De Palestijnen boden geweldloos verzet. Israel richtte een bloedbad aan

Ongewapende demonstranten werden door de scherpschutters systematisch, precies en dodelijk getroffen

Sharif Abdel Kouddous

Gaza City – De kogels van scherpschutters komen niet snel achter elkaar. Het is geen spervuur ​​van kogels. Het gaat systematisch en met geduld, nauwkeurig. Een schot klinkt en iemand valt. Je wacht een paar minuten. Het vizier richt zich op het volgende doelwit. Nog een schot, een ander lichaam valt. Steeds weer. Het gaat uren door.

Zo schoot het Israelische leger op 14 mei meer dan 1350 Palestijnen in Gaza neer. Langzaam maar zeker.

Toen tenminste 60 mensen waren gedood en er meer dan 2700 gewonden waren, klonken ambtenaren van het Witte Huis 75 kilometer verderop in Jeruzalem met hun champagneglas met hun Israelische tegenhangers om de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade uit Tel Aviv te vieren. De meeste mensen in Gaza zijn nog nooit in Jeruzalem geweest. Zij kunnen er niet heen gaan. Zij kunnen nergens heen. Velen hebben hun hele leven daar doorgebracht, gevangen in de 25-mijl-lange enclave. Het is hen verboden om deze grenzen te overschrijden. Dus besloten zij naar de grens te lopen om te protesteren tegen het besluit van de Verenigde Staten over Jeruzalem, om hun recht op terugkeer te eisen, hun lichaam tegen hun opsluiting in te zetten.

De basisbeweging die de Grote Mars van de Terugkeer wordt genoemd, begon op 30 maart, de Dag van het Land in Palestina (een jaarlijkse herdenking voor zes Palestijnen, gedood door Israelische troepen tijdens demonstraties in 1976 over landonteigening). Het plan zat al maanden in het vat. Activisten, schrijvers en maatschappelijke groeperingen organiseerden zich allemaal rond het idee van een protest aan de grenzen van Gaza. De tactiek van het confronteren aan de grens is niet nieuw in Palestina. Er zijn in het verleden tal van acties geweest, maar dit was de eerste keer dat het verzet samensmolt tot een brede massabeweging.

‘Het idee van de Grote Mars van de Terugkeer was om samen iets te doen – dat iedereen samen naar ons land dat in 1948 bezet is, toe ging ’ zei Mohamed Sherafi, lid van Taqadomi (Progressieve Studenten Arbeidsfront. ‘Na lange tijd werden we het eens over de vorm die we nu hebben gevonden.’

Veertien comités organiseerden zich, bestaande uit een brede massa van de Palestijnse samenleving, waaronder jeugd- en vrouwengroepen, niet-gouvernementele organisaties, groepen juristen, vakbonden en culturele verenigingen. Hun inzet leidde tot de vorming van een Nationaal Comité voor de Grote Mars van de Terugkeer dat alle belangrijke politieke facties omvat, inclusief partijen zoals HAMAS, FATAH, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina (PFLP), Islamitische Jihad en andere die zich aansloten.

In de westerse media wordt Gaza meestal gelijkgesteld met HAMAS, waarbij de diversiteit en de politieke rijkdom van de Gaza Strook, het maatschappelijk middenveld en de grassroots-groepen, naar de achtergrond worden verwezen. Zo ook met de Terugkeermars: de protesten werden breed bestempeld als een HAMAS-operatie. Hoewel HAMAS de heersende macht in Gaza is en zijn deelname cruciaal was voor de mobilisatie en financiering, ontstond het concept voor de marsen buiten deze groep en werd het aangestuurd en geleid door alle sectoren van de samenleving.

‘HAMAS wordt helaas door een aantal partijen beschouwd als een terroristische organisatie, dus probeert Israel de marsen te koppelen aan HAMAS om deze beweging te demoniseren omdat ze vredig verlopen en populair zijn bij onze basis. ’ aldus Hazem Kassem, woordvoerder van HAMAS. ‘Iedereen doet mee. HAMAS doet mee, ondersteunt en mobiliseert.’ Na veel debat kwamen de organisatoren van de terugtochtmarsen belangrijke richtlijnen overeen over de tactiek: geen wapens, geen militaire uniformen, geen vlaggen van partijen – alleen de Palestijnse vlag. Mensen mochten proberen om de grensafrastering over te steken als zij dat zelf wilden.

