André Rieu – de violist/zakenman op tournee door Israel

Israel onderdrukt, berooft, marginaliseert en verdrijft. Onze regeringen treden daartegen niet op. Verontwaardigd en verontrust daarover is – nadat Palestijnen daartoe hadden opgeroepen – in de achterliggende jaren wereldwijd vanuit de civil society steun gegeven aan de zogeheten BDS-campagne (Boycot, Desinvesteren & Sancties) tegen Israel.

Aan de BDS-campagne ligt een bonafide politiek agenda ten grondslag, gebaseerd op het internationaal recht, waarbij gelijkheid en gelijkberechtiging tussen Palestijnen (in Palestina en daarbuiten) en joodse Israeli’s vooropstaat.

Consumenten kunnen Israelische producten en diensten boycotten, bedrijven en investeringsmaatