Eyal Sivan: ‘Culturele boycot tegen Israel is legitiem’

Bijeenkomst in Lyon, 22 november om zijn boek te promoten

Itamar Shachar

Eyal Sivan is een joods-Israelische filmregisseur  die bekend staat voor zijn pro-Palestijnse standpunten. Wat hem trouwens geregeld in de problemen brengt … wij spraken met hem op ManiFiesta over de boycotcampagne tegen zijn land, die hij overigens voluit verdedigt.

Veertien films, televisieseries, boeken, enz. Het werk van Eyal Sivan is enorm. De regisseur van Jaffa, the Orange’s Clockwork, staat in zijn land bekend als een zeer kritische stem van het zionisme. Als hij zich hier zorgen over maakt (hij heeft doodsbedreigingen ontvangen, reactionairen beschuldigen hem van antisemitisme), zet Eyal Sivan zijn strijd voor de vrijheid van het Palestijnse volk voort, voor de strijd tegen racisme over de hele wereld. Voor deze antizionistische Israeli die tussen Parijs en Tel Aviv woont, wordt reizen steeds ingewikkelder. Zijn regering ziet met lede ogen aan hoe een intellectueel die in veel landen bekend is, de hele wereld afreist en overal getuigt van de misdaden waaraan diezelfde regering zich schuldig maakt …

Israel werpt zich op als de enige democratie in het Midden-Oosten. Wat denkt u daarvan?

Ik denk dat Israel de enige joodse democratie in het Midden-Oosten is, net zoals Zuid-Afrika ten tijde van de Apartheid de enige blanke democratie in Afrika was. Met andere woorden, Israel is een democratie voor de joden en een joodse staat voor de Palestijnen, zoals Azmi Bishara [voormalig Palestijns Knesset-lid; red.] zei. Ja, er is persvrijheid en er is vrijheid van meningsuiting, maar wie kan van die vrijheden gebruikmaken? Slechts een deel van de bevolking die onder het Israelische regime leeft. In de praktijk kunnen wij dus niet van een democratie spreken.

U bedoelt dat het begrip democratie niet van toepassing is op de Palestijnen?

Inderdaad, ik wil vooral duidelijk maken hoe de staatsburgers van Israel zijn ingedeeld op basis van de plaats waar zij wonen. Er zijn verschillende lagen. Zo is er de Westelijke Jordaanoever, maar die is opgesplitst in A-, B- en C-Gebieden, telkens met specifieke regels. In de Strook van Gaza gelden weer heel andere regels. Ook voor de inwoners van Jeruzalem is er een eigen wetgeving. Ik heb het nu niet enkel over de Palestijnen, maar dat geldt ook voor de joden. De joden die in de bezette gebieden leven – de kolonisten – zijn gebonden aan andere wetten dan de joden die wonen in het Israel binnen de grenzen van 1967. De wetten gelden op een specifieke manier voor de Israelisch-Palestijnse staatsburgers, maar op een andere manier voor de bedoeïenen. Kortom, er bestaat niet één wet voor alle burgers die onder het Israelische regime leven. De staat is per definitie dus in wezen gesegregeerd.

Samen met Armelle Laborie hebt u het boek  Un boycott légitime (Parijs: La Fabrique, 2016; 183 pp.) geschreven. Waarom die titel?

Het boek kwam twee jaar geleden uit, eind 2016. Wat de boycotcampagne vooral verweten wordt, is dat het geen legitiem strijdmiddel zou zijn. In Frankrijk betekent het woord ‘illegitiem’ ook ‘illegaal’. Met die titel willen wij aangeven dat een boycot wel degelijk een legitiem strijdmiddel is. De ondertitel is trouwens ook belangrijk: Pour le BDS universitaire et culturel de l’État d’Israel (Vóór de universitaire en culturele BDS tégen de Staat Israel), want die benadrukt dat dit soort boycot gerechtvaardigd is. Dat is essentieel, want een economische boycot is voor mensen die solidair zijn met Palestina en meer in het algemeen voor alle progressieve linkse mensen geen probleem, maar die hebben het wel moeilijk met  een culturele en universitaire boycot. Die mensen zijn ertegen om intellectuele productie te boycotten. Wij willen dat de boycot ook geldt voor de intellectuele productie en wij vinden dat het legitiem is om dat te doen. De titel is eigenlijk sterk op Frankrijk gericht, want Frankrijk heeft de voorbije vijf jaar bijzonder heftig gereageerd op de BDS-beweging.