‘Het doel hiervan is geen invasie. Wij willen uit deze gevangenis breken. Dit is ons recht. Dit is ons land,’ zegt Salah Abdel Aaty, een jurist en lid van het Nationaal Comité. Sinds HAMAS elf jaar geleden de controle over de Gaza-Strook overnam nadat het de democratische verkiezingen in 2006 won, heeft Israel Gaza een wrede blokkade opgelegd. Tijdens Israels verwoestende aanval op Gaza in 2014 was de belangrijkste eis van de inwoners van Gaza de opheffing van Israels blokkade. De levensomstandigheden zijn sindsdien gestaag verslechterd en behoren nu tot de slechtste ter wereld. Al in 2012 voorspelden de Verenigde Naties dat Gaza tegen 2020 ‘onleefbaar’ zou zijn.

Een nieuw rapport van de VN concludeerde vorig jaar dat de omstandigheden zelfs ‘verder en sneller’ verslechteren dan voorspeld. Een jaar geleden stelde PNA-president Mahmoud Abbas in een poging HAMAS te dwingen de macht aan het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) over te dragen, verdere sancties tegen Gaza in, waardoor de economische en humanitaire situatie nog ondraaglijker werd. En toch, terwijl de eisen van de Grote Mars van de Terugkeer over het opheffen van de belegering gaan, gaat het in de kern om meer: het recht op terugkeer, het recht van de Palestijnen om terug te gaan naar hun huis waaruit ze in 1948 met geweld zijn verdreven. Dit is de kern van de Palestijnse bevrijdingsstrijd. ‘Wij moeten de Palestijnse zaak terugeisen’, zegt Abdel Aaty. ‘Als Palestijnen worden we nu ongekend ernstig in onze nationale rechten bedreigd.’

Het besluit van president Donald Trump afgelopen december om Jeruzalem formeel als de hoofdstad van Israel te erkennen en om de Amerikaanse ambassade daarheen te verplaatsen, leek een eerste stap in de zogenaamde ‘deal van de eeuw’ om het Israelisch-Palestijnse conflict op te lossen. Verscheidene versies van dit plan waren al uitgelekt, maar alles wijst op een afstand doen van het recht op terugkeer en het creëren van een soort quasi-staat zonder zeggenschap voor de Palestijnen en zonder Oost-Jeruzalem als hoofdstad. ‘Als je Jeruzalem en de vluchtelingen van de onderhandelingstafel schuift, wat blijft er dan nog over? Niets. Dat is het, het hele streven naar autonomie is beëindigd ‘, zegt Monzer al-Hayak, de FATAH-vertegenwoordiger voor West-Gaza.

Soortgelijke voorstellen hebben in de afgelopen jaren de ronde gedaan maar deze keer is de binnenlandse en de regionale situatie ongekend verslechterd. Het Palestijnse leiderschap blijft sterk verdeeld en de laatste verzoeningspogingen tussen FATAH en HAMAS zijn mislukt. Naburige Arabische landen zoals Saoedi-Arabië en Egypte – ooit aanhangers van de Palestijnse strijd – staan nu meer op één lijn met Israel dan ooit tevoren. Deze politieke situatie bedreigt de kern van de Palestijnse zaak en was de aanleiding tot de Grote Mars van de Terugkeer-beweging in Gaza. ‘Gaza was in het verleden verantwoordelijk voor onze nationale strijd, ’ zegt Akram Attalah, columnist bij de in Ramallah gevestigde krant Al-Ayam. ‘Gaza verwelkomde Yasser Arafat; Gaza heeft FATAH, HAMAS, Islamitische Jihad en de Eerste Intifada voortgebracht. Dat is de rol van Gaza.’

30 maart was de eerste dag van de Grote Mars van de Terugkeer en de massamobilisatie ging door op elke volgende vrijdag met als hoogtepunt na bijna zeven weken de Mars op 14 mei, om de verplaatsing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem en tegelijk 15 mei te markeren, de 70e herdenking van Al-Nakba (de Catastrofe). Op 15 mei verwijzen de Palestijnen naar de gedwongen verdrijving uit hun thuisland en de stichting van de Staat Israel.

De opkomst op de eerste dag was enorm. ‘Toen wij op 30 maart begonnen, hadden we die aantallen niet verwacht,’ zei Iktimal Hamad, het hoofd van de vrouwencommissie. ‘Wij hadden het niet verwacht. Daarna hebben wij erop verder gebouwd.’ Tienduizenden kwamen naar vijf protestplaatsen langs het hek dat de Gaza-Strook van Israel scheidt [het is niet de grens; die is nooit afgebakend], één in elk van de gouvernementen van Gaza, over de hele lengte van de Strip, van noord naar zuid: Beit Hanoun, Gaza-Stad, al-Bureij, Khan Younis en Rafah. Tentenkampen werden opgezet met voedselwagentjes en boden plek aan Palestijnse kunst, muziek en cultureel erfgoed. De sfeer was feestelijk.

Jarenlang heeft Israel een bufferzone ingesteld van honderden meters breed langs de afbakening van de Gaza-Strook. Hier wordt regelmatig op boeren en bewoners in het gebied geschoten en meer land ingepikt van het toch al krappe gebied. Daarmee waren de tentenkampen in de bufferzone naast een protest ook een terugwinnen van het land. Dichter bij de frontlijn naderden mannen en vrouwen de afrastering.

Sommigen voorzien van katapulten en stenen, anderen met molotovcocktails, sommigen met niets meer dan het tonen van verzet. Er waren geen geweren, geen granaten, geen raketten. Gaten werden in de grond gegraven voor dekking en om gebruikte autobanden op te slaan. Jongemannen en jongens staken ze in brand, sprintten naar voren en sleepten het brandende rubber achter zich aan; eenmaal op zijn plaats hielpen de enorme zwarte rookpluimen het zicht van de scherpschutters te blokkeren. Papieren vliegers met brandende vodden en flessen, gevuld met benzine, werden vervaarlijk over de grens gegooid en af ​​en toe raakte Israels gewas in brand. Demonstranten haakten gebogen staven om het prikkeldraad bij het hek en trokken het steeds weer weg om de barrière weg te halen die hen in de weg stond. Ze deden dit op verschillende plekken van het hek om de Israelische troepen te verdelen. Zij plantten de Palestijnse vlag op het hek . Sommigen slaagden erin om het prikkeldraad door te snijden en even aan de andere kant te lopen en zeiden dat zij het recht op terugkeer ten uitvoer brachten voordat ze werden teruggedrongen. Anderen deden dit uit pure wanhoop. De meeste mensen stonden gewoon voor de grens. Duizenden naast elkaar, allemaal in dezelfde richting kijkend. Het antwoord bestond uit kogels. Langzaam en onophoudelijk.

Israelische scherpschutters schoten vanaf zandduinen op enkele meters afstand van het hek mensen naar believen neer. Tientallen werden geraakt, vervolgens honderden en vervolgens duizenden – bijna 6.500 sinds 30 maart.

Mensen werden overal neergeschoten. Ik zag dat een vrouw neergeschoten werd, toen zij dichtbij het prikkeldraad liep. Ik zag dat een tiener in de knie geschoten werd, terwijl hij een steen wegslingerde. Ik zag dat een man in de voet geschoten werd, terwijl hij ver – zo’n 200 meter – van het hek vandaan stond, weg van de rook en de chaos. Mensen die wel over het hek gingen, werden vaak op een bepaald moment doodgeschoten. Systematisch, met geduld en nauwkeurig.

Er was een constante stroom van bebloede lichamen die op brancards naar ambulances werd gedragen. Die stonden verder naar achteren geparkeerd. Sirenes loeiden onophoudelijk. Op 14 mei zette de Palestijnse Rode Halve Maan 58 ambulances in in Gaza. Dat was niet genoeg, dus gingen zij auto’s van de gemeente gebruiken om de gewonden weg te brengen.

Israelische soldaten gebruikten hoge-snelheidswapens, ontworpen om maximale schade aan te richten. Bovendien zeiden meerdere artsen in Gaza dat de kogels na inslag in het lichaam explodeerden. Amnesty International ontdekte dat sommige wonden ‘de kenmerken dragen van door de Verenigde Staten gefabriceerde M24 Remington-scherpschuttersgeweren die 7,62 mm jachtmunitie afschieten, die in het lichaam uiteenspat en zich verspreidt.’

De overgrote meerderheid van de schotwonden was aan de benen. In de orthopedische afdeling van het Al-Shifa Ziekenhuis klonken in de gang kreten van pijn. Jongemannen strompelden overal krimpend van de pijn op krukken. De meesten lagen op bedjes, hun verbrijzelde benen bij elkaar gehouden met staven en pennen die in ongemakkelijke hoeken uitstaken. Er waren bijna dertig amputaties.

‘De kogels laten vuistgrote gaten achter. Wij zien botten blootliggen, verscheurd zacht weefsel, ernstige schade aan de slagaders, spieren en pezen. Vaak zien we versplinterde  botten,’ verklaarde dr. Mohammed Abu Mughaiseeb, de woordvoerder van Artsen Zonder Grenzen. ‘Een groot deel van de gewonden zal zijn hele leven op een of andere manier gehandicapt blijven.’

Tijdens de Eerste Intifada, die duurde van december 1987 tot begin jaren negentig, braken soldaten de botten van stenen gooiende jongeren. Drie decennia later verminken zij de benen van Palestijnen die naar het hek lopen. ‘Je krijgt feitelijk een nieuwe generatie kreupelen,’ zei dr. Ghassan Abu-Sitta, van de in het Verenigd Koninkrijk gevestigde organisatie Medische Hulp voor Palestijnen (MAP).

Mensen die in de romp werden geschoten, overleefden het zelden. Degenen die in het hoofd geschoten werden, waren onmiddellijk dood. Naast de kogels was er het traangas. Het kwam op drie manieren. Meestal in meerdere ronden van vijf of zes granaten per keer, gevuurd vanaf lanceerinrichtingen die bovenop legerjeeps waren gemonteerd en bij de scherpschutters waren gestationeerd. Hun bereik was kort en de wind blies meestal naar het oosten. Meestal stuurde deze de gasgolven weg van de demonstranten en terug over de grens. De tweede manier was vanaf de meer traditionele draagbare lanceerinrichting, die een veel groter bereik heeft, maar slechts één granaat per keer afschiet. De derde manier was nieuw: een kleine drone vliegt over groepen mensen en laat zeven of acht granaten tegelijk direct op de mensen eronder vallen. Het Israelische leger heeft in Gaza afgelopen maart voor het eerst met deze technologie geëxperimenteerd. Twee weken voordat de Grote Mars van de Terugkeer begon. De bezette gebieden zijn al lange tijd een laboratorium voor het ‘live testen’ van Israelische wapens op de lichamen van Palestijnen.

Op 14 mei, de bloedigste dag in Gaza sinds de oorlog van 2014, kon het Al-Shifa Ziekenhuis het niet meer aan, niet opgewassen tegen de toestroom van honderden en honderden schotwonden. Een conciërge was continu bezig het bloed van de vloer te dweilen. ‘Ik werk hier al 17 jaar en ik heb nog nooit zo’n dag meegemaakt’, zei dr. Ali Ouda, een chirurg. De gewonden werden te snel weggestuurd om plaats te maken voor degenen die nog wachtten. Dertig patiënten wachtten op een operatie. Na elf jaar beleg kampt het ziekenhuis, dat met dramatisch grote tekorten worstelt, vooral met een tekort aan antibiotica, IV-vloeistoffen, verbanden, bedden en rolstoelen.

Op 15 mei, de herdenking van de Nakba, waren de bijeenkomsten aan de grens veel kleiner. Er werden begrafenissen gehouden in Gaza en de gewonden werden verzorgd. Het jongste slachtoffer was de acht maanden oude Laila al-Ghandour. Volgens twee familieleden droeg haar oom haar op honderd meter afstand van het hek toen een drone traangas overal om hen heen liet vallen. Laila werd blauw en stierf aan verstikking kort nadat zij met spoed naar het ziekenhuis was gebracht. De volgende dag heerste groot verdriet in het huis van de familie toen haar vader haar lichaampje in een Palestijnse vlag wikkelde. ‘ Waarom is de wereld stil? Waar wachten zij op? ‘ zei haar tante Wafaa al-Ghandour in tranen.

In een naburige wijk verzamelden een paar dozijn mensen zich op straat in een rouwtent met de familie van Yazan al-Tobasi. Yazan, de vierentwintigjarige vader van een kind van één, ging elke vrijdag naar de protesten. Zijn familie zei dat hij achter het hek stond, toen een scherpschutter hem in de ogen schoot en hem op slag doodde. ‘Hij ging gewoon om zichzelf te uiten. Hij gooide zelfs geen stenen, ‘zei zijn vader. ‘Hij wilde gewoon aan de wereld laten zien dat we rechten hebben.’ In totaal zijn er 112 Palestijnen gedood en er zijn meer dan 13.000 gewonden sinds de protesten op 30 maart begonnen.

bron: The Nation (Washington), May 17, 2018

Sharif Abdel Kouddous is an independent journalist based in Cairo. He is a Democracy Now! correspondent and a Puffin Fellow at The Nation Institute