mei-augustus 2025 | nr 3-4

Inhoud |jaargang 53, nummer 3-4 |
  • Hongersnood in Gaza (pp. 4-6).
  • Gaza: aantal acuut ondervoede jonge kinderen verdrievoudigd (p. 5).
  • Gaza aan het infuus: uithongering, escalerend militair geweld – de groeiende crisis in cijfers (p. 7).
  • ‘Maak het gebied onleefbaar’: Israels missie is gericht op de totale verwoesting van de stedelijke omgeving (pp. 8-14).
  • Gaza: als dit geen genocide is, wat dan wel ? (pp. 15-17)
  • Etnische zuivering: Amerikaanse huurlingen in Gaza (p. 18).
  • In Israel is de roep om genocide mainstream geworden (pp. 19-21).
  • Muhammad Ali Khalidi: ‘Keihard optreden tegen burgers – aan het Israelische beleid ligt een supremacistische ideologie ten grondslag’ (pp. 22-25).
  • Alleen de Verenigde Staten en Hongarije staan bij het ICJ achter Israels blokkade van Gaza (pp. 26-29).
  • De wrede behandeling van Palestijnen in Israelische gevangenissen waarin zij zonder aanklacht vastzitten (pp. 30-32).
  • Westelijke Jordaanoever: in Nur Shams en Tulkarm viel er na de Israelische invallen ‘niets meer te redden’ (pp. 33-35).
  • Interview: Het onbespreekbare bespreekbaar maken – oud-NPK-voorzitter Bertus Hendriks over de vele dimensies van de kwestie Palestina (pp. 36-40).
  • Waarom ik niet sta te juichen bij Israels ‘pro-democratie’-beweging (pp. 41-42).
  • Het Israelische leger in het tijdperk van messianistisch-nationalisme (pp. 43-45).
  • Israel vreest handelssancties – maar is de EU wel bereid om door te pakken ? (pp. 46-47)
  • Publieke steun voor Israel in West-Europa op laagste niveau ooit (p. 48).
  • Israel – ongekende emigratie: ‘Als er bij de volgende verkiezingen niets verandert, zullen er nog meer mensen vertrekken’ (pp. 49-50).
  • Israel: de startup-natie in dienst van oorlog en bezetting (pp. 51-52).
  • Israel: record aan defensiecontracten in 2024 – ondanks genocidale Gaza-oorlog (p. 53).
  • Gedicht van Hind Jawda: ‘Schrijven dwars door genocide’ (p. 54).
  • Israels Syrië-avontuur (pp. 55-57).
  • Israel voert oorlog om de grond en het water van Zuid-Syrië (pp. 58-59).
  • Turkije wil van twee walletjes eten als het om Israel/Palestina gaat (pp. 60-63).

Redactioneel
Israel – Iran – Gaza

Bij het ter perse gaan van dit nummer van Soemoed is de Islamitische Republiek Iran met grootschalig militair geweld door Israel aangevallen. Wij komen daar in het volgende nummer uiteraard op terug, maar hier alvast de volgende vijf punten:

Een – Volgens het internationaal recht gaat het hier om een aanvalsoorlog van Israel, omdat van een imminente militaire dreiging van de kant van Iran jegens Israel geen sprake was. Volgens Israel was die imminente militaire dreiging er wel degelijk, omdat Iran in een vergevorderd stadium zou zijn van het produceren van een kernwapen. Anders gezegd: Iran zou tot de militairsering van zijn nucleaire programma overgegaan zijn. Zelfs Amerikaanse inlichtingendiensten kunnen die bewering van Israel echter niet bevestigen. Wel staat vast, dat Iran werkt aan de verdere verrijking van uranium. Dat gebeurde pas nadat een eerder, door de VN gesanctioneerd akkoord met Iran over het beperken van uraniumverrijking door president Donald Trump in zijn eerste ambtsperiode eenzijdig was opgezegd.

Twee – Zoals Israel in zijn propaganda sinds jaar en dag met succes het beeld uitdraagt dat HAMAS en andere Palestijnse verzetsorganisaties ‘uit zouden zijn op de vernietiging van de Staat Israel’ (lees: de verdrijving van de joodse Israeli’s uit Palestina), zo zou volgens de Israelische propaganda Iran, eenmaal in bezit van kernwapens, ‘Israel van de kaart willen vegen’.

Daarbij wordt dan verwezen naar een toespraak van Irans toenmalige president Mahmoud Ahmadinejad (ambtstermijn 2005-2013), waarin deze een uitspraak van ayatollah Ruhollah Khomeini (1902-1989) aanhaalde: ‘De Imam zei dat dit regime dat Al-Quds [Jeruzalem] bezet houdt, van de pagina van de tijd [uit pagina’s van de geschiedenis] moet [kan ook vertaald worden met: hoort te] verdwijnen (in het Farsi: Imam ghoft in rezhim-e eshghalgar-e Qods bayad az safheh-ye ruzgar mahv shavad). Zoals door Juan Cole, hoogleraar Moderne Geschiedenis van het Midden-Oosten en Zuid-Azië aan de Universiteit van Michigan en een prominent Shi’a-Islam/Iran-kenner, onlangs is opgemerkt, hield de genoemde uitspraak van Khomeini ‘geen toezegging in om tanks in beweging te zetten en Israel binnen te vallen of om raketten op Israel af te vuren. Het was slechts uitdrukking van de hoop dat het Israelische regime ineen zal storten, zoals dat eerder met de Sovjet-Unie het geval was geweest. Het hield geenszins een dreigement in om wie dan ook te doden,’ aldus Cole. Overigens, in andere bewoordingen en op basis van een andere politiek-maatschappelijke agenda bepleiten ook wij de ontmanteling van het zionistische koloniale bestel in Palestina.

Drie – Wat betreft een Iraans kernwapen: zelfs al zou Iran daarover de beschikking krijgen – nogmaals, er zijn geen bewijzen voor de militarisering van Irans nucleaire programma – dan nog zal dit niet tegen Israel ingezet kunnen worden. Dat wordt duidelijk wanneer men zich rekenschap geeft van de oppervlakte van Groot-Israel – al 58 jaar from the river to the sea – dat nog geen twee derde van die van Nederland bedraagt. Het wordt bewoond door ongeveer evenveel joodse Israeli’s als Palestijnen, van wie 95 procent moslim is. In het betreffende gebied is bovendien Al-Quds/Jeruzalem gesitueerd – na Mekka en Medina de derde Heilige Plaats van de Islam. Met andere woorden: bij een kernaanval op Israel zouden de Iraanse machthebbers niet alleen de levens van honderdduizenden Palestijnse moslims in de waagschaal gooien, maar ook de verwoesting van Al-Quds riskeren. Bovendien moeten zij incalculeren dat Israel na die aanval een second-strike met kernraketten op Iran zal uitvoeren. Daartoe is het in staat dankzij eerder door Duitsland geleverde onderzeeboten die met kernraketten kunnen worden uitgerust. Einde van Iran dus. Kortom, het gaat hier om een hoogst onwaarschijnlijk scenario. Dat Israel zelf over kernwapens beschikt, die het in eerdere crisissituaties gedreigd heeft in te zetten, speelt in het Westen in deze hele discussie geen enkele rol.

Vier – Voor Israel dient het schermen met ‘de nucleaire dreiging’ van de kant van Iran een ander doel. Iran vormt op basis van de omvang van zijn territorium, zijn 90 miljoen inwoners, enorme olie- en gasreserves en zijn ontwikkelde economie een grootmacht in de regio. Met het Westen en Israel heeft Iran – sinds de revolutie van 1979, waarbij het regime van de pro-Westerse shah (koning) omver werd geworpen, gevolgd door de oprichting van de zelfbewuste Islamitische Republiek Iran – een uiterst conflictueuze relatie, die als inzet heeft om de positie van Iran als regionale grootmacht in te snoeren. Iran vecht daarbij Amerikaans-Israelische hegemonie (= agressie) in de regio aan – met steun van enkele niet-staat strijdgroepen als Hezbollah in Libanon, Ansar al-Islam (Houthi’s) in Jemen en HAMAS in Gaza. De Gaza-oorlog heeft Israel de gelegenheid geboden om met ongekend grootschalig militair geweld – dankzij ongelimiteerde wapensteun van de Verenigde Staten – die hegemonie te herbevestigen. Die laatste is op haar beurt een vereiste om het zionistische koloniale project in Palestina overeind te houden. Na HAMAS, Hezbollah en Ansar al-Islam is het dus nu de beurt aan Iran om door Israel aangevallen te worden. Om de regionale grootmacht Iran in zijn ontwikkeling terug te bombarderen, bestookt de Israelische luchtmacht momenteel, behalve nucleaire centra en militaire faciliteiten, ook zijn economische infrastructuur aan.

