Gaza – ‘de Grote Mars van de Terugkeer’

April 20, 2018 Gaza protest. Photo by Mohammed Asad

Robert Soeterik

In een recent interview met het Israelische dagblad Haaretz stelt de opperbevelhebber van de Israelische Strijdkrachten, luitenant-generaal Gabi Eisenkot, dat Israel anno 2018 van zijn buurlanden niet veel te vrezen heeft, ook niet van Iran, dat zich strikt houdt aan het in 2015 afgesloten nucleaire akkoord.

Zorgen maakt de generaal zich over de Palestijnen onder Israelische bezetting. De ‘complexe situatie’ kan volgens hem de komende maanden escaleren. Zo is er op 30 maart de herdenking van Yom al-Ard (Dag van het Land; een bloedbad in 1976), op 15 mei 70 jaar Nakba (de Catastrofe; de massale verdrijving van Palestijnen in 1948-1949) en de versnelde verplaatsing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem rond  laatstgenoemde datum.

Voortgaande kolonisatie van bezet Palestijns gebied, de aanhoudende blokkade van Gaza en recente ontwikkelingen rond Jeruzalem versterken de malaise.

Dit laatste verklaart waarom het initiatief van de in Gaza woonachtige Palestijnse journalist Ahmad Abu Artemah (34) zoveel weerklank heeft gevonden. Deze lanceerde in januari via facebook het idee van een geweldloze massa-actie langs het hek (dit is geen grens !) dat de Strook van Gaza van Palestina’48 (Israel) scheidt.

De actie kreeg de naam ‘de Grote Mars van de Terugkeer’ en zou zes weken duren – van 30 maart tot en met 15 mei. Men streefde naar 100.000 deelnemers (in de Strook van Gaza wonen twee miljoen Palestijnen). Centrale eis: uitvoering van het recht op terugkeer van de Palestijnse vluchtelingen van 1948 en later, plus hun nakomelingen (twee derde van de inwoners van Gaza heeft een achtergrond als vluchteling).

Het ging hier – veelzeggend voor de interne politieke verhoudingen – om een initiatief van buiten de gevestigde partijen – HAMAS inbegrepen, die het sinds 2007 in Gaza voor het zeggen heeft.

Om een campagne van deze omvang logistiek van de grond te tillen, zagen Artemah en de zijnen zich wel genoodzaakt om HAMAS om steun te vragen – zonder dat deze daarmee de zaak heeft overgenomen.

Sinds januari is er breed gemobiliseerd. Gevestigde partijen en civil society-organisaties namen onbevangen aan de voorbereidingen deel. Die egalitaire aanpak leidde ertoe dat toen de Mars op 30 maart feitelijk van start ging, er geen partijvlaggen waren te zien, alleen Palestijnse vlaggen.

Wat zijn de kansen op succes voor geweldloze massa-acties in de Palestijnse context ?

Deze speelt zich af in een klein, betrekkelijk gemakkelijk te controleren gebied: de Westelijke Jordaanoever (inclusief Oost-Jeruzalem) heeft de oppervlakte van de provincie Noord-Brabant, de Strook van Gaza 1,5 maal de oppervlakte van Texel. De kleine omvang van het gebied wordt gecompenseerd door een grote bevolkingsdichtheid: er wonen in totaal vijf miljoen Palestijnen. Israel houdt de bewoners van beide gebieden strikt van elkaar gescheiden. In 2005 heeft het weliswaar alle soldaten en kolonisten die er waren uit de Strook van Gaza teruggetrokken, maar het heeft zijn ijzeren greep op het gebied in stand gehouden, in de vorm van een land- zee- en luchtblokkade. De Westelijke Jordaanoever wordt van binnenuit volledig door de Israelische bezettingsmacht gecontroleerd – door het gebied in hoge mate te fragmenteren, door een administratieve herindeling, checkpoints en de aanleg van een gescheiden wegennet ten behoeve van de joodse kolonisten (inmiddels 650.000).

Op de Westelijke Jordaanoever voeren Palestijnen al jaren op meerdere plaatsen geweldloos actie tegen de Israelische bezettingsmacht (soldaten en joodse kolonisten). Zoals in het dorp Nabih Saleh dat in zijn bestaan bedreigd wordt door een naburige almaar expanderende joodse nederzetting. De lokale activiste Ahed Tamimi heeft er inmiddels naam gemaakt.

Het gaat hier om geïsoleerde acties. Pogingen tot coördinatie stuiten op concrete obstakels als gevolg van de fragmentatie van het gebied en op geweld van de alom aanwezige Israelische bezettingsmacht.

