Het verhaal van Gaza kan niet worden opgesloten

via The Great March of Return

Toine van Teeffelen

joop.nl  /  11 april 2018

‘De demonstranten geven ook een signaal af aan de Palestijnse politieke facties, met name Hamas en Fatah, die tot nu toe niet in staat bleken om nationale eenheid te verwezenlijken’

De gebeurtenissen in Gaza van de afgelopen weken zijn ook in Bethlehem het gesprek van de dag: de grote marsen, de doden en gewonden en ook de plannen voor de komende vrijdagen. Kennelijk is er elke vrijdag een ander thema. Zo is er misschien een ‘schoenenvrijdag’ waarop schoenen naar het Israelisch leger zullen worden gegooid. Het doet me een beetje denken aan de wekelijkse vrijdagdemonstraties tegen de Muur die jarenlang in het dorp Bil’in op de Westelijke Jordaanoever hebben plaatsgevonden. In bepaalde periodes werd elke week een ander thema uit het dagelijks leven gekozen.

Zo herinner ik me dat demonstranten blauwe Avatar-kleren droegen, uit de film, of zichzelf bij de Muur opsloten in een grote kooi met kinderspeelgoed, of ten tijde van World Cup wedstrijden gingen voetballen. Ooit vertelde een leider op een conferentie in Bethlehem dat demonstranten voor het leger zongen. Zulke acties zijn niet erg bekend maar wel belangrijk voor het collectieve geheugen dat aan de basis staat van geweldloze strategieën.

Frame

Voor zover het mogelijk is om de ontwikkelingen in Gaza vanuit de media en sociale media goed te volgen, lijkt het erop dat de energie in de demonstraties in Gaza er grotendeels een is van een geweldloze sociale beweging. Dit ondanks het frame van geweld (en terreur) dat door de Israelische regering en het leger erop wordt geplakt, dat ook in reportages en vooral in de koppen van internationale media wordt opgeroepen: ‘dodelijke protesten’, ‘het geweld’ of, nog meer misleidend, ‘dodelijke clashes’ – uitdrukkingen die het geweld vooral associëren met de demonstraties. Meer dan met de Israelische soldaten-scherpschutters die van een veilige afstand van honderden meters hun menselijke doelwitten uitkiezen, meestal buiten het zicht van fotografen en filmers. In de ‘grote mars van de terugkeer’, die ook een mars van vrijheid is, tonen de jongeren grote moed waar ze voor hun leven mogen vrezen.

Nathan Thrall, van de International Crisis Group, zei in de The New York Times dat ‘een groot aantal [demonstranten] uit eigen initiatief kwam. De mensen voelden niet dat zij bij een protestdemonstratie waren, het voelde aan als een soort viering.’ Een artikel van Amira Hass van de Israelische krant Haaretz beschrijft een feestelijke, civiele atmosfeer tijdens de eerste vrijdagsmars direct voordat doden en gewonden vallen. Tienduizenden demonstranten roepen slogans, zingen, of schreeuwen, om samen een menselijke stem te vormen.

Humanisering

Menselijkheid als boodschap. Een website uit Gaza met lopend nieuws over de demonstraties heet We Are Not Numbers. Tijdens de aanvallen op Gaza in 2014 wilde de Israelische mensenrechtenorganisatie B’Tselem spotjes op de Israelische radio brengen waarin dagelijks de namen van Palestijnse slachtoffers werden voorgelezen. De advertenties werden geweigerd, humanisering was te controversieel.

Maar terwijl gemeenschappen zoals in Gaza ongelukkig genoeg kunnen worden opgesloten, kan dat niet met hun verhaal. De huidige demonstranten willen het menselijke Palestijnse verhaal luid en duidelijk naar voren brengen. Zij maken daarbij gebruik van de Palestijnse politieke kalender die in de lente begint met de Dag van het Land (30 maart, protest tegen landonteigeningen), gevolgd door de Dag van de Gevangenen op 17 april, en dan de Nakba (Catastrofe) Dag op 15/16 mei wanneer de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen in 1948 uit hun vaderland wordt herdacht. Met hun marsen roepen de Palestijnen het verhaal van de terugkeer op, gebaseerd op het recht op terugkeer zoals dat in 1948 in resolutie 194 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd bekrachtigd en in het internationale recht nooit meer is herroepen. De demonstranten vergelijken hun vrijheidsmarsen met die van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging uit de jaren zestig van de vorige eeuw.

Wanhoop

Een groot deel van de motivatie van de demonstranten zal ongetwijfeld zijn gebaseerd op een gevoel van wanhoop als gevolg van de politieke marginalisering van de Palestijnse rechten na de verklaring van Trump over Jeruzalem als hoofdstad van Israel en de bereidheid van met name Saoedi-Arabië om daarin stilzwijgend mee te gaan. Maar de demonstranten geven ook een signaal af aan de Palestijnse politieke facties, met name Hamas en Fatah, die tot nu toe niet in staat bleken om nationale eenheid te verwezenlijken. De deelnemers en organisatoren komen van een breed scala van Palestijnse politieke partijen met veel deelnemers ook van buiten die partijen. Het lijkt erop dat de acties breed, nationaal geworteld zijn – de meest gedragen vlag is de nationale Palestijnse – ofschoon Hamas massaal aanwezig is en veel van de logistieke coördinatie voor zijn rekening neemt.

Zijn er nieuwe basisinitiatieven van Palestijnen op komst? Laatst, met de joodse Pasen, was er een kleinschalig initiatief hier op de Westelijke Jordaanoever, in Hebron, waar kleine Joodse nederzettingen verspreid liggen door de binnenstad, die het dagelijks leven danig in de war sturen. Dit initiatief leek voortgekomen uit een behoefte aan nieuwe paden, buiten de reguliere demonstraties. De Palestijnse Youth Against Settlements organiseerde een protestviering van het joodse Pasen samen met zo’n honderd joodse Israeli’s en bezoekers van de anti-bezettingsbeweging. Zij verwezen naar die andere vrijheidsmars, de Exodus uit het Bijbelse Egypte. Na afloop zei Youth Against Settlements op de joodse Paasdag volgend jaar graag duizend deelnemers in plaats van honderd te willen ontvangen. Ook dat bevrijdende verhaal, wereldwijd zo vaak gebruikt in onder meer burgerrechtenbewegingen of vakbondsstrijd, kan niet worden opgesloten.

Toine van Teeffelen is sociaal-antropoloog te Bethlehem