Op de ruïnes van ‘Oslo’ kan een democratische staat voor al zijn burgers groeien

Awad Abdelfattah

Middle East Eye / 18 september 2018

Een nieuw scenario wint terrein, waarin Palestijnen en joodse Israeli’s op basis van gelijkheid en gelijkberechtiging samenleven – binnen een bestel dat op de ruïnes van Israelische apartheid is gegrondvest.

In september 1993 las ik, bij terugkeer uit Wenen van een door de VN gesteunde conferentie over de Kwestie Palestina, in een krant over het akkoord [Declaration of Principles] dat toen net in Oslo tussen en Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) en Israel was gesloten. Ik was geschokt.

Ik had de conferentie bijgewoond als plaatsvervangend algemeen secretaris van Abnaa al-Balad (Zonen [Kinderen] van het Land) – een politieke beweging die pleit voor de vorming van een seculiere staat in heel Palestina. Abnaa al-Balads revolutionaire vuur en de moed die zij  tegenover de Israelische politiek aan de dag legde door zich openlijk met de PLO te identificeren, inspireerde destijds honderden Palestijnse studenten aan Israelische universiteiten.

Anders dan de meeste politieke partijen, kwam Abnaa al-Balad met een krachtige afwijzing van ‘Oslo’ en zij verwierp dit akkoord als verraad aan de strijd van de Palestijnen. Kritische intellectuelen als Azmi Bishara, reageerden op soortgelijke wijze. De kritiek gaf aan dat het akkoord op ondemocratische manier tot stand was gekomen, en achter de rug om van het collectieve leiderschap, de PLO en het Palestijnse volk was ondertekend.

legitimering van het zionisme

Critici wezen erop dat op basis van dit akkoord de PLO de Staat Israel erkende, terwijl omgekeerd Israel de PLO wel erkende, maar niet het recht van het Palestijnse volk op een onafhankelijke staat. In het akkoord werd dan ook niet gesproken over de vorming van een onafhankelijke Palestijnse staat, noch over erkenning van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen en over onmiddellijke beëindiging van de joodse  nederzettingenpolitiek in de sinds 1967 bezette Palestijnse gebieden, als gevolg waarvan een apartheidssysteem van bantoestan-achtige aard was ontstaan.

Door bovendien de twee-statenoplossing te onderschrijven en zich in het geheel niet uit te laten over de rechten en de toekomst van Palestijnen in Israel, bestendigde ‘Oslo’ hun benarde situatie en inferieure status binnen de zelfverklaarde Joodse Staat. Het akkoord bestempelde de benarde situatie van deze gemeenschap van ruim een miljoen mensen tot een interne Israelische aangelegenheid. ‘Oslo’ legitimeerde tegelijk het zionisme.

Ironisch genoeg waren Palestijnen met het Israelische staatsburgerschap – voorheen door menig Palestijn als collaborateurs gezien – de eersten die op ‘Oslo’ reageerden door een nieuwe partij op te richten die de ideologische en politieke strijd tegen het zionisme hervatte. Balad (Land), dat als een coalitie van diverse partijen en academici begon, steunde een politiek programma dat bepleitte dat Israel een staat voor al zijn burgers zou worden, waarmee de partij het racistische karakter van die staat bekritiseerde.

Omdat wij ons bewust waren van de onmogelijkheid om volledige gelijkheid in Israel te bewerkstellingen zolang Israel een ‘Joodse Staat’ is, focusten degenen onder ons die Balad hadden opgericht zich op het constructief gebruik van de tegenstellingen die aan het zionisme inherent zijn. Wij deden dit door onder Palestijnse staatsburgers van Israel campagne te voeren, waarbij wij uitlegden dat stemmen op links-zionistische of centrum-zionistische partijen en het opgeven van hun nationale identiteit ons noch burgerrechten noch nationale collectieve rechten zou opleveren in termen van toegang tot de grond, het nationaal erfgoed en onafhankelijk onderwijs.

Dit nieuwe politieke discours werd vervolgens dominant onder Palestijnse partijen en het beperkte de culturele en politieke afbreuk die ‘Oslo’ in gang had gezet. De overgang van de ‘bevrijding van Palestina’ naar het idee van het omvormen van Israel in een democratische staat nam jaren van vergaderingen, discussies en seminars in beslag.

de eis van volledige gelijkheid 

Gegeven de Palestijnse, Arabische en internationale consensus inzake de vorming van een onafhankelijke Staat Palestina op de Westelijke Jordaanoever en in de Strook van Gaza, kunnen wij deze in ons nieuwe politieke programma niet negeren. Maar om onze visie van één staat in historisch Palestina overeind te houden, hebben wij tevens de programmatische eisen voor volledige gelijkheid en gelijkberechtiging en volledig burgerschap opgenomen. Wij wezen erop dat volledige gelijkheid alleen kon worden bereikt door de afschaffing van het ‘Joodse karakter’ van de staat Israel en door implementatie van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen.

De aanhoudend opruiende campagne van de Israelische regering, zionistische politieke partijen en personen – in combinatie met herhaalde pogingen om Balad en zijn toenmalige leider Azmi Bishara van Knesset-verkiezingen uit te sluiten – hebben de band tussen partij en kiezer eerder versterkt dan afgezwakt. Deze agressieve campagne – voortgestuwd door de claim dat de partij joden het recht op een eigen etnische staat ontzegde – maar ook de inspanningen van de partij om mensen te organiseren en hen te scholen, hebben bijgedragen aan het oprecht onderschrijven van gelijkheid, volledig staatsburgerschap en collectieve rechten door haar achterban.

