaseerd is op kapitalisme en op de vrije markt. HAMAS onderschrijft de algemene overtuiging binnen islamistische bewegingen dat de Islam vrij ondernemerschap bevordert en het recht op privébezit vastlegt. In een interview in 2012 vertelde Ali Baraka, vertegenwoordiger van HAMAS in Libanon, dat HAMAS tegen een socialistische economie is, omdat het tegen de individuele en ondernemersrechten van het volk is.

autoritarisme

De heerschappij van HAMAS in de Strook van Gaza wordt sinds 2007 volledig bepaald door de moorddadige belegering van dit gebied door het Israelische bezettingsleger sinds 2005, met steun van het Egyptische regime. Verder door het repressieve beleid van de PNA op de Westelijke Jordaanoever, in het bijzonder tegen de leden, organisaties en instellingen van HAMAS en regionale politieke ontwikkelingen. Deze elementen hebben grote invloed gehad op het beleid van HAMAS in Gaza, dat sinds 2007 gekenmerkt wordt door autoritarisme en repressie.

In 2022 meldde de mensenrechtenorganisatie Amnesty International dat ‘in de Strook van Gaza een algemeen klimaat van repressie heerst, na het keihard neerslaan van vreedzame protesten tegen de stijgende kosten van levensonderhoud in 2019, andersdenkenden effectief afschrikt, wat vaak leidt tot zelfcensuur’. In juli 2023 onderdrukten HAMAS-veiligheidstroepen opnieuw protesten van Palestijnen die protesteerden tegen chronische stroomuitval en de barre levensomstandigheden, evenals tegen het slechte bestuur, de corruptie en het autoritarisme. Andere Palestijnse organisaties hebben op vergelijkbare wijze schendingen van de mensenrechten door HAMAS veroordeeld, waaronder willekeurige opsluiting, marteling, bestraffing en afranseling. HAMAS wordt er verder van beschuldigd journalisten lastig te vallen die kritiek hebben op haar bestuur. Publiek politiek protest wordt vaak onderdrukt. Dit autoritaire klimaat blijkt uit verschillende peilingen van het Palestinian Center for Policy Research and Survey, waarin grote delen van de Palestijnse bevolking in Gaza verklaarden dat zij de HAMAS-autoriteiten niet zonder angst konden bekritiseren, met percentages die opliepen tot 67,9 procent in 2014 en 59 procent in 2023.

Tegelijkertijd voerde HAMAS een beleid dat een conservatieve islamistische heerschappij versterkte, vergezeld van een opgevoerd beleid van re-islamisering van de Gazaanse samenleving door middel van haar controle over het openbaar bestuur en organisaties die verbonden zijn met de beweging.

De verspreiding van de ideologie van HAMAS via haar instellingen en netwerk van organisaties vergemakkelijkt de voortzetting en reproductie van haar macht over grote delen van de Palestijnse bevolking in de Strook van Gaza. Sinds het einde van de jaren tachtig hebben het Islamtisch Centrum en HAMAS een belangrijke rol gespeeld in het opleggen van sociale conservatieve normen door middel van verschillende vormen van dwang. HAMAS, bijvoorbeeld, leidde in de jaren tachtig en negentig campagnes om de hijab (hoofddoek) aan vrouwen op te leggen, zowel door propagandistische als gewelddadige maatregelen – vooral in de Strook van Gaza. Tegen de gewelddadige pogingen om de hijab aan vrouwen op te leggen, hadden zij weinig of geen steun van de nationale leiders van de Intifada, waaronder nationalistische en linkse groepen, die de hoofddoekcampagne in deze periode wel tegengingen, maar er tot op zekere hoogte ook in meegingen, zoals Fatah, in een poging om te laten zien dat deze op dit punt niet voor HAMAS onderdeed. HAMAS heeft ook campagnes gelanceerd om bioscopen en restaurants die alcohol verkopen te sluiten.