Vijf – Gaza: Het onbeschrijfelijke menselijke drama dat zich daar onverminderd voltrekt, dreigt door de escalatie tussen Israel en Iran in de berichtgeving op de achtergrond te raken, juist nu internationaal de kritiek op Israel aanzwelt. Sterke druk van buitenaf op Israel lijkt zo ongeveer nog de enige hoop op overleven voor de 2,1 miljoen bijeengedreven, uitgehongerde en door dagelijks Israelisch militair geweld bedreigde Palestijnen. Westerse bondgenoten van Israel blijven nalaten om de urgentie van de noodsituatie met passende politieke en economische maatregelen tegen Israel te beantwoorden. Het is daarom aan de wereldwijde civil society om geen gelegenheid voorbij te laten gaan om zich krachtig uit te (blijven) spreken en actie te (blijven) voeren tegen alles en iedereen die, direct of indirect, voor het drama in Gaza verantwoordelijk zijn.

Hongersnood in Gaza

Alex de Waal

Zonder voedingsstoffen zal een voorheen gezonde volwassene in zestig tot tachtig dagen verhongeren. Een kind zal sneller bezwijken.

Op 2 maart legde Israel aan de twee miljoen Palestijnen in Gaza een totale blokkade op. Tijdens de twee maanden van wapenstilstand [medio januari-medio maart] waren de voedselvoorraden gedeeltelijk aangevuld, maar deze raken snel op. Zonder humanitaire hulp, zonder commercieel verkeer en met slechts een kleine hoeveelheid lokaal verbouwd voedsel, wordt de hongersnood met de dag erger.

Het standaard humanitaire rantsoen is 2100 calorieën per persoon per dag. Afhankelijk van hoeveel voedsel er aan het begin van de blokkade voorhanden was – de schattingen lopen uiteen – zal de gemiddelde beschikbaarheid van voedsel in Gaza de komende weken in het beste geval dalen tot 1400 calorieën, mogelijk half april al onder dat niveau zijn gezakt. Volwassenen gaan meer honger lijden om kinderen beter te kunnen voeden. De meest kwetsbaren – baby’s, zwangere vrouwen, moeders die borstvoeding geven en anderen die een speciaal dieet nodig hebben – lijden al honger. De allerarmsten, degenen die geen beroep kunnen doen op meer welvarende familieleden en degenen die door militaire controleposten van bevoorrading zijn afgesneden, zijn al aan het wegkwijnen waarbij hun inwendige organen onherstelbare schade oplopen.

Tussen 28 april en 6 mei hebben medewerkers van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties, onder de paraplu van het door de VN geaccrediteerde Integrated Food Security Phase Classification-systeem (IPC), een telefonische enquête gehouden onder Palestijnen in Gaza. Gevraagd werd wat de mensen aten, hoe vaak en wat zij deden om aan voedsel te komen. Enkele van de hulpverleningsorganisaties verzamelden verder gegevens over hoe vermagerd jonge kinderen zijn. Het was het vijfde onderzoek sinds het uitbreken van de oorlog, negentien maanden geleden.

Het is buitengewoon moeilijk om deze informatie in een oorlogsgebied te verzamelen en elke interpretatie van de gegevens is omstreden. Hebben de monitoren de meest wanhopige mensen gemist die hun telefoon niet opnemen omdat zij hun laatste minuut batterijduur niet kunnen gebruiken om vernederende vragen te beantwoorden ? Wanneer gezondheidswerkers de omtrek van de bovenarm van kinderen meten om zo een eenvoudige indicator van ondervoeding te krijgen, missen zij dan de meest verzwakten die niet naar de distributiecentra kunnen komen ? Of zijn hun fouten de andere kant op gericht en missen zij degenen van wie de ouders het wel redden ? Statistici die dergelijke data verwerken, kunnen redenen hebben om deze in twijfel te trekken. Echter, totdat Israel hulporganisaties toegang geeft tot de getroffen mensen, moeten wij het met deze verzamelde data doen.

Op basis van de onderzoeksresultaten van het IPC die op 12 mei in beknopte vorm zijn gepubliceerd, werd geschat dat 925.000 Gazanen (44 procent) te kampen hadden met acute voedselonzekerheid ‘in noodsituaties’ – dat wil zeggen dicht bij de hongerdrempel. Nog eens 244.000 (12 procent) bevonden zich in ‘catastrofe’, wat betekent dat zij onder die drempel waren gezakt. Dit komt overeen met wat wij weten over voedselvoorraden en de snelheid waarmee deze worden opgegeten.

Gaza is uniek in de annalen van de hongersnood vanwege de eenvoud van deze berekening. Bij elke andere humanitaire ramp wordt het beeld gecompliceerd door een reeks andere factoren waarbij de totale beschikbaarheid van voedsel een slechte indicatie voor de mate van honger is. In Somalië of Soedan bijvoorbeeld vallen mensen, wanneer voedsel schaars wordt, terug op eeuwenoude alternatieven zoals het verzamelen van wilde grassen en bessen, of moderne strategieën zoals de oproep aan familieleden in het buitenland om geld over te maken. De Palestijnen in Gaza kunnen niets van dit alles doen. Israel controleert elke shekel, elke zak meel, elke verbinding met de buitenwereld.

Als er hongersnood dreigt, trekken mensen weg. In de ‘hongersnoodcodes’ van de Britse Raj in India noteerden koloniale officieren het ‘doelloos rondzwerven van de behoeftigen’ als een teken van dreigende hongersnood. In Gaza is er hongersnood onder belegering. De blokkade werkt tevens als een cordon sanitaire – wij hebben niet gezien dat besmettelijke ziekten zoals cholera, die veel voorkomen in andere hongersnoden, Gaza zijn binnengekomen. Omdat de vaccinatiegraad vóór 7 oktober zo hoog was, zijn er geen uitbraken geweest van potentiële dodelijke ziekten zoals mazelen. Bij bijna elke andere hongersnood zijn overdraagbare ziekten de grote boosdoeners. Gaza is een anomalie, een laboratorium waarin wij zullen ontdekken hoeveel voedingsstress een bevolking kan verdragen voordat zij massaal bezwijkt.

IPC-analisten zijn gewend aan de onzekerheden van tekort schietende data en onvoorspelbare omstandigheden. Hun rapporten gaan over scenario’s en risicograden. Een recent ‘snapshot’ rapport concludeerde dat Gaza ‘nog steeds geconfronteerd wordt met een kritiek risico op hongersnood’. De auteurs schreven over een mogelijk ‘scenario van langdurige en grootschalige militaire operaties en voortzetting van de humanitaire en commerciële blokkade … in dit realistische worst-casescenario zullen voedselonzekerheid, acute ondervoeding en sterfte de IPC fase 5 (hongersnood) drempels overschrijden’. Zij hadden de zaak eenvoudiger kunnen formuleren. Massale hongerdood is het zekere gevolg van Israels voortdurende blokkade en militaire campagne. De enige vraag is wanneer.

In de afgelopen negentien maanden heeft Israel verscheidene keren de hulpkraan opengedraaid, waardoor de nood iets minder hoog werd. Wanneer het de vrachtwagens binnen laat rollen – zoals een jaar geleden, nadat president Joe Biden diens minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, had laten verklaren dat Israel niet langer hulpgoederen aan de grens zou tegenhouden, op straffe van opschorting van Amerikaanse wapenleveranties; of in januari, als onderdeel van het staakt-het-vuren – is het positieve effect snel zichtbaar in de verbeterde voeding van Gazaanse kinderen. Israel beschuldigt HAMAS ervan voor zijn strijders hulp achterover te drukken, maar heeft daarvoor geen bewijs geleverd dat dit het geval is. Zelfs al zou dit het geval zijn geweest, dan heeft dit hulp aan kinderen die dit het hardst nodig hadden niet in de weg gestaan.

Tot nu toe is de meeste hulp beheerd door internationale hulpverleningsorganisaties. Israel heeft echter grote stappen gezet om de belangrijkste daarvan, de United Nations Relief and Works Agency for Palestine Refugees in the Near East  (UNRWA), evenals  enkele andere internationale hulpverleningsorganisaties buiten spel te zetten – met uitzondering van het VN-Wereldvoedselprogramma als leverancier.

Tegelijk zet Israel een nieuw ‘hulpprogramma’ op poten dat elementaire rantsoenen zal verstrekken aan gescreende personen. Die zullen per mobiele telefoon worden geïnformeerd waar en wanneer zij zich moeten melden om voedselpakketten, hygiënekits en medische benodigdheden op te halen – nadat eerst hun identiteit is geverifieerd door gezichtsherkenningssoftware. Elk pakket zou voldoende zijn voor een gezin voor een aantal dagen, waarna het aangewezen gezinslid per sms op de hoogte wordt gebracht om zich opnieuw te melden voor weer een rantsoen. De Verenigde Staten zijn voorstander van het plan en stelt voor om Amerikaans gewapend personeel [huurlingen] in te zetten, in het kader van een voor dat doel in het leven geroepen Gaza Humanitarian Foundation.