Ondertussen zijn de tegenstellingen in Israel toegenomen, zoals zichtbaar is in discriminerende wetgeving, confiscatie van grond, sloop van woonhuizen en andere vormen van repressie, gericht tegen de Palestijnse minderheid in Israel en tegen bepaalde politieke bewegingen. In 2016 werd de Islamitische Beweging illegaal verklaard en er werd hardhandig tegen opgetreden. Rond dezelfde tijd waren de Israelische autoriteiten overgegaan tot massale arrestatie van Balad-leiders en Balad-activisten, onder wie ikzelf. Ik werd destijds elf dagen vastgehouden.

Een dergelijk repressief beleid heeft Palestijnse partijen en hun vermogen om hun achterban tegen Israelische onderdrukking te mobiliseren, verzwakt. De Palestijnen in Israel zijn zich ervan bewust geworden dat hun situatie niet veel verschilt van die van hun mede-Palestijnen in de bezette Palestijnse gebieden, omdat ook zij steeds sterker aan de koloniale onderdrukking door Israel zijn komen bloot te staan. Dat besef heeft onder alle Palestijnen een gevoel van urgentie veroorzaakt om gezamenlijk tegen het zionistische regime op te trekken.

nieuw paradigma

De afgelopen 15 jaar en in het bijzonder sinds de Tweede Intifada [vanaf 2000] is een nieuw paradigma in de maak. Terwijl het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) [een product van ‘Oslo’] de onderhandelingen met Israel voortzette en laatstgenoemde de twee-statenoplossing steeds verder om zeep hielp, kwamen er alternatieve grassroots-initiatieven tot stand, gericht op het herstel van het Palestijnse narratief.

Degenen achter dergelijke initiatieven – waaraan zonder een gemeenschappelijke politieke agenda wordt gewerkt door volkscommissies, activisten, voormalige politieke leiders en kritische academici en intellectuelen – vinden dat wij juist het tegenovergestelde van ‘Oslo’ moeten creëren en dat de Palestijnen zich moeten concentreren op 1948 – de wortel van het conflict. Zij zijn van mening dat ‘Oslo’ het Palestijnse volk politiek en geografisch heeft verdeeld, een vals bewustzijn heeft gecreëerd en de essentie van het conflict heeft verdraaid, door het in te perken tot een territoriaal, in plaats van een koloniaal conflict.

Centraal in dit debat staat de eis om de strijd te herdefiniëren als die tussen een gekoloniseerd volk en een apartheids-kolonisator, in plaats van tussen twee gelijke nationale bewegingen, of twee staten, waarvan er één fysiek niet bestaat. De recente aanvallen van de Amerikaanse president Donald Trump en de Israelische regering – vooral de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem en de invoering van de Wet op de Natiestaat waarin Israel wordt gedefinieerd als een Joodse Staat – hebben de illusie van de zogenaamde tweestaten-oplossing weggenomen. Evenals de mogelijkheid van gelijkheid en gelijkberechtiging voor de Palestijnen die over het Israelische staatsburgerschap beschikken, die de Nakba van 1948 hebben overleefd en niet verdreven zijn.

één democratische staat

Deze sombere ontwikkelingen bieden critici van het ‘Oslo’-paradigma en Palestijnen waar zij zich ook bevinden de mogelijkheid om een ​​alternatieve visie uit te werken, die is gebaseerd op het reconstrueren van het Palestijnse narratief. Om daarin met nadruk te stellen dat Palestijnen één volk zijn – historisch, cultureel en politiek; om de strijd te herformuleren als een antikoloniale; en om de oplossing van één democratische staat in heel historisch Palestina te onderschrijven. Volgens dit model kunnen Palestijnen – onder wie de vluchtelingen – en joodse Israeli’s binnen een democratisch bestel leven, dat is gebaseerd op gelijkheid en gelijkberechtiging en dat op de ruïnes van Israelische apartheid is gegrondvest.

Het debat over het verschuiven van het tweestaten-paradigma naar de éénstaat-oplossing en het creëren van een staat voor al zijn burgers, zal de komende jaren zeker aanzwellen. Binnen Balad is hierover al jaren een serieuze discussie gaande. De mogelijkheid om de Knesset-verkiezingen te boycotten, maakt deel uit van dit debat, vooral na het in werking stellen van de Wet op de Natiestaat.

Enkele antizionistische Israelische academici en Palestijnse intellectuelen uit de bezette Palestijnse gebieden zien een speciale rol weggelegd voor de Palestijnse staatsburgers van Israel bij de wederopbouw van het Palestijnse project vanuit een nieuwe visie, geïnspireerd op het egalitaire model van Zuid-Afrika.

Hoewel de huidige situatie in Palestina – 25 jaar na ‘Oslo’ – slechter is dan ooit, zal het Palestijnse volk zich niet gewonnen geven. Het weet zich gesteund door de rechtvaardigheid van zijn zaak, zijn aanwezigheid op zijn grond, terwijl Israel steeds sterker zijn agressieve, koloniale en immorele regime toont. Er is nog een lange weg te gaan, maar dit is de enige manier om bevrijding, rechtvaardigheid en een duurzame vrede in Palestina te bewerkstelligen.

Awad Abdelfattah is politiek commentator en de voormalige algemeen secretaris van Balad; hij is de coördinator van de One Democratic State Campaign in Haifa, die eind 2017 is opgestart 

www.middleeasteye.net/columns/quarter-century-antithesis-oslo-making-416212917