De houding van HAMAS ten opzichte van vrouwen is sinds haar oprichting geëvolueerd door hen binnen de partij meer ruimte te geven, maar altijd vanuit een sociaal conservatief islamitisch perspectief. Hoewel HAMAS vrouwen aanmoedigt om hoger onderwijs te volgen en meer deel te nemen aan het openbare leven, vooral binnen de activiteiten van de partij en haar instellingen in Gaza, moet dit wel gebeuren met inachtneming van de islamistische normen, waaronder gendersegregatie, terwijl vooral banen worden bevorderd die worden beschouwd als een verlengstuk van de reproductieve rollen van vrouwen, zoals lesgeven en verpleging. Meer in het algemeen propageert HAMAS, net als andere islamistische bewegingen, een patriarchale visie die mannelijke dominantie onderschrijft en vrouwen beperkt tot ondergeschikte rollen in de samenleving. Eerst en vooral definieert HAMAS de primaire functie van vrouwen als ‘moederschap’ – en in het bijzonder het inboezemen van de volgende generatie met islamitische principes. In maart 2021, ter gelegenheid van Internationale Vrouwendag, prees HAMAS de rol van de Palestijnse vrouwen als moeders en echtgenotes in het handhaven van de sociale cohesie door het beschermen van het gezin, de basisbouwsteen van de samenleving en de bron van haar stabiliteit.

In 2006 stelde HAMAS in haar het politieke programma voor de parlementsverkiezingen dat vrouwen moeten worden beschermd met islamitisch onderwijs, om te garanderen dat hun ‘onafhankelijke persoonlijkheid’ is gebaseerd op ‘kuisheid, fatsoen en naleving’.

Het is zeker dat HAMAS niet de enige speler in de regio is die een patriarchale visie op de samenleving promoot, die de mannelijke overheersing en een beperking van vrouwen tot ondergeschikte rollen in de samenleving versterkt. HAMAS heeft deze dynamiek in Gaza zeker versterkt en verdiept. Verder heeft HAMAS in toenemende mate een sociaal conservatieve morele code aangemoedigd en afgedwongen, die tot uiting komt in campagnes en praktijken ter bevordering van het dragen van een hoofddoek, seksesegregatie en een arbeidsdeling tussen mannen en vrouwen. Sinds april 2013 heeft de regering van HAMAS op alle scholen in Gaza gendersegregatie opgelegd voor leerlingen ouder dan negen jaar, onder het mom van de bescherming van de islamitische identiteit van Gaza. De HAMAS-autoriteiten hebben in verschillende gevallen bepaalde kledingbeperkingen en gedragsrichtlijnen opgelegd om de eer van vrouwen en die van de familie te beschermen, zoals een islamitische kledingcode voor vrouwelijke advocaten en middelbare scholieren, terwijl een islamitische rechtbank in de Strook van Gaza bepaalde dat vrouwen toestemming van een mannelijke voogd nodig hebben om te reizen.

Sommige internetcafés zijn gesloten ‘om de morele waarden te beschermen’ en om te voorkomen dat mannen en vrouwen met elkaar omgaan. Het Ministerie van Binnenlandse Zaken heeft intimidatiecampagnes gelanceerd om mannelijke kappers te verbieden het haar van vrouwen te knippen of met vrouwelijke kappers samen te werken.

Dit heeft in de Palestijnse samenleving weerstanden opgeroepen, maar voor HAMAS, net als voor andere regionale islamitische fundamentalistische bewegingen, wordt het islamitische model beschouwd als de enige juiste weg voor vrouwen. Anders worden zij beschouwd als vreemd aan hun eigen samenleving en onder invloed van westers cultureel imperialisme.

strategie en regionale allianties

In termen van regionale politieke allianties hebben de leiders van HAMAS bondgenootschappen gesloten met Qatar en Turkije en met de Islamitische Republiek Iran, die haar belangrijkste politieke, financiële en militaire supporter is. De jaarlijkse steun van Iran aan de partij wordt geschat op ongeveer 75 miljoen dollar.

Tegelijkertijd heeft HAMAS geprobeerd om haar betrekkingen met monarchieën in de Golf te verbeteren, meer in het bijzonder met Saoedi-Arabië, maar dat is moeizaam verlopen. Begin 2021, na de verzoening tussen Qatar, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, prees HAMAS-leider Isma’il Haniyah de inspanningen van de Saoedische koning Salman bin Abdul-Aziz al-Saud en kroonprins Mohammed bin Salman om de Golf-crisis op te lossen en verzoening te bereiken.