Dit is humanitaire surveillance, de tegenhanger van de algoritmes van de Israelische Strijdkrachten die selecteren wie er gebombardeerd moet worden. Israel geeft het absolute minimum om in leven te blijven aan diegenen die zich ‘gehoorzaam’ gedragen. Het is daarbij een geïndividualiseerde versie van de laat-koloniale counterinsurgencypolitiek, zoals die in de jaren 50 van de vorige eeuw door Groot-Brittannië in Maleisië is gepraktiseerd, waarbij het Britse leger de communistische guerrilla’s heeft weten te verslaan door de hele voedselvoorziening te controleren, de mensen in de beschermde dorpen te voeden en de mensen daarbuiten uit te hongeren.

De VN en andere internationale hulpverleningsorganisaties zijn geschokt. Een van de grondbeginselen van het humanitair recht is dat daadwerkelijke hongersnood moet worden voorkomen, zelfs als dit betekent dat de controlerende macht afziet van militaire mogelijkheden. Terwijl Israel de UNRWA probeert te verstikken, heeft de VN het Internationaal Gerechtshof (ICJ) in Den Haag verzocht om een advies uit te brengen over de verplichtingen van Israel om samen te werken met VN-organen. In de week van 28 april zijn er in dit verband  openbare hoorzittingen gehouden.

Israel nam daaraan geen deel: in zijn schriftelijke verklaring wees het de zaak af als ‘duidelijk bevooroordeeld en eenzijdig’. Daarbij beweert Tel Aviv dat UNRWA-personeel had deelgenomen aan de aanval van 7 oktober, dat de organisatie Israel vijandig gezind is en dat Israel niet verplicht is samen te werken met welke internationale organisatie dan ook, tenzij het daarvoor kiest, omdat zijn veiligheidseisen doorslaggevend zijn. Het verwierp het VN-onderzoek naar de beschuldigingen en de maatregelen die zijn genomen om neutraliteit, onpartijdigheid en end-to-end toezicht op de hulpgoederen te garanderen.

Negenendertig staten presenteerden zich in Den Haag, samen met Palestina, de VN, de Arabische Liga en de Afrikaanse Unie. Alleen de Verenigde Staten en Hongarije steunden de Israelische positie. De advocaat van de Verenigde Staten beriep zich alleen op de Conventies van Genève uit 1948 en negeerde alle latere wetgeving en de vraag of Israel een dwingende verplichting had om te voorkomen dat Palestijnen zouden verhongeren.

Zal de Gaza Humanitarian Foundation de hongerenden kunnen voeden en tegelijkertijd kunnen voldoen aan de eis van absolute veiligheid ? Volgens het ontwerp dat met journalisten is gedeeld, zal het om vier distributiecentra gaan en die slechts 60 procent van de bevolking kunnen bereiken – in een klein deel van het totale grondgebied (vóór het instellen van de blokkade runden de internationale hulpverleningsorganisaties ongeveer vierhonderd locaties). In een dergelijke opzet zullen waarschijnlijk net genoeg Palestijnen te eten krijgen om de drempelwaarde van het IPC voor hongersnood te omzeilen – wanneer voor 20 procent van de bevolking geldt dat aan bepaalde criteria voor toegang tot voedsel niet wordt voldaan en er bijgevolg sprake is van ondervoeding en verhoogde sterftecijfers – maar dat zou een spelletje spelen zijn met het systeem en wijdverspreide hongersnood niet voorkomen.

Zelfs wanneer de Gaza Humanitarian Foundation wordt opgeschaald, dan nog voorziet het programma op voorhand al niet in de behoefte aan gezondheidszorg, water- en elektriciteitsvoorziening, sanitaire voorzieningen en huisvesting – allemaal zaken die volledig in puin liggen. Het voorziet evenmin in gespecialiseerde behandeling voor acuut ondervoede kinderen, die nu al sterven.

Tijdens de Gaza-oorlog is de bevolking al twee keer van de rand van de hongersnood weggehaald – in beide gevallen na waarschuwingen van het IPC – maar het herstel was van korte duur alvorens er opnieuw een duik naar beneden werd genomen. Weinig humanitaire hulpverleners geloven dat deze cyclus van ontbering gevolgd door een gedeeltelijke adempauze nog veel langer kan doorgaan voordat er een snelle en onbeheersbare ineenstorting plaatsvindt.

Het IPC-rapport bevat twee paragrafen van het Famine Review Committee, een onafhankelijke groep die de IPC-bevindingen doorneemt wanneer er een risico op hongersnood bestaat: ‘De situatie blijft zeer dynamisch naarmate de voedselvoorraden uitgeput raken, water steeds schaarser wordt, de gezondheidszorg niet meer functioneert en de sociale cohesie begint af te breken’. Honger is slechts een deel van deze afbraak. De Palestijnen in Gaza zijn uit hun huizen verdreven en gedwongen om te leven in krappe, onhygiënische en overvolle kampen of in puinhopen met ontbindende stoffelijke overschotten, niet-ontplofte bommen en de restanten van hun vroegere levens.

Vorige maand uitte de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten van de VN zijn bezorgdheid ‘over het feit dat Israel de Palestijnen in Gaza leefomstandigheden lijkt te bieden die in toenemende mate onverenigbaar zijn met hun voortbestaan als groep in Gaza’. Deze zorgvuldig afgewogen woorden doen denken aan de Genocide Conventie: Artikel 2(c) verbiedt ‘opzettelijk aan de groep levensomstandigheden op te leggen die berekend zijn om haar fysieke vernietiging geheel of gedeeltelijk teweeg te brengen’. Ook op dit punt heeft Israel zijn berekeningen gemaakt, zijn beleid getest en duidelijk gemaakt dat de eigen permanente veiligheid boven alle verplichtingen gaat. Er kan daarbij geen twijfel bestaan over de uitkomst van zijn acties: slechts het minimale doen om de meeste Palestijnen in leven te houden. Of daarmee de vernietiging van de Palestijnen in Gaza als groep wordt voorkomen, is een andere zaak.

bron: London Review of Books, 14 mei 2025

Alex de Waal is directeur van de World Peace Foundation en auteur van Mass Starvation: The History and Future of Famine; Cambridge: Polity, 2017; 264 pp.

vertaling: Jochem van Oosten

______

Gaza – verdere escalatie, honger

Israels ‘Operation Gideon’s Chariots’ (sinds maart) heeft een escalatie van de aanvallen in Gaza laten zien.

Enkele van de gruwelijke effecten daarvan:

  • 690 lucht- en drone-aanvallen door de Israelische Strijdkrachten in Gaza, alleen al in mei 2025
  • 6 van de 10 aanvallen in Gaza waren gericht tegen burgers
  • 4335 doden in Gaza sinds Israel het staakt-het-vuren beëindigde (Ministerie van Volksgezondheid in Gaza)
  • 2-3 maaltijden per week per persoon in Gaza (volgens de eigen cijfers van de omstreden Gaza Humanitarian Foundation, GHF)
  • +3000 procent stijging van de kosten van meel als gevolg van de algehele blokkade (VN).

bron: The Independent (Londen), 8 juni 2025

Gaza | ‘Maak het gebied onleefbaar’: Israels missie is gericht op de totale verwoesting van de stedelijke omgeving

Meron Rapoport & Oren Ziv

Terwijl luchtaanvallen verantwoordelijk zijn voor een massaal aantal slachtoffers, maken bulldozers en explosieven de Strook van Gaza [hierna Gaza] met de grond gelijk, wat volgens de betrokken militairen een systematische campagne is om Gaza onleefbaar te maken, zo blijkt uit onderzoek van +972  Magazine.

Begin april, slechts enkele weken na de hervatting van de aanval op Gaza, kondigden de Israelische Strijdkrachten aan dat zij de controle hadden overgenomen over de meest zuidelijk gelegen stad Rafah om zo de zogeheten Morag Corridor te creëren, een militaire corridor die Gaza verder in stukken opdeelt. In de loop van de oorlog hebben de Israelische Strijdkrachten volgens het mediabureau van de regering van Gaza ruim 50.000 wooneenheden in Rafah verwoest – 90 procent van het woonbestand. Het leger gaat onverminderd door met het platgooien van de overgebleven structuren in Rafah, waardoor de hele stad in een bufferzone is veranderd en de enige grensovergang van Gaza met Egypte is afgesneden.

Y., een soldaat die onlangs terugkeerde van reservedienst in Rafah, beschrijft de sloopmethoden van het leger tegenover +972 Magazine. ‘Ik zorgde voor vier of vijf bulldozers [van een andere eenheid] en deze sloopten zo’n 60 huizen per dag. Een huis van één of twee verdiepingen slopen zij binnen een uur; een huis van drie of vier verdiepingen duurt wat langer,’ zegt hij. ‘De officiële missie was om voor het leger een logistieke route te openen om te kunnen manoeuvreren, maar in de praktijk waren de bulldozers gewoon huizen aan het verwoesten. Het zuidoostelijke deel van Rafah is als gevolg daarvan volledig verwoest. De horizon is vlak. Er is geen stad meer.’

De getuigenis van Y. komt overeen met die van tien andere soldaten die sinds 7 oktober op verschillende tijdstippen in Gaza en Zuid-Libanon hebben gediend en die eveneens met +972 Magazine spraken. Deze getuigenissen komen tevens overeen met video’s die door soldaten online zijn gezet, on- en off-the-record-verklaringen van huidige en voormalige hoge officieren, analyse van satellietbeelden en verder met rapporten van internationale organisaties.

Samen schetsen deze bronnen een duidelijk beeld: de systematische verwoesting van woonhuizen en openbare gebouwen is een centraal onderdeel geworden van de operaties van de Israelische Strijdkrachten. In veel gevallen is het zelfs het hoofddoel.

Een deel van de verwoestingen is het gevolg van luchtbombardementen, gevechten op de grond en IEDs [improvised explosive devices – geïmproviseerde explosieven] die door Palestijnse militanten in gebouwen in Gaza zijn geplaatst. Hoewel het moeilijk is om precieze cijfers te verzamelen, lijkt het erop dat de meeste verwoestingen in Gaza en Zuid-Libanon niet werden aangericht vanuit de lucht of tijdens gevechten, maar eerder met voorbedachten rade en opzettelijk door Israelische bulldozers of explosieven.

Volgens het onderzoek van +972 Magazine werd deze handelswijze gestuurd door een bewuste, strategische beslissing om ‘het gebied plat te gooien’, om ervoor te zorgen dat ‘de terugkeer van mensen naar deze ruimtes niet meer zal gebeuren’, zoals Yotam zegt, die als plaatsvervangend compagniescommandant in een pantserbrigade in Gaza diende.

De ‘niet-operationele’ vernietiging – zonder directe militaire rechtvaardiging – begon al in de eerste maanden van de oorlog: Al in januari 2024 meldde de Israelische onderzoeks-outlet The Hottest Place in Hell dat het leger de ‘systematische en volledige verwoesting van alle gebouwen in de buurt van het afscheidingshek binnen een kilometer in Gaza had uitgevoerd. Dat gebeurde zonder dat deze als terroristische infrastructuur waren geïdentificeerd – noch door de inlichtingendienst, noch door soldaten op de grond,’ met als doel een ‘veiligheidsbufferzone’ te creëren.

Het rapport citeerde soldaten die zeiden dat in gebieden dichtbij het afscheidingshek [‘de grens’], zoals Beit Hanoun en Beit Lahia, en de wijk Shuja’iyya in het noordelijke deel van de Strook, evenals in Khirbet Khuza’a aan de rand van Khan Younis, tegen die tijd tussen de 75 en 100 procent van de gebouwen, vrijwel zonder onderscheid, was verwoest. Wat echter begon in de periferie van Gaza werd al snel een wijdverspreide methode in geheel Gaza, als onderdeel van het bredere plan van Israel om een groot deel van Gaza voor Palestijnen onleefbaar te maken.

Deze acties zijn duidelijke schendingen van het oorlogsrecht, volgens Michael Sfard, een Israelische advocaat en mensenrechtenexpert. ‘Vernietiging van [individuele] eigendommen die niet dwingend vereist worden door de noodzaak van oorlogvoering, is een oorlogsmisdaad,’ legt hij uit, ‘en er is ook een specifieke en ernstigere oorlogsmisdaad van [moedwillige en] uitgebreide vernietiging van eigendommen die niet gerechtvaardigd wordt door militaire noodzaak. Onder juridische experts, mensenrechtenactivisten en academici is er veel discussie over de noodzaak om een misdaad tegen de menselijkheid in de vorm van ‘domicide’ in te stellen – de verwoesting van een gebied dat voor menselijke bewoning gebruikt wordt.’

‘nergens om naar terug te keren’

Sinds Israel in maart het staakt–het–vuren schond, zijn er in Gaza ongeveer 2800 Palestijnen gedood, met bijna 53.000 doden en 120.000 gewonden gedurende de oorlog. Zoals +972 Magazine eerder heeft gemeld, zijn luchtaanvallen verantwoordelijk voor het overgrote merendeel van de burgerslachtoffers. Maar het is de systematische verwoesting  van de stedelijke ruimte van Gaza die de basis legt voor de etnische zuivering van Gaza – in het Israelische politieke discours ‘de uitvoering van het Trump-Plan’ genoemd.

Premier Benjamin Netanyahoe onderschreef deze visie openlijk eind maart, kort nadat Israel de oorlog hervatte. ‘HAMAS zal zijn wapens neerleggen. Haar leiders zullen mogen vertrekken. Wij zullen zorgen voor de algemene veiligheid van Gaza en de realisatie van het Trump–Plan voor vrijwillige migratie [sic] mogelijk maken,’ bevestigde Netanyahoe. ‘Dit is het plan. Wij verbergen niets en zijn bereid om het op elk moment te bespreken.’

Onlangs maakte Netanyahoe het verband tussen de verwoesting van civiele gebouwen en gedwongen verplaatsing [verdrijving] nog explicieter. ‘Wij verwoesten steeds meer huizen – zij [de Palestijnen] hebben niets meer om naar terugkeren,’ zo zei hij naar verluidt tijdens een vergadering van de Commissie Buitenlandse Zaken en Veiligheid. ‘Het enige verwachte resultaat is dat Gazanen het gebied zullen willen verlaten.’

In december 2024 schatte de VN dat 69 procent van alle gebouwen in Gaza – waaronder 245.000 wooneenheden – beschadigd waren, met in totaal ruim 60.000 volledig verwoeste gebouwen. Eind februari was dat aantal gestegen tot 70.000, volgens Adi Ben Nun, een GIS–specialist [geografisch informatiesysteem] aan de Hebrew University in Jeruzalem, die voor +972 Magazine een satellietanalyse uitvoerde. In maart zijn nog eens ten minste 2000 bouwwerken verwoest, waarvan meer dan 1000 alleen al in Rafah.

Inmiddels is, volgens een visuele analyse uitgevoerd door onderzoeker Ariel Caine voor +972 Magazine, rond 73 procent van de gebouwen in Rafah en omgeving volledig verwoest, met minder dan 4 procent zonder zichtbare schade. Het gebied bevatte ongeveer 28.332 gebouwen, van de zogeheten Philadelphi Corridor [grens met Egypte] tot de Morag Corridor [ten oorden daarvan].

Sommige gebouwen in Gaza die door bulldozers of door geplande explosieven volledig met de grond gelijk zijn gemaakt, waren al eerder door luchtaanvallen of tijdens gevechten op de grond beschadigd geraakt. Een aanwijzing voor het grote aantal structuren dat zonder operationele noodzaak is verwoest, komt echter naar voren uit de gegevens van de VN: tussen september en december 2024 – een periode waarin er in Gaza geen intensieve gevechten waren – zijn ruim 3000 gebouwen extra in Rafah en ongeveer 3100 nieuwe gebouwen in de noordelijke Strook van Gaza beschadigd.

Het belangrijkste wapen in het vernietigingsarsenaal van het leger is de gepantserde D9 bulldozers D9 van Caterpillar, die al lange tijd worden ingezet om daarmee in de bezette Palestijnse Gebieden mensenrechtenschendingen te plegen. Soldaten die met +972 Magazine spraken, beschreven echter ook een andere favoriete methode om hele woonblokken in te laten storten: containers of afgedankte militaire voertuigen vullen met explosieven en deze vervolgens op afstand tot ontploffing brengen.

‘Uiteindelijk heeft de D9 bulldozer het gezicht van de oorlog bepaald,’ twitterde de rechtse Israelische journalist Yinon Magal begin februari van dit jaar. ‘Het is wat ervoor zorgde dat de Gazanen terugkeerden naar het zuiden, nadat zij eerst, tijdens het staakt-het-vuren noordwaarts waren getrokken en zich daar realiseerden dat er niets meer was om naar terug te keren. Het ging hier niet om een richtlijn van de Chef van de Generale Staf – dit was een beleid van het ‘veld’, van divisiecommandanten, brigadecommandanten, bataljonscommandanten en zelfs van militaire ingenieursteams die de realiteit op de grond veranderden.’

Een voormalige hoge veiligheidsfunctionaris in het Israelische leger, die contact onderhield met veel commandanten, bevestigt dat sommige commandanten in het veld het op zich hebben genomen om opdracht te geven tot de verwoesting van zoveel mogelijk gebouwen in Gaza, zelfs zonder formele militaire richtlijnen van hogere officieren. ‘Ik kreeg berichten van officieren in het veld dat er vanuit operationeel oogpunt onnodige acties werden ondernomen: het slopen van huizen, tienduizenden, honderdduizenden inwoners dwingen om te vertrekken, de systematische verwoesting van Beit Hanoun en Beit Lahia. Zij vertelden mij dat D9–eenheden buiten hun controle om opereerden,’ verklaart hij tegenover +972 Magazine. ‘Ik weet niet welk percentage van de verwoestingen niet–operationeel was, maar in elk geval lag dat hoog.’

Commandanten in Gaza hebben een ruime bevoegdheid met betrekking tot het slopen van gebouwen, geeft een officiële militaire bron toe, terwijl hij ontkent dat er in Gaza een richtlijn is om ‘te verwoesten om het verwoesten’. ‘Een commandant kan een gebouw neerhalen dat mogelijk een bedreiging vormt,’ zegt hij, waarbij hij opmerkt dat meer lagere commandanten verantwoordelijk kunnen zijn geweest voor de meer wijdverspreide verwoestingen.

Ondertussen getuigden meerdere reservisten dat de methode van het leger om de civiele infrastructuur systematisch en opzettelijk plat te gooien ook werd toegepast in Zuid–Libanon, tijdens de grondinvasie van oktober-november 2024. Volgens een reservist omvatten de voorbereidingen voor de invasie slooptrainingen – waarbij het expliciet verklaarde doel was om shi’itische dorpen te vernietigen, die bijna alle werden gedefinieerd als Hezbollah–bolwerken, om zo te voorkomen dat de bewoners ernaar zouden terugkeren.

‘Wanneer soldaten de tijd nemen, controleren aan welke muur zij de explosieven moesten bevestigen om vervolgens het gebouw te verlaten en de explosie filmen, dan bewijst dat nog niet dat dit [operationeel] gerechtvaardigd was,’ legt Muhammad Shehada uit, gastmedewerker bij de European Council on Foreign Relations en inwoner van Gaza. Een vriend van hem, die een buitenlands paspoort heeft en Gaza binnenkwam tijdens het staakt–het–vuren, beschreef hem hoe methodisch de verwoesting was. ‘Hij zei dat je kon zien dat [de soldaten] een huis hadden gesloopt, het puin zoveel mogelijk terzijde hadden geschoven en daarop naar het volgende huis waren gegaan.’

Vóór de oorlog woonde Shehadeh zelf in Tel al-Hawa, een wijk in Gaza-Stad die bekend staat om zijn hoogbouw en waar ambtenaren en academici wonen, niet ver van de zogeheten Netzarim Corridor. ‘Wanneer de inwoners van Gaza horen dat het leger een corridor gaat openen, realiseren zij zich dat er geen enkel gebouw overeind zal blijven staan,’ zegt hij. ‘Wij wisten dat Tel al-Hawa van de kaart zou verdwijnen.’

Toen het staakt–het–vuren eind januari van kracht werd, haastten duizenden Palestijnen zich om terug te keren naar Jabalya in het noorden van Gaza, om vervolgens te ontdekken dat het vluchtelingenkamp zoals zij het kenden niet langer bestond, met hele wijken die in puin waren gelegd. Hun verhalen over de vernietiging komen overeen met de getuigenissen van soldaten die vanaf oktober 2024 in Jabalya dienden – toen het Israelische leger het kamp opnieuw binnentrok, tot aan het staakt-het-vuren.

Avraham Zarviv, een D9 bulldozerchauffeur die bekend werd als de ‘Verpletteraar van Jabalya’ in de vernietigingsvideo’s die hij naar de sociale media uploadde, legde zijn methodes uit in een interview met de Israelische televisie-outlet Channel 14. ‘Nooit eerder had ik mijn leven in het echt een tractor gezien, alleen op foto’s,’ zei Zarviv, die in zijn burgerleven rechter bij een rabbinale rechtbank is. De Givati Brigade, waarin hij diende, besloot een paar maanden na de oorlog om een gespecialiseerde technische eenheid voor sloopoperaties in het leven te roepen. ‘Wij kregen tractoren, D9’s [bulldozers], graafmachines … wij leerden het vak, wij werden zeer professioneel. Je kunt je niet voorstellen hoe het is om een gebouw neer te halen – vijf, zes zeven verdiepingen – de een na de ander.’

Tussen oktober 2024 en januari 2025 zei Zarviv dat hij elke week gemiddeld ‘50 gebouwen vernietigde – geen wooneenheden, gebouwen … In Rafah kunnen ze nergens heen, in Jabalya kunnen ze nergens naar terug’. Zarviv keerde onlangs terug naar Rafah. In de aanloop naar de seder in april van dit jaar, uploadde hij een video vanuit Rafah waarop hij te zien is tegen de achtergrond van een straat waar sommige gebouwen nog overeind staan. Zarviv specificeerde in de video niet wat hij precies in Rafah deed, maar zei dat hij was teruggekeerd ‘om te vechten tot aan de overwinning, tot aan vestiging … We zijn hier voor altijd.’

Terwijl sommige D9-chauffeurs zoals Zarviv over hun oorlogsmisdaden opgeven, spreken andere soldaten, volgens Y., niet openlijk over de verwoestingen. ‘Er is apathie: Mensen zijn op hun vierde of vijfde uitzending, zij zijn eraan gewend geraakt.’ Maar ongeacht hun ijver, bevestigt Y., wisten de soldaten hoe de bulldozers gebruikt moesten worden. ‘Er was geen formeel bevel [om Rafah te decimeren], maar toch was de boodschap duidelijk: we gaan de stad gewoon verwoesten.’

De volledige verwoesting van Rafah door het leger vond plaats ondanks het feit, zoals Y. opmerkt, dat ‘er geen confrontaties [met HAMAS-strijders] waren, we kwamen alleen paramedici tegen,’ een verwijzing naar het incident waarbij Israelische soldaten 15 paramedici en brandweerlieden doodden in de wijk Tel al–Sultan in de stad.

Net als Y. zeggen de andere soldaten die door +972 Magazine zijn geïnterviewd dat zij geen schriftelijke bevelen van de Generale Staf van het leger zagen alvorens de vernielingen uit te voeren en dat dergelijke bevelen meestal van het brigade- of divisieniveau kwamen.

De voormalige hoge veiligheidsfunctionaris zei dat hij contact opnam met de Generale Staf, nadat hij hoorde over de systematische verwoestingen in het noordelijk deel van Gaza. Hij is ‘ervan overtuigd dat dit niet van de Stafchef [Herzi Halevi] kwam, maar dat deze er de controle over had verloren. Verwoesting die geen verband houdt met gestelde militaire doelen, is een oorlogsmisdaad. Dit kwam van onderaf [van officieren op het middenniveau, waaronder brigade- en bataljonscommandanten]. Wraak is geen [officieel] militair doel, maar het mocht gebeuren.’

‘wanneer je een huis binnengaat, dan blaas je het vervolgens op’

H. diende twee keer bij de reserves in Gaza – de eerste keer begin 2024, en de tweede tussen mei en augustus – als commandant van een operationele kamer voor een bataljon dat in de Netzarim Corridor gestationeerd was. ‘Tijdens mijn eerste reservetaak was ik in Khirbet Khuza’a [een dorp in de buurt van Khan Younis]. We vernietigden alles, maar er was een logica – om de contactlijn [bufferzone] uit te breiden omdat het dicht bij de grens was,’ zegt hij.

‘De tweede keer bevonden we ons in het gebied langs de Netzarim Corridor, aan zee. Er was geen operationele rechtvaardiging om daar gebouwen te slopen. Ze vormden geen bedreiging voor Israel. Het was routine geworden: Het leger was gewend geraakt aan het idee dat wanneer je een huis binnengaat, je het vervolgens opblaast.

‘Dit was geen lokaal initiatief – het kwam van de bataljonscommandant,’ gaat H. verder. ‘De sloopdoelen [gebouwen gemarkeerd voor vernietiging] werden naar de brigade gestuurd. Ik neem aan dat het ook naar de divisie ging. De bataljonscommandant markeerde gebouwen met een X en controleerde hoeveel explosieven er beschikbaar waren. Ze stuurden een compagniescommandant om te controleren of er geen krijgsgevangenen of vermiste personen [gijzelaars] binnen waren. In geval zij nog Palestijnen in de huizen aantroffen, werd hen gezegd dat ze onmiddellijk moesten vertrekken. Maar dat was zeldzaam.’

Volgens H waren de vernielingen dagelijkse kost. ‘Sommige dagen sloopten we acht tot tien gebouwen, andere dagen geen. Maar over het geheel genomen, in de 90 dagen dat we daar waren, vernietigde mijn bataljon tussen de 300 en 400 gebouwen. We gingen op 300 meter van een gebouw af staan en bliezen het op.’

Toen H. in mei 2024 bij de Netzarim Corridor aankwam, was deze in het noorden en zuiden slechts enkele tientallen meters breed. Tegen de tijd dat hij, drie maanden later, zijn dienst beëindigde, hadden de verwoestingen de corridor verbreed tot zeven kilometer aan beide zijden. ‘We namen 3 kilometer van Zaytoun [ten noorden van Netzarim] en ook van Al-Bureij en Nuseirat [naar het zuiden]. Er is niets meer over, zelfs geen enkele muur hoger dan een meter,’ zegt hij. ‘De schaal en intensiteit van de verwoesting was zo enorm – die is gewoon niet te beschrijven.’

Yotam, de plaatsvervangende compagniescommandant, kwam op 7 oktober bij de reservisten en diende 207 dagen in Gaza, waarbij hij deelnam aan de eerste grondinvasie in Gaza-Stad en die langs de Netzarim Corridor. Hij werd later uit de dienst ontslagen, nadat hij een brief had ondertekend waarin hij soldaten opriep niet langer te dienen totdat de Israelische gijzelaars/gevangenen in Israel waren teruggekeerd.

‘We werden wakker en het bataljon kreeg een technische compagnie toegewezen voor die dag, samen met een specifieke hoeveelheid explosieven,’ legt Yotam uit en hij beschrijft hoe vervolgens met de sloopmissie werd begonnen. ‘Dat betekende dat er tussen de één en vijf gebouwen [op een dag] gesloopt moesten worden.’

Als plaatsvervangend compagniescommandant kreeg Yotam de taak om de missies te leiden. ‘Ik ging naar de bataljonscommandant die me zei: “’Zoek iets relevants in het veld en sloop het.” Ik zei tegen hem: “Zo’n missie doe ik niet.” Dus ging ik naar de commandant van de geniecompagnie, we openden een kaart en selecteerden vijf gebouwen. Als we die niet hadden gedaan, dan zouden ze gewoon willekeurig andere gebouwen hebben gekozen – hoe dan ook, ze wilden de hele buurt slopen. Het algemene gevoel was: “We hebben vandaag een geniecompagnie, laten we iets gaan vernietigen.’’’

Net als andere soldaten waarmee +972 Magazine sprak, bevestigt Yotam dat het primaire militaire doel in de tweede fase van de oorlog in maart en april 2024 verwoesting omwille van de verwoesting was. Hij voegt eraan toe dat een divisiecommandant zei dat het een “drukmiddel op HAMAS” was om tot een gijzelaarsdeal te komen, maar op praktisch niveau ‘is dit geen operationele missie. Het dient geen concreet doel. Er zijn geen vaste protocollen’.

Yotam zegt verder dat veldeenheden in het Netzarim-gebied veel vrijheid hadden om te beslissen wat zij wilden vernietigen. ‘De operationele gedachte was dat dit gebied is dat de Israelische Strijdkrachten in handen hebben gekregen en niet snel zal opgeven, terwijl niemand geeft om de levens van de Palestijnen die daar woonden. Het is geen gebied dat opnieuw een Palestijnse woonwijk zal worden.’

‘Ik zag met mijn eigen ogen honderden gebouwen met de grond gelijk gemaakt worden. Hele wijken ten noorden van het Turkse Ziekenhuis [in het centrale deel van de Strook van Gaza] werden met de grond gelijk gemaakt. Je kunt niet onverschillig blijven bij een dergelijke schaal van vernietiging.’

‘elke avond een show’

Meerdere geïnterviewde soldaten beschreven de ceremoniële rituelen die gepaard gingen met de verwoestingen in Gaza. Een reservistenkorporaal van Brigade 55 die in de buurt van Khan Younis diende, vertelt over zijn ervaringen tijdens missies: ‘We gingen door de huizen, bevestigden dat er geen interessante informatie of militanten aanwezig waren en vervolgens kwam de technische eenheid naar elk gebouw met ladingen van 10 kilo, die ze aan de steunpilaren bevestigden,’ zegt hij. ‘Het was elke avond net een show: een hoge officier, meestal een compagniescommandant of hoger, ging over de radio met de bomopruimingsdienst en het technische korps, gaf een toespraak over waarom we hier waren, telde af en dan boem. We keken achterom en er stond niets meer overeind.’

Ook Yotam spreekt over deze rituelen tijdens zijn diensttijd in Gaza. ‘Wanneer er een rij gebouwen zou worden opgeblazen, kwam de bataljonscommandant op de radio, zei iets heldhaftigs over iemand die stierf en over het voortzetten van de missie. Vervolgens tilden de explosies een hele rij gebouwen de lucht in.’

Een andere veel voorkomende praktijk was het afbranden van huizen die Israelische troepen hadden gebruikt als tijdelijke militaire faciliteiten, om daarmee het einde van een missie te markeren, zoals +972 Magazine eerder heeft gedocumenteerd. ‘Het was routine. Ze deden het de hele tijd,’ zegt Yotam. ‘Later stopten ze ermee en verbrandden ze alleen nog huizen die als commandocentrum waren gebruikt.’

Soldaten begrepen de grotere betekenis achter deze rituele vernielingen. Bij gebrek aan een operationeel doel, dienden ze een politiek en ideologisch doel: Gaza voor de komende generaties onleefbaar maken.

‘Uiteindelijk vechten we niet tegen een leger, maar tegen een idee,’ vertelde de commandant van Bataljon 74 in december 2024 aan de Israelische krant Makor Rishon. ‘Ook al dood ik strijders, hun ideeën zullen blijven bestaan. Maar ik wil juist die ideeën onuitvoerbaar maken. Wanneer ze nu naar Shuja’iyya kijken en zien dat er niets meer van over is – alleen maar zand – dan is dat punt bereikt. Ik denk niet dat ze hier voor de eerste 100 jaar zullen kunnen terugkeren.’

‘Niemand weet beter dan wij dat de Gazanen nergens naar terug kunnen,’ legde een commandant uit, wiens bataljon betrokken was bij de verwoesting van ongeveer duizend gebouwen in twee maanden tijd in 2025. Een soldaat die in hetzelfde bataljon diende, voegde eraan toe: ‘Het idee was om alles te vernietigen. Gewoon stroken van vernietiging creëren.’

‘met één ontploffing haal je een hele straat neer’

In april 2025 betrad de Israelische journalist Yaniv Kubovich de zogeheten Morag Corridor – een strook land tussen Khan Younis en Rafah die het leger heeft ontruimd – en meldde dat hij de overblijfselen zag van een oude gepantserde personeelscarrier (APC) in de buurt van een van de verwoeste gebouwen.

Soldaten legden hem uit dat dit weer een andere methode was om gebouwen in te laten storten: een methode die grote schade toebrengt aan de omgeving. ‘Het leger laadt de APC met explosieven en rijdt deze, op afstand bestuurd, een straat of gebouw in dat de luchtmacht anders zou hebben gebombardeerd. Maar na anderhalf jaar oorlog werd een APC vol explosieven een goedkoper alternatief.’

Volgens Kubovich zijn de overblijfselen van deze explosieve APC’s nu overal in de Strook van Gaza en het lijkt erop dat het gebruik ervan sinds het begin van de oorlog aanzienlijk is toegenomen.

A., die meerdere missies in Gaza heeft gedaan, vertelt +972 Magazine dat deze methode niet beperkt is tot oude APC’s. ‘Je neemt twee gigantische containers, gebruikt tientallen, zo niet honderden kilo’s explosief materiaal en plaatst deze met een D9 of een Bobcat [kleine bulldozer], op afstand bestuurd, op een vooraf bepaald punt – en laat ze ontploffen. Met één ontploffing haal je zo een hele straat neer.’

‘We gingen eens een kamp binnen dat voorheen een educatief centrum voor jongeren was geweest,’ zo gaat A. verder. ‘We bleven daar een nacht en toen bliezen we het op. Hoewel we anderhalve kilometer van de explosie verwijderd waren, voelden we de schokgolf nog door ons heen gaan, als een sterke windvlaag. Ik dacht even dat het gebouw boven me was ingestort.’

A. zegt dat deze methode soms is gebruikt voor relatief operationele doelen: het opblazen van een gebied waar vermoedelijk een explosief lag, bijvoorbeeld, of het vrijmaken van wegen en weggetjes voor troepen.

Maar Yotam beschrijft het als een middel dat vooral werd gebruikt om gebouwen neer te halen. ‘De missie is gedefinieerd zodra je een toegewezen hoeveelheid [explosieven] ontvangt – dan is het, “Oké, ga,”’ zegt hij. ‘Een deel van de ideologische missie is om gebouwen plat te gooien of een gebied onbruikbaar te maken.’ Y., die onlangs in Rafah diende, getuigt ook dat ‘ze elke nacht één of twee [van deze APC’s] opblazen. De kracht is krankzinnig, alles eromheen wordt in puin gelegd.’

Terwijl de Israelische Strijdkrachten Rafah platwalsen, kunnen de tienduizenden Palestijnen die in april gedwongen werden te evacueren, de vernietiging van hun huizen van verre aanhoren. Ahmed al-Sufi, de burgemeester van Rafah, verklaart tegenover +972 Magazine dat toen hij in januari terugkeerde naar de stad, nadat het staakt–het–vuren was ingegaan, hij geschokt was toen hij de omvang van de verwoesting zag. Nu, opnieuw ontheemd buiten Rafah, hoort hij bombardementen vanuit de lucht en non–stop explosies vanaf de grond, en vreest dat de situatie inmiddels nog slechter is geworden. ‘Niemand weet hoe de stad er nu uitziet, maar we verwachten dat deze volledig verwoest zal zijn’, zegt hij. ‘Het zal erg moeilijk worden voor de bewoners om daarheen terug te keren.’

‘Het Israelische leger gebruikt verschillende methodes om de stad te vernietigen, ofwel door meedogenloze luchtbombardementen of door gebouwen op te blazen met boobytraps,’ legt Mohammed al-Mughair, directeur bevoorrading voor de Civiele Verdediging in Gaza, uit. ‘Er zijn ook robots met boobytraps die huizen en hele wijken worden ingestuurd en daarbinnen tot ontploffing worden gebracht. Er waren een aantal gebieden die [bij het ingaan van het staakt-het-vuren] nog intacte, bewoonbare gebouwen hadden, maar met deze niet aflatende bombardementen weten we niet wat daar gebeurd is, vooral in de gebieden rond de zogeheten Morag Corridor.’

‘ons doel was om shi’itische dorpen te vernietigen’

Dit beleid van systematische vernietiging – een tactiek om te voorkomen dat burgers terugkeren naar hun huizen – werd ook uitgevoerd tijdens de twee maanden durende grondinvasie van Israel in Zuid-Libanon. Uit een analyse van satellietbeelden eind november 2024, kort nadat het staakt-het-vuren tussen Israel en Hezbollah was overeengekomen, bleek dat 6,6 procent van alle gebouwen in districten ten zuiden van de rivier de Litani volledig of zwaar waren verwoest.

G., een reservist van het 7064 Engineering Battalion, kwam in de zomer van 2024 trainen in de aanloop naar de geplande invasie. Hij vertelt +972 Magazine dat tijdens de briefing expliciet werd vermeld dat het doel van het bataljon was om shi’itische dorpen te verwoesten. ‘Tijdens de slooptraining vóór de [grond]invasie legde een majoor van het bataljon ons uit, dat ons doel bij het binnenvallen van Libanon zou zijn om shi’itische dorpen met de grond gelijk te meken. Hij sprak daarbij niet over “terroristen”, “vijanden” of “bedreigingen”. Hij gebruikte geen militaire termen, had het alleen over “shi’itische dorpen”. Dat is vernietiging zonder een militair doel – louter een politiek doel.’

‘Het doel was om te voorkomen dat de bewoners van die dorpen zouden terugkeren,’ vervolgt G.. ‘Dat werd ons expliciet gezegd. Het idee was dat er na de oorlog geen mogelijkheid tot wederopbouw zou zijn. Achteraf zagen we dat ze scholen, moskeeën en waterzuiveringsinstallaties vernietigden.’ Hij weigerde zich aan te melden voor verdere reservetaken – en werd daarvoor niet gestraft.

Tijdens G.’s training werd geen specifieke afstand tot de grens opgegeven als grens voor vernietiging, maar ‘Brigade 769, waar wij onder vielen, besloot tot een bereik van 3 kilometer. Van wat ik zag [vanaf de Israelische kant van de grens], slaagden ze daarin.’ In een interview met de televisie-outlet Srugim bevestigde de commandant van Brigade 769 deze opmerkingen: ‘Overal waar terreur, verdenking van terreur of zelfs maar een zweem van terreur is, vernietig ik, sloop ik en elimineer ik.’

L., een reservist die zowel in Gaza als aan het oostelijk Libanon-front diende, zegt dat het leger ‘een enorm aantal gevechtstechnische strijdkrachten, zowel regulier als reserve,’ heeft ingezet. Zijn eenheid in Libanon ‘ondervond weinig tot geen weerstand, veel minder dan verwacht’. Een van de doelen was ‘om alle infrastructuur in de dorpen te vernietigen, omdat bijna elk dorp werd gedefinieerd als een Hezbollah bolwerk.’

‘Ze begonnen de dorpen op een vrij uitgebreide en intense manier te vernietigen, bijna alle huizen, niet alleen de huizen die gemarkeerd waren als de huizen van Hezbollah-commandanten. Mijnen, explosieven, graaflaadcombinaties, D9’s – [ze gebruikten] al het gereedschap om gebouwen te slopen. Ze vernietigden ook de elektriciteits-, water- en communicatie-infrastructuur, zodat zelfs wanneer [de bewoners] terugkeren, het veel tijd en geld zal kosten om ze weer op te bouwen.’

Volgens L. waren de huizen die gespaard bleven vaak die van christelijke families. ‘Het viel me op dat gebouwen met kruizen erin vaak bleven staan,’ legt hij uit.

G. weigerde, zoals gezegd, Libanon binnen te gaan om niet deel te nemen aan de vernietiging van dorpen, maar vanaf de Israelische kant van de grens zag en hoorde hij wat zijn bataljon daar deed. ‘Sommige van de vernielingen gebeurden nadat alles al was veroverd en er van verzet geen sprake meer was … Ik zag bewijs op de WhatsApp van het bataljon van opzettelijke verwoestingen. Soldaten van het bataljon filmden zichzelf terwijl ze gebouwen opbliezen. Mijn specifieke bataljon kwam pas binnen nadat er daar geen Hezbollah was, geen wapens, geen gebouwen die werden gebruikt voor secundaire militaire doeleinden [tegen Israel] – niets dat [toelaatbaar is om aan te vallen] volgens het oorlogsrecht.’

Deze logica van grootschalige verwoesting is ook op de Westelijke Jordaanoever toegepast, zij het op kleinere schaal. In feite, zo vertelde een militaire bron aan +972 Magazine, komt de aard van de verwoestingen in Gaza voort uit de tactieken die het leger ontwikkelde in Operatie Defensief Schild [een Orwelliaanse term; ed.] op de Westelijke Jordaanoever tijdens de Tweede Intifada – ‘het terrein openleggen’ in Israelisch militair jargon.

Volgens een rapport van het VN-OCHA uit maart 2025 heeft Israel sinds het begin van 2024 463 gebouwen op de Westelijke Jordaanoever gesloopt, als onderdeel van een militair offensief – ‘Operatie IJzeren Muur’ – waardoor bijna 40.000 Palestijnen uit de vluchtelingenkampen Jenin, Nur Shams en Tulkarm zijn verdreven. Zo heeft het Israelische leger in het vluchtelingenkamp Jenin hele woonblokken opgeblazen en het wegdek van straten met bulldozers opengereten – met als doel het kamp opnieuw te herstructureren om zo het Palestijnse verzet te kunnen onderdrukken en daarnaast terugkeer naar het kamp onmogelijk te maken. Het leger kondigde onlangs plannen aan om in de vluchtelingenkampen Tulkarm en Nur Shams nog eens 116 huizen te slopen.

Op basis van de cijfers van soldaten die in Gaza hebben gediend, zou één enkel bataljon in de Strook zoveel gebouwen in een week kunnen vernietigen. Maar het onderliggende idee is hetzelfde. Vernietiging is niet langer slechts een bijproduct van Israels militaire activiteit, of een onderdeel van een bredere militaire strategie – het lijkt een doel in zichzelf te zijn.

De woordvoerder van de strijdkrachten reageerde op ons verzoek om commentaar met de volgende verklaring: ‘De Israelische Strijdkrachten hebben geen beleid om gebouwen als zodanig te vernietigen en elke sloop van een structuur moet voldoen aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in het internationaal recht. De beweringen over verklaringen van soldaten over vernielingen die niets te maken hebben met operationele doeleinden, zijn onvoldoende gedetailleerd en niet in overeenstemming met het beleid en de bevelen van de Israelische Strijdkrachten. Uitzonderlijke incidenten worden onderzocht door de beoordelings- en onderzoeksmechanismen van de Israelische Strijdkrachten.

‘De Israelische Strijdkrachten opereren op alle fronten met het doel om terrorisme te dwarsbomen in een complexe veiligheidsrealiteit, waarin terroristische organisaties opzettelijk terroristische infrastructuur opzetten binnen de burgerbevolking en burgerstructuren. De beweringen in het artikel weerspiegelen een verkeerd begrip van de militaire tactieken van HAMAS in Gaza en de mate waarin deze tactieken betrekking hebben op civiele gebouwen.’

‘Ook in Judea en Samaria [kolonistentaal voor de Westelijke Jordaanoever] opereren en gebruiken terroristische organisaties de burgerbevolking als menselijk schild, waardoor zij deze in gevaar brengen. Zij plaatsen explosieven en verbergen wapens in het gebied. Als onderdeel van de campagne tegen terrorisme in Noord–Samaria, worden wegen in het gebied soms doorgetrokken, waardoor gebouwen moeten worden gesloopt in overeenstemming met de wet. De beslissing werd genomen om operationele redenen en na het onderzoeken van alternatieven.’

‘De Israelische Strijdkrachten zullen blijven handelen in overeenstemming met de [Israelische] wet en het internationaal recht, doorgaan met het neutraliseren van terroristische bolwerken en alle mogelijke voorzorgsmaatregelen nemen om nevenschade aan burgers te minimaliseren.’

bron: +972 Magazine (Tel Aviv), 15 mei 2025

Meron Rapoport is redacteur van +972 Magazine

Oren Ziv is fotojournalist en verslaggever van +972 Magazine en mede-oprichter van het fotografencollectief Activestills

vertaling: Hajo Ingeland

Israel vreest handelssancties – maar is de EU wel bereid om door te pakken ?