Op de Westelijke Jordaanoever is de coördinatie niet gekomen van de Palestijnse politieke elite – belichaamd in het Palestijns Nationaal Gezag (PNA) dat uit het Oslo-proces is voortgekomen – die in ruil voor donorgelden feitelijk onderaannemer van de Israelische bezettingsmacht is geworden. Dat die elite na 25 jaar ‘Oslo’ tegenover de eigen bevolking met lege handen is komen te staan, heeft vooralsnog niet geleid tot een fundamentele herziening van het gevoerde beleid. Zo wordt de gehate ‘veiligheidssamenwerking’ met Israel gewoon voortgezet. Sterker, geweldloze massa-actie tegen de Israelische bezettingsmacht wordt gevreesd, omdat deze zich ook tegen de PNA-elite kan keren.

De Israelische regering zal er ondertussen – net als in het verleden – niet voor terugdeinzen om geweldloze massa-actie met grof en langdurig geweld te beantwoorden. De afgelopen weken hebben wij gezien waartoe dat leidt. Scherpschutters schoten in de Strook van Gaza vanachter het hek tientallen Palestijnse demonstranten als konijnen af en verwondden vele honderden anderen (op facebook zijn juichkreten van soldaten te horen wanneer er ‘raak’ werd geschoten). Het levert beelden op die Israel zullen achtervolgen – net als die van de niet te blussen witte fosfor op burgerdoelen en van platgebombardeerde woonwijken in de Gaza-oorlogen van 2008-2014 – en dat zal de positie van Israel internationaal verder ondermijnen.

De Israelische mensenrechtenorganisatie B’Tselem riep de betrokken soldaten op de orders van hun commandanten niet op te volgen. Want het gaat hier om het gebruik van dodelijk geweld tegen ongewapende demonstranten – een schending van de Vierde Conventie van Genève en daarmee een oorlogsmisdaad.

Kopstukken van Israelische politieke partijen verdrongen elkaar in loftuitingen aan het adres van de strijdkrachten. Noemenswaardige protesten vanuit de Israelische samenleving – B’Tselem uitgezonderd – zijn er niet geweest.

Gegeven de machtsongelijkheid is in een situatie als deze druk van buitenaf van cruciaal belang.

Van de kant van Westerse en Arabische regeringen valt echter weinig te verwachten. Afgezien van woorden van afkeuring heeft men het gehouden bij de gebruikelijk oproep tot instelling van een onafhankelijk onderzoek naar het door Israel gebruikte geweld. Dat Israel een dergelijk onderzoek categorisch afwijst, hoeft niemand te verbazen. Ook niet dat Israel een eventueel onderzoek en vervolging door het Internationaal Strafhof (ICC) opnieuw zal weten af te wenden met een eigen ‘onderzoek waarmee het zichzelf schoonwast. Het recente verleden heeft geleerd dat degenen die in eerste instantie om een onderzoek hebben gevraagd, het er dan verder bij laten zitten.

In de VN-Veiligheidsraad blokkeerden de Verenigde Staten zoals gebruikelijk stappen om Israel ter verantwoording te roepen.

Kortom, Israel rekent erop dat het opnieuw met zijn geweld tegen Palestijnen wegkomt. Bereidheid om met de Palestijnen tot een vergelijk te komen, ontbreekt volledig. De overgrote meerderheid van de joodse Israeli’s schaart zich achter de aanpak van regering en leger.

Dit alles betekent dat de Palestijnen voor hun geweldloos verzet een zeer hoge prijs zullen betalen – een nog hogere dan de afgelopen weken al is gebeurd. Tot hoever zijn zij bereid te gaan ? Wellicht heel ver, blijkens interviews met jonge Palestijnse demonstranten: ‘Wij hebben niets meer te verliezen.’

Biedt geweldloze massa-actie ondanks al deze obstakels perspectief ? Een voorzichtig ‘ja’: het internet voorziet in mogelijkheden de territoriale fragmentatie te overstijgen; geweld tegen ongewapende demonstranten zal de positie van Israel internationaal verder ondermijnen; de civil society die ook de BDS-campagne draagt, zal de druk kunnen opvoeren; Israel kan de Palestijnen wel wegdenken, maar in Palestina – het gebied tussen de Middellandse Zee en de rivier de Jordaan – zijn zij in aantal gelijk aan de joodse Israeli’s; de PNA-elite loopt op zijn laatste benen.

De komende weken wordt duidelijk of de ‘complexe situatie’ zodanig is, dat de zaken rondom de eerdergenoemde data in een stroomversnelling raken. Opperbevelhebber Eisenkot sluit die mogelijkheid in ieder geval niet uit.

Robert Soeterik is voorzitter van het Nederlands Palestina Komitee

(te verschijnen in de Socialist)