Meer in het algemeen observeerde HAMAS met groeiende bezorgdheid de sluiting van de door de Verenigde Staten gesteunde zogenoemde Abraham-Akkoorden in de zomer van 2020, en de verdere normalisering van Israel met Arabische staten, evenals de toenadering tussen Turkije en Israel. In maart 2022 was de Israelische president Isaac Herzog de eerste hooggeplaatste Israelische functionaris die Turkije bezocht sinds 2008. Dit heeft de cruciale alliantie van HAMAS met Iran – en dus met Hezbollah – alleen maar versterkt. Teheran blijft HAMAS voorzien van militaire steun, waaronder wapens en training, naast belangrijke financiële steun. (Iran had zijn hulp aan HAMAS verminderd na het uitbreken van de opstand in Syrië en de weigering van HAMAS om de moorddadige repressie van het Syrische regime tegen Syrische demonstranten te steunen. De Tunesisch/Syrisch-Franse onderzoeker Leila Seurat, auteur van The Foreign Policy of Hamas: Ideology, Decision Making and Political Supremacy (Londen: I.B. Tauris, 2022; 312 pp.) schatte dat Iran zijn economische hulp aan HAMAS in 2013 met de helft verminderde, van 150 miljoen dollar naar minder dan 75 miljoen dollar per jaar).

Een van de belangrijkste doelstellingen van de aanval van HAMAS op Israel op 7 oktober was het ondermijnen van het normalisatieproces dat door president Donald Trump in gang was gezet en door president Joe Biden is voortgezet. Zo hoopte HAMAS ervoor te zorgen dat de Israelische bezetting niet kon worden genegeerd op de weg naar het gladstrijken van de voorheen vijandige relaties binnen de regio. Kort na de start van de grootschalige Israelische aanval op de Strook van Gaza, reageerde Saoedi-Arabië door alle voortgang op het gebied van het sluiten van bilaterale overeenkomsten tussen Riyad en Tel Aviv op te schorten.

De leiderschapswisselingen binnen de politieke beweging van HAMAS hebben ook invloed gehad op haar regionale allianties. Hoewel de relatie op politiek en militair niveau de afgelopen tien jaar zeker in stand is gehouden (ondanks meningsverschillen over de Syrische opstand), opende de vervanging van Khaled Mesh’al [die in 1997 ternauwernood een MOSSAD-moordaanslag in Amman, Jordanië overleefde; red.] door Haniyah als leider van HAMAS in 2017 de deur naar nauwere betrekkingen tussen HAMAS, Hezbollah en Iran. Bovendien vergemakkelijkte de benoeming van shaikh Saleh al-Arouri – een van de oprichters van de gewapende vleugel van HAMAS, Al-Qassam Brigades – als plaatsvervangend hoofd van het politieke bureau van de groep ook deze ontwikkeling [op 2 januari jl. is Al-Arouri in Beiroet door Israel met een drone-aanval geliquideerd; red.]. Net als de verkiezing van Yahya Sinwar, een andere medeoprichter van Al-Qassam Brigades, tot leider van de beweging in Gaza. Dit komt omdat de militaire vleugel altijd nauwe banden met Iran heeft onderhouden, in tegenstelling tot het politieke bureau van de beweging onder leiding van Mesh’al. In feite verzette de leiding van Al-Qassam Brigades zich tegen de pogingen van Mesh’al tijdens zijn bewind om HAMAS weg te leiden van Iran en Hezb0llah ten gunste van betere relaties met Turkije, Qatar en zelfs Saoedi-Arabië.

In de afgelopen jaren hebben HAMAS-functionarissen hun bezoeken aan Teheran opgevoerd om de toenmalige commandant van de Revolutionaire Garde, generaal Qasem Soleimani, te ontmoeten, terwijl ze in de media herhaaldelijk de hulp van Iran prezen [op 3 januari 2020 is Soleimani nabij Bagdad door middel van een gerichte Amerikaanse luchtaanval omgebracht; red.]. Zij verklaarden bij verscheidene  gelegenheden dat de groep erin geslaagd was zijn militaire capaciteiten aanzienlijk te ontwikkelen, nadat Iran hen van aanzienlijke financiering, uitrusting en expertise had voorzien.

De hernieuwde en intensievere betrekkingen met Iran zijn echter in Gaza niet zonder kritiek gebleven, zelfs onder de basis van HAMAS. Een foto van de overleden Iraanse Quds Force commandant Soleimani die op een billboard in Gaza-Stad was geplaatst, werd vernield en afgebroken, enkele dagen voor de eerste verjaardag van zijn dood. De moord op Soleimani werd destijds krachtig door HAMAS veroordeeld en Haniyah reisde zelfs naar Teheran af om zijn begrafenis bij te wonen.

Evenzo moet het herstel van de banden tussen het Syrische regime en HAMAS medio 2022 worden gezien als een poging van Teheran om zijn invloed in de regio te consolideren en de betrekkingen met twee bondgenoten te herstellen. Dat gezegd hebbende, zal elke evolutie in de relaties tussen Syrië en HAMAS geen terugkeer betekenen naar de situatie van vóór 2011, toen de leiders van HAMAS het privilege genoten van belangrijke steun van het Syrische regime. Functionarissen in Syrië zullen hoogstwaarschijnlijk hun openbare kritiek op HAMAS verminderen met het oog op hun alliantie met Iran, maar geen enkele vorm van strategische militaire en politieke steun herstellen, tenminste niet op korte termijn. Toekomstige banden tussen het Syrische regime en HAMAS worden daarom in hoge mate bepaald door belangen die zijn gestructureerd en verbonden met Iran en Hezbollah. Bovendien weerspiegelt de ‘verzoening’ een meer algemeen probleem in de politieke strategie van de bevrijdingsstrijd van het Palestijnse volk.

HAMAS is echter geen marionet van Iran. Het heeft zijn eigen autonomie ten opzichte van Teheran, zoals de meningsverschillen over de Syrische opstand of die in Bahrein in het verleden hebben aangetoond.

conclusie

HAMAS is erin geslaagd om zichzelf op 7 oktober opnieuw te positioneren als de belangrijkste speler op het Palestijnse politieke toneel, waardoor de toch al zwakke PNA nog verder wordt gemarginaliseerd. De laatste opiniepeilingen in de bezette Palestijnse Gebieden laten een stijgende populariteit van HAMAS zien en een verdere afzwakking van de steun voor de PNA. Bovendien staan de Palestijnse kwestie en de noodzaak om daarmee politiek om te gaan opnieuw zowel op de Israelische als op de regionale agenda.

bron: Tempest (Verenigde Staten), 27 december 2023 [ingekort en bewerkt]

Joseph Daher is een Zwitsers-Syrische wetenschapper en activist; hij is de auteur van Hezbollah: The Political Economy of Lebanon’s Party of God (2016) en Syria after the Uprisings: The Political Economy of State Resilience (2019).

vertaling: Koen Bos

<strong>Over het effect van gerichte moordaanslagen – Israels 2700 <em>targeted assasinations </em></strong>

Andrew Cockburn

‘Krankzinnigheid’, zou Albert Einstein eens hebben opgemerkt, ‘is steeds weer hetzelfde doen en er dan andere resultaten van verwachten’.

Het is moeilijk te begrijpen wat Israel hoopte te bereiken door op 2 januari de plaatsvervangend politiek leider van HAMAS, Saleh al-Arouri, in Beiroet te vermoorden, of de Verenigde Staten door op 4 januari de Iraakse shi’itische militieleider Mushtaq Taleb al-Saidi in hartje Bagdad te vermoorden. Ingeval de moordenaars verwachtten dat zij de macht van HAMAS zouden afzwakken of aanvallen op Amerikaanse bases in Irak en Syrië zouden afschrikken, dan zijn zij duidelijk niet goed bij hun hoofd.

verslaafd aan moorden

Israel is al heel lang verslaafd aan gerichte moordaanslagen (targeted assasinations*). In zijn boek uit 2018 Rise and Kill First: The Secret History of Israel’s Targeted Assassinations (London: Random House, 2018; 784 pp.) onthulde de Israelische onderzoeksjournalist Ronen Bergman een totaal van ruim 2700 Palestijnen en anderen die sinds de oprichting van de Staat Israel op last van opeenvolgende Israelische machthebbers zijn doodgeschoten, vergiftigd, opgeblazen of anderszins omgebracht. De gretigheid om te moorden – in tegenstelling tot het zoeken naar alternatieve opties zoals diplomatie of het sluiten van compromissen – lijkt dwangmatig, vaak met onvoorziene gevolgen voor Israel zelf.

Zo identificeerde Israel in 1992 de ontluikende Libanese shi’itische verzetsorganisatie Hezbollah als een potentiële bedreiging en vermoordde daarom de leider van de groep, Abbas al-Musawi, samen met zijn vrouw en vijfjarige zoon. Maar de leider die hem verving, Hassan Nasrallah, bleek een veel effectievere tegenstander te zijn en vormde Hezbollah om tot een krachtige militaire macht die uiteindelijk de Israelische bezettingsmacht geheel uit Libanon verdreef.

Israel richtte zich jarenlang op HAMAS-leiders maar zoals door de journaliste Helena Cobban is opgemerkt, ‘heeft HAMAS door de decennia heen (a) een veerkrachtig en bijzonder collegiaal leiderschap ontwikkeld dat niet vernietigd wordt door het doden van één of zelfs een vijftal individuen, en (b) een zeer effectief proces voor leiderschapstraining opgezet, dat inhoudt dat voor elke gedode leider er een tiental anderen klaar staan om zijn plaats in te nemen en daartoe over de capaciteiten beschikken’. De effectiviteit van dit proces is duidelijk aangetoond in de even complexe als verwoestende aanval van HAMAS op Zuid-Israel op 7 oktober.

wij verliezen er oorlogen mee, dus doen wij het weer

Er is geen strategie die zo ondoordacht is, of de Verenigde Staten zullen deze overnemen. Het hoeft daarom niet te verbazen dat Washington in de loop van meerdere oorlogen – onder verschillende eufemistische aanduidingen – aan het moorden is geslagen door middel van gerichte aanslagen. Zo zijn in het kader van het zogeheten Phoenix-programma in Vietnam, dat was opgesteld met behulp van zogenaamd geavanceerde computerprogramma’s, op die manier zo’n 20.000 tegenstanderds geliquideerd – zonder het verloop van de oorlog te beïnvloeden of de nederlaag van de Verenigde Staten af te wenden. Desondanks is het gericht vermoorden van tegenstanders het belangrijkste instrument geweest dat is ingezet in de 21e eeuwse oorlogen in Irak en Afghanistan – met volkomen voorspelbare resultaten.

gerichte moordaanslagen hebben méér Amerikanen het leven gekost

De ervaring in Irak was in één opzicht uniek: het leverde de enige data-gestuurde analyse op van de precieze effecten van wat in dat conflict de ‘HVI’- strategie (High Value Individuals) werd genoemd. Zoals ik in mijn boek Kill Chain: Drones and the Rise of the High Tech Assassins (Londen: Verso, 2015; 309 pp.) gedetailleerd heb beschreven, boog in 2007 een kleine capabele inlichtingeneenheid in Bagdad – die direct ressorteerde onder de hoogste Amerikaanse legercommandant in Irak, Ray Odierno – zich over 200 gevallen, over een periode van vijf maanden, waarin Amerikaanse bezettingstroepen lokale opstandelingenleiders door middel van gerichte moordaanslagen hadden gedood. In al die gevallen nam het aantal aanvallen op Amerikaanse troepen daarop direct toe. Binnen een straal van drie kilometer van de uitvalsbasis van het doelwit steeg het aantal aanvallen in de daaropvolgende 30 dagen met 40 procent. Binnen een straal van vijf kilometer was dat nog altijd met 20 procent. De gedode leider werd meestal binnen 24 uur – op zijn hoogst binnen 48 uur – vervangen. De nieuwe leider hanteerde bijna altijd grover geweld en was agressiever – uit op wraak en om zichzelf te bewijzen. Kortom, het was duidelijk dat het zich richten op vijandelijk leiderschap meer dode Amerikanen opleverde. In een briefing voor Odierno toonde de analist die de leiding over het onderzoek had gehad, Rex Rivolo, een slide waarop een onontkoombare conclusie stond verwoord: ‘De HVI-strategie, onze belangrijkste strategie in Irak, is contraproductief en moet opnieuw worden geëvalueerd’.

belust op martelaarschap

De strategie werd echter niet opnieuw geëvalueerd, maar met furieuze intensiteit toegepast in de gelijktijdige Afghaanse oorlog, waar potentiële slachtoffers op een Joint Priorities Effects List werden geplaatst en vervolgens, de een na de ander, werden geëlimineerd. Dat gebeurde vaak bij nachtelijke invallen door doodseskaders. Met weinig noemenswaardig effect, behalve dat het de verbittering en vastberadenheid van de Taliban aanwakkerde. ‘Wij willen hoe dan ook sterven’, verklaarde een lokale Taliban-commandant die kort daarvoor was gepromoveerd na de gewelddadige dood van twee van zijn voorgangers. ‘Kortom, degenen die voor het martelaarschap zijn voorbestemd, zullen tijdens razzia’s sterven, terwijl de rest zonder vrees door zal blijven vechten.’

Waarop stoelt de moorddadige dwang van de drone-masters en nachtjagers ? In essentie geeft het blijk van een mechanistische benadering van conflicten – het geloof dat een vijandelijk systeem kan worden ontregeld door een zogenaamd vitaal onderdeel uit te schakelen of te verwijderen. Hetzelfde concept heeft aan de misplaatste strategische bommencampagnes van de Amerikaanse oorlogen ten grondslag gelegen, waarin eerst doelwitten als ‘kritieke knooppunten’ in het vijandelijke systeem werden geïdentificeerd en deze daarop werden vernietigd – met als enig effect dat de vijand zich aanpaste en doorvocht.

Misschien is het onvermijdelijk: om anders te handelen zou je de vijand niet als een machine, maar als een mens moeten zien.

bron: Spoils of War (blog), 4 januari 2024

Andrew Cockburn is een Britse journalist en redacteur van Harper’s Magazine (New York)

vertaling: Jochem van Oosten

*  In 2011 wilde Israel van de ‘foute’ term targeted assasination af en verving deze in officiële stukken door sikul memukad, wat in het Hebreeuws ‘gerichte preventie’ betekent (Andrew Cockburn, op. cit., p. 116)

<strong>Kindersterfte in Gaza door ziekte en ondervoeding kán en móet worden voorkomen</strong>

Het huidige conflict bedreigt de voedingstoestand van baby’s, jonge kinderen, zwangere en zogende vrouwen en andere kwetsbare groepen, als gevolg van shock, stress en een gebrek aan voedsel, water en andere levensnoodzakelijke zaken.

Gezondheidsinstellingen in de Strook van Gaza zijn overbelast en de voedings- en gezondheidsdiensten hebben te lijden onder de hevige vijandelijkheden en frequente stroomonderbrekingen. Dit bedreigt de toegang tot preventieve en levensreddende zorg voor elk kind in het gebied. In Gaza, een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, leven 2,3 miljoen Palestijnen al 16 jaar onder een algehele Israelische blokkade met beperkte toegang tot basisvoorzieningen.

Sinds de escalatie van de vijandelijkheden op 7 oktober is de levering van brandstof, voedsel, water, medicijnen en humanitaire hulp aan Gaza extreem beperkt, waardoor de toch al kwetsbare voedselsituatie nog verder is verslechterd.

Vóór het huidige conflict was 64 procent van de huishoudens in Gaza voedselonzeker of kwetsbaar voor voedselonzekerheid. Zo’n 124.500 jonge kinderen leefden in voedselarmoede. Volgens de huidige schattingen van het voedselzekerheidscluster leeft inmiddels 100 procent van de bevolking van Gaza in voedselonzekerheid. Bovendien meldde UNRWA vóór het begin van de vijandelijkheden op 7 oktober dat ruim 90 procent van het water in Gaza ongeschikt was bevonden voor menselijke consumptie, terwijl het WASH-cluster [Water, Sanitation and Hygiene] schat dat de watervoorraad met 94 procent was afgenomen.

In Gaza dreigt het voedseltekort te verergeren doordat bakkerijen en andere voedselproducenten door Israelische bombardementen worden vernietigd en de overgebleven bakkerijen op het punt staan zonder brandstof te komen zitten, waardoor miljoenen mensen geen toegang meer hebben tot een essentiële voedselbron. Kinderen jonger dan vijf jaar lopen een bijzonder risico op water- en voedseltekorten en, gezien de slechte sanitaire voorzieningen, een verhoogd risico op ziektes en zijn zeer vatbaar voor diarreeziektes, waardoor zij zeer snel het risico lopen om te overlijden wanneer er niet onmiddellijk iets aan wordt gedaan.

Daarnaast heeft het conflict de aanvoerketen verstoord, waardoor de toegang tot essentiële medische en voedingsproducten, zoals kant-en-klare therapeutische voeding (RUTF), beperkt is. De huidige voorraad essentiële voedingsmiddelen in Gaza is veel te laag, waardoor het onmogelijk is om ondervoeding adequaat aan te pakken. Ruim 337.000 kinderen jonger dan 5 jaar en 155.858 zwangere en zogende vrouwen hebben geen toegang tot essentiële diensten op het gebied van preventie, vroegtijdige opsporing en behandeling van ondervoeding in Gaza.

Vóór de escalatie van het conflict was ondervoeding onder kinderen al een probleem voor de volksgezondheid:

– Naar schatting 30.000 kinderen jonger dan 5 jaar in Gaza lijden aan groeiachterstand (een belangrijke indicator van langdurige ondervoeding); deze kinderen met groeiachterstand zullen later in hun leven misschien nooit hun volledige potentieel bereiken wat betreft lichamelijke groei, cognitieve capaciteiten, schoolprestaties en productiviteit.

– 7.685 kinderen onder de 5 jaar leden aan levensbedreigende vermagering  waardoor zij kwetsbaar werden voor ontwikkelingsachterstand, ziekte en in ernstige gevallen de dood; ruim de helft van deze kinderen was ernstig vermagerd en had levensreddende behandeling nodig.

Hoewel de hierboven beschreven ondervoedingsniveaus vóór 7 oktober al zorgwekkend waren, is het waarschijnlijk dat het aantal ondervoede kinderen sindsdien drastisch is toegenomen, vooral onder de jongste en meest kwetsbare kinderen. Door een gebrek aan veilige humanitaire toegang tot en rond Gaza is het echter moeilijk om een nauwkeuriger schatting te krijgen van de ernst van de situatie en de precieze behoeften. De mate van ondervoeding en de omvang van het gevaar kunnen zich snel ontvouwen wanneer door water overgebrachte ziekten en/of andere epidemieën de kop opsteken en zich snel verspreiden binnen dichtbevolkte schuilplaatsen.

Voedingshulp is dringend nodig om de huidige tekorten aan te vullen:

– Ongeveer 134.823 kinderen van 0-23 maanden in Gaza krijgen niet de levensreddende borstvoeding en op hun leeftijd afgestemde aanvullende voeding, waaronder suppletie van micronutriënten die cruciaal zijn voor hun groei en ontwikkeling.

– Ongeveer 50.000 zwangere vrouwen in Gaza – van wie er 5500 naar verwachting de komende maand januari zullen bevallen – kunnen geen beroep doen op basisgezondheidszorg en -voeding. Daarnaast hebben 105.800 moeders die borstvoeding geven moeite om zichzelf en hun baby’s te voeden.

– In Gaza heeft 1 op de 3 vrouwen tussen 15 en 49 jaar bloedarmoede, ofwel ongeveer 50.000 vrouwen. Bloedarmoede tijdens de zwangerschap kan het risico op vroeggeboorte en een kind met een laag geboortegewicht verhogen. Wanneer bloedarmoede onbehandeld blijft, kunnen vrouwen tijdens de zwangerschap complicaties krijgen en kunnen kinderen een ontwikkelingsachterstand oplopen. Vroeggeboorte is een van de belangrijkste oorzaken van kindersterfte in ontwikkelingslanden.

Dringende voedingsprioriteiten en -behoeften

– Aanhoudende, veilige en ongehinderde humanitaire toegang tot de getroffen bevolkingsgroepen.

– Doorlopende preventieve en curatieve voedingsdiensten in toegankelijke gebieden, met de nadruk op de bevoorrading en het beheer van de stijgende operationele kosten.

– Hervatten van de verstrekking van voedingsdiensten in de zwaarst getroffen gebieden zodra de toegangs- en veiligheidsomstandigheden een veilige verplaatsing mogelijk maken.

bron: Relief Web (UN-OCHA), 3 december 2023

OCHA – United Nations Office for the Coordination of Humanitarian Affairs

vertaling: Koen Bos

<strong>ICJ – Israel, Gaza, genocide</strong>

In een brief van 84 pagina’s aan het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag – het hoogste rechtsorgaan van de VN – betoogt Zuid-Afrika dat de militaire campagne van Israel in de Strook van Gaza in strijd is met zijn verplichtingen onder de Genocide Conventie van 1948, die genocide definieert als ‘daden die worden gepleegd met de bedoeling een nationale, etnische, raciale of religieuze groep, geheel of gedeeltelijk, te vernietigen’.

Praktisch gezien verzoekt Pretoria het ICJ om een dringende uitspraak in kort geding, waarin Israel wordt gesommeerd zijn vernietigende oorlog tegen Gaza onmiddellijk te staken.

In het document wordt de stortvloed aan bewijzen van genocide met voorbedachten rade in zeven hoofdcategorieën ingedeeld. Het is van belang om deze op een rij te zetten:

  1. De omvang van het doden, dat nu meer dan 22.000 doden bedraagt [inmiddels 30.000], van wie 70 procent vrouwen en kinderen.
  2. De wrede en onmenselijke behandeling van grote aantallen burgers, onder wie kinderen, die zijn gearresteerd, geblinddoekt en gedwongen om zich uit te kleden en buiten in de kou te blijven, voordat zij naar onbekende locaties zijn afgevoerd.
  3. Het voortdurend niet nakomen van beloften inzake veiligheid, waarbij Israel gebieden bombardeert waarheen het eerder in strooibiljetten de inwoners aanraadde naartoe te vluchten.
  4. Het ontzeggen van toegang tot voedsel en water, een beleid dat de bevolking inmiddels van Gaza aan de rand van de hongersnood heeft gebracht.
  5. Het ontzeggen van toegang tot adequate huisvesting, kleding en hygiëne; de aanval van Israel op het gezondheidszorgsysteem heeft inmiddels tot gevolg gehad dat nog slechts 13 van de 36 ziekenhuizen gedeeltelijk functioneren, waarbij Israelische troepen het gemunt hebben op ziekenhuisgeneratoren, zonnepanelen, zuurstofstations, watertanks, ambulances, medische konvooien en op eerstehulpverleners.
  6. De vernietiging van de Palestijnse leefomgeving in Gaza – steden, huizen, flatgebouwen, infrastructuur, universiteiten en culturele instellingen.
  7. Tot slot, maar zeker niet het minst belangrijk, zijn de uitingen van genocidale intenties jegens het Palestijnse volk door overheidsfunctionarissen, waaronder de verwijzingen van premier Benjamin Netanyahoe naar het Bijbelse verhaal van de totale vernietiging van Amalek door de Israelieten, de verklaring van president Isaac Herzog dat ‘een hele natie daar [in Gaza] verantwoordelijk is’, evenals de bewering van minister van Defensie Yoav Gallant dat Israel tegen ‘beestenmensen’ vecht.

bron: ‘War on Gaza: The fate of global justice hangs on South Africa’s ICJ case’; David Hearst in Middle East Eye (Londen),  4 januari 2024

Wilt u een abonnement op Soemoed nemen?