Martin Konečný

Er wordt opnieuw gekeken naar de mensenrechtenclausule in het EU-Israel Associatieverdrag. De uitkomst daarvan zal van belang zijn voor zowel het verdere verloop van de oorlog als voor de reputatie van Europa zelf.

Na vele maanden van passiviteit en medeplichtigheid tegenover Israels genocidale oorlog in de Strook van Gaza, begint Europa zich nu eindelijk toch te roeren. Tienduizenden doden en aanvallen op scholen en ziekenhuizen waren daartoe blijkbaar eerder niet voldoende. Met het blokkeren van humanitaire hulpverlening en de openlijke oproepen tot etnische zuivering, werd het optreden van Israel uiteindelijk echter te ernstig om dit nog langer te negeren, te ontkennen of te rechtvaardigen. Daarop is er de afgelopen weken vanuit Europese hoofdsteden een reeks ongewoon krachtige verklaringen, diplomatieke berispingen en het dreigement van sancties gekomen – waarbij de ene stap de andere heeft versterkt, alsof een lang slapende kudde plotseling in beweging is gekomen.

Bij dit alles is de mogelijke opschorting van het EU-Israel Associatieverdrag, dat Israel preferentiële toegang geeft tot ’s werelds grootste interne markt, wellicht de belangrijkste. Vorige maand verbrak de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Caspar Veldkamp, het stilzwijgen van de EU met een brief waarin hij om een formele herbeoordeling vroeg inzake de naleving door Israel van Artikel 2 van het verdrag, dat vereist dat het land ‘de mensenrechten respecteert’.

Vervolgens heeft een reeks andere EU-lidstaten zich achter dit idee geschaard. Tijdens de bijeenkomst van de EU-ministers van Buitenlandse Zaken op 20 mei steunde een duidelijke meerderheid – 17 lidstaten – het Nederlandse voorstel. De EU-buitenlandchef Kaja Kallas, die voorafgaand aan de vergadering sceptisch leek, bleek tijdens de discussie van mening veranderd te zijn en kondigde aan het eind aan dat de herbeoordeling in gang gezet zou worden.

Is dit werkelijk een keerpunt of zijn het gewoon weer meer lege woorden ? Dat valt nog te bezien.

Wat wel duidelijk is, is dat de dynamiek in de EU is verschoven. Een jaar geleden, toen Spanje en Ierland – de regeringen die zich het meest hebben uitgesproken over de benarde situatie van de Palestijnen – hetzelfde herbeoordelingsidee voorstelden, vonden zij daarvoor weinig steun. Nederland daarentegen staat van oudsher dichter bij Israel en bevindt zich in deze kwestie in een middenpositie binnen de EU. Het is dit brede midden, tot nu toe voorstander van dialoog en nauwe banden met Israel, dat nu is opgeschoven en zich heeft aangesloten bij de meer kritische flank. De grootste voorstanders van Israel – waaronder Duitsland, Italië, Hongarije en Tsjechië – vormden de minderheid en stemden tegen de herbeoordeling.

De herbeoordeling is slechts de eerste stap: een onderzoek naar de vraag of Israel Artikel 2 schendt, dat respect voor mensenrechten definieert als een ‘essentieel element’ van het verdrag. Gezien de omvang van de schendingen en misdaden in de Strook van Gaza en op de Westelijke Jordaanoever die worden ondersteund door bevindingen van internationale rechtbanken, zou een dergelijke herbeoordeling niet eens nodig moeten zijn. Zoals een Ierse campagnevoerder het verwoordde: Het is alsof je voor een brandend gebouw gaat staan en vraagt of er brand is. De feiten zijn duidelijk – maar zelfs het erkennen ervan is politiek explosief.

De herbeoordeling die naar verwachting voor de volgende bijeenkomst van de ministers van Buitenlandse Zaken van de EU op 23 juni wordt afgerond, hangt nu af van twee sleutelfiguren: Kallas en de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Zullen zij het voor de hand liggende bevestigen – dat Israel Artikel 2 schendt – en de logische consequenties daaruit trekken ? Of zullen zij proberen de EU en Israel voor een breuk te behoeden ?

Kallas, een liberaal uit Estland, had tot voor kort veel kritiek op Israel vermeden, maar lijkt nu mee te bewegen met het politieke centrum binnen de EU. Von der Leyen, een Duitse christendemocraat, vertegenwoordigt de vleugel van het blok  die meer op Israel is georiënteerd. Zij was het gezicht van de aanvankelijke algemene steun van de EU voor de verwoestende reactie van Israel op de aanval van HAMAS op Zuid-Israel op 7 oktober 2023 en viel daarna grotendeels stil toen het aantal burgerdoden in Gaza schrikbarende proporties aannam. Afgelopen week verklaarde zij echter voor het eerst dat het doden van burgers door Israel ‘afschuwelijk’ is en ‘niet kan worden gerechtvaardigd onder humanitair en internationaal recht’. Dat taalgebruik wijst onmiskenbaar in de richting van de enige geloofwaardige conclusie waartoe de evaluatie van Israels verplichtingen inzake Artikel 2 kan leiden.

Zodra de herbeoordeling is afgerond, zullen de EU-ministers van Buitenlandse Zaken de opties voor de volgende stappen bespreken, waaronder het opschorten van het Associatieverdrag. Opzegging van het verdrag zou unanimiteit vereisen onder alle 27 lidstaten – een onmogelijk hoge lat gezien diehards als onder meer Hongarije. Voor het opschorten van de preferentiële handelscomponent van het verdrag – het economisch belangrijkste deel – is echter slechts een gekwalificeerde meerderheid nodig: 15 lidstaten die ten minste 65 procent van de EU-bevolking vertegenwoordigen.

De handelspijler is waar de echte hefboomwerking ligt. De EU is met 32 procent van de totale handel de grootste handelspartner van Israel. Omgekeerd vertegenwoordigt Israel slechts 0,8 procent van de handel van de EU. Het intrekken van preferentiële toegang zou de handel niet stoppen, maar zou wel een tastbare tol aan Israel opleggen in de vorm van hogere tarieven en verminderde markttoegang. De EU zou ook de deelname van Israel aan Horizon Europe, het vlaggenschip van het onderzoeksprogramma van de Unie, kunnen opschorten – een vooruitzicht dat nu al tot ongerustheid binnen de Israelische academische sector leidt.

Het bereiken van een gekwalificeerde meerderheid is nog een hele opgave. Niet alle staten die voor de herbeoordeling hebben gestemd, zijn noodzakelijkerwijs voorstander van een daadwerkelijke opschorting. En om de drempel van 65 procent van de bevolking te halen, zouden Duitsland of Italië – grote landen die tegen de herbeoordeling waren – moeten opschuiven. Voorlopig lijkt dat onwaarschijnlijk. In geval Israel zijn huidige extremistische koers echter voortzet, zal de druk toenemen. De ongewoon krachtige berisping van bondskanselier Friedrich Merz van vorige week suggereert dat zelfs de steun van Berlijn niet langer vanzelfsprekend is.

Wanneer de EU zou besluiten om de bevindingen van een eerlijke herbeoordeling te negeren, dan zou dat Artikel 2 zinloos maken en mensenrechtenclausules in EU-overeenkomsten over de hele wereld ondermijnen. Sinds de jaren negentig heeft de EU zich meer dan 20 keer beroepen op dergelijke clausules om voordelen op te schorten bij ernstige schendingen, meestal in het geval van Afrikaanse staten.

Daarom kan de mogelijkheid van opschorting niet worden uitgesloten. Tenzij Israel fundamenteel van koers verandert, zal de kans daarop alleen maar toenemen.

Voor Europa is dit een kans om uit zijn zelfopgelegde irrelevantie te stappen en er weer toe te gaan doen. Een dialoog zonder druk is inmiddels op niets uitgelopen. Toen de EU in februari een Associatieraad met Israel hield en beleefd aandrong op meer hulp aan Gaza en een stop op de uitbreiding van de joodse nederzettingen op de sinds 1967 bezette Westelijke Jordaanoever, reageerde Israel door alle hulp te blokkeren en de groei van nederzettingen juist te versnellen. Pas nadat het Nederlandse initiatief aan kracht begon te winnen, begonnen Israelische functionarissen er intern op aan te dringen om enige hulpverlening aan de bevolking van Gaza toe te staan, waarbij zij zich beriepen op de dreiging van EU-sancties.

Om de dreigende verschrikking van etnische zuivering en annexatie te voorkomen, moet de EU verder gaan en Israel een echte economische en politieke prijs opleggen. Wanneer zij dat doet, kan het vooruitzicht van het herstel van opgeschorte voordelen de krachtigste hefboom van de EU worden om een ander traject in te slaan: weg van eindeloze onderdrukking en geweld, richting vrede en veiligheid op basis van gelijkheid en gelijkwaardigheid.

bron: The Guardian (Londen), 2 juni 2025

Martin Konečný staat aan het hoofd  van het European Middle East Project (EuMEP), een in Brussel gevestigde NGO

vertaling: Koen Bos

Wilt u een abonnement op Soemoed nemen?