Waarom is een culturele en universitaire boycot legitiem en in welke zin is die nuttig?

Ik denk dat wij moeten benadrukken wat wij willen bereiken met de boycot en wat de Palestijnen van ons verwachten. Het is de bedoeling komaf te maken met het idee dat Israel de enige democratie is in het Midden-Oosten, of op zijn minst dat imago te ondergraven. Als men Israel probeert voor te stellen als een ‘liberale democratie’, of als een progressieve staat, dan reppen zij met geen woord over de uitvoer van het land, die vooral gebaseerd is op de wapenindustrie. Nee, dan hebben zij het over Tel Aviv, waar homo’s en lesbiennes welkom zijn, over zogenaamd linkse filmmakers, het Eurosongfestival enzovoort. Het beeld van de liberale democratie in Israel berust dus op de cultuur en op de universitaire wereld.

De twee laatste nationale bastions zijn misschien wel sport en cultuur: op de Olympische Spelen dragen de atleten de Israelische vlag en op het Filmfestival in Cannes vermeldt men altijd de nationaliteit van de film. Vandaag moet je je pijlen dus richten op sport en cultuur als je een nationaal product wil aanpakken. En dat geldt zeker voor Israel.

Ten slotte, en dat is volgens mij misschien het belangrijkste, vinden de Israelische samenleving en wat ik het linkse zionisme zou noemen, steun aan die boycot een brug te ver. De linkse zionisten spelen daarmee voor poortwachters, zij willen uitmaken of kritiek gerechtvaardigd is. Zij zullen je zeggen dat de boycot van producten uit bezette gebieden gerechtvaardigd is, maar dat een culturele boycot dat niet is. De laatste tempels voor Israelisch-links zijn de universiteit en de cultuur. In de huidige context vind ik het belangrijk dat de Israelische progressieven, de linkse zionisten, de bezetting aan den lijve ondervinden, zodat zij zich ertegen gaan verzetten. Ik vind dat helemaal niet leuk, want veel van die mensen behoren tot mijn vriendenkring of mijn familie, maar het is wat het is: de boycot dient om de privileges van de blanke bevolking in te perken.

Itay Tiran, een van de populairste theateracteurs in Israel, zegt dat hij de culturele boycot steunt. Begint de linkerzijde in Israel zich dan toch achter het idee te scharen?

In dat interview vertelt Itay Tiran niet alleen wat hij van de boycot vindt, hij zegt ook: ‘Als de Israelische regering de Palestijnen aanvalt, sta ik aan de kant van de Palestijnen. En dus, toen de Israelische premier de Palestijnen aanviel omdat zij kozen voor de Verenigde Lijst [een door Palestijnen geleide partij; red.], heb ik voor die Lijst gestemd.’

Dat is interessant, want dit is het moment om in deze strijd echt kamp te kiezen. Daarom heb ik zo’n bewondering voor de blanken die lid werden van het ANC, want dat was het moment waarop zij inzagen dat het niets opleverde om in hun kamp te blijven en dat de zaken van binnenuit proberen te veranderen, niets opleverde. Zij beseften dat zij zich moesten verenigen rond een strijd voor rechtvaardigheid en recht. Dat is ook wat Tiran zegt. Hij bevestigt dat de boycot gerechtvaardigd is, want dat is de enige humane stellingname. Jij en ik denken dat wij onze samenleving kunnen beïnvloeden, maar laten wij ons geen illusies maken: wij hebben geen enkele invloed op de joodse samenleving in Israel. Dat is een samenleving die bol staat van privileges. Maar als wij ons aansluiten bij degenen die zich daartegen verzetten, openen wij mogelijkheden voor een gemeenschappelijke toekomst. Als wij in een gezamenlijke toekomst geloven, moeten wij er samen voor vechten.

In het verleden bent beschuldigd van antisemitisme. Wat deed dat met u?

Dat was in 2004. Alain Finkielkraut, een reactionaire, rechtse, Franse intellectueel, beschuldigde mij ervan dat ik ‘een van de belangrijkste stemmen van het Franse antisemitisme’ was. Ik ben naar de rechtbank gestapt en heb hem vervolgd wegens laster. De Franse rechtbanken hebben mij tot twee keer toe in het ongelijk gesteld. Het was nochtans een schoolvoorbeeld van smaad, want zij wilden bewijzen dat het van antisemitisme getuigt als je op een radicale kritiek maakt op Israel. Maar zij vinden het geen probleem dat de president van de Filipijnen voor een officieel bezoek aan Israel wordt uitgenodigd. Die man zegt nochtans: ‘Ik bewonder Hitler. Ik zou zoals hij moeten doen.’ Zij ontvangen de Hongaarse premier Viktor Orban, die openlijk antisemiet is, en dan beschuldigen zij de anderen ervan antisemiet te zijn. Vandaag getuigt de manier waarop Israelische zionisten en buitenlandse aanhangers van de staat Israel antisemitisme hanteren, van intellectueel terrorisme. Zij gebruiken het om je alle geloofwaardigheid in het debat te ontnemen, daarom beschuldigen zij je van racisme.

Bedoelt u dan de Europese intellectuelen?

Ja, ik heb het over die nieuwe golf van Europees rechts, dat door zijn islamofobie plots pro-Israel wordt. Voor die mensen mag iemand een antisemiet van de allerergste soort zijn, hij blijft ‘onze’ vriend want hij is de vijand van onze vijand. Ik denk daarbij aan Hongarije, Polen, de Filipijnen maar ook aan Donald Trump!

Die houding zien wij ook terug bij de grootste partij van België …

Precies. Wie zijn de grootste voorstanders van steun aan Israel ? De radicaal rechtse bewegingen! Tegenwoordig vindt men het politiek correct om pro-Israel en anti-Arabieren en antimoslims te zijn.

Welke boodschap wil u meegeven aan onze lezers, aan alle mensen in de wereld die solidair zijn met de Palestijnen en met hun eisen?

Allereerst wil ik benadrukken hoe belangrijk de boycot, de BDS-campagne (boycot, desinvesteren & sancties) is. Mensen in de internationale gemeenschap mogen zich niet beperken tot het toepassen van de boycot, zij moeten die ook uitleggen, het morele aspect ervan schetsen. U vroeg mij waarom ik mij voorstel als Israeli. Welnu, omdat ik het feit dat ik Israeli ben gebruik om aan de hele wereld te vragen: help ons! Als linksradicalen in Israel wegen wij niet zwaar genoeg. wij hebben hulp van buitenaf nodig. Weet u, wij Israeli’s, zelfs de linkse, zijn soms zo arrogant dat wij denken dat wij niemand nodig hebben. Maar ik zeg: nee, in ons eentje zullen wij er niet komen. wij hebben het geprobeerd, maar het is niet gelukt. Wij hebben hulp nodig. Dat is het standpunt dat ik wil brengen.

Ten tweede, wij mogen ons niet laten intimideren, en wij moeten ook inzien dat de vijand ons wil provoceren zodat wij in de fout zouden gaan. wij moeten dus waakzaam zijn. wij mogen niet in de valstrik van het racisme trappen, en ook niet in die van het antisemitisme of in die van haat of woede in het algemeen. Haat en woede moeten wij aan hen overlaten. Vandaag gaapt er een kloof tussen de Europese regeringen en hun burgers. De regeringen zijn pro-Israel, maar de bevolkingen zijn dat niet. In Europa mogen wij de burgers en de leiders dus niet met elkaar verwarren. Ik denk dat dit een belangrijke opdracht is  voor de internationale solidariteitsbeweging.

En natuurlijk willen wij jullie regeringen sensibiliseren en doen inzien dat zij er rekening mee moeten houden, want het gaat hier om de macht van het volk. De meeste mensen steigeren doorgaans als zij onrecht zien, en niet omdat zij anti-Israel zijn. Zij vinden het schandalig, want op kinderen zien schieten, dat is een schande, zeker als dat komt van een staat die zichzelf een democratie noemt. wij moeten de bevolking ertoe aanzetten een duidelijk signaal te sturen naar de regeringen: wij hebben een standpunt en u moet daar rekening mee houden.

uit: Solidair (Brussel) van november-december 2018

Itamar Shachar is verbonden aan de Faculteit der Maatschappij- en Gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam

https://solidair.org/artikels/eyal-sivan-culturele-boycot-tegen-israel-legitiem

Hier kunt u de bijdrage beluisteren die Eyal Sivan op 23 april 2015 in Amsterdam aan de UvA gaf op uitnodiging van gate48.  Vanaf minuut 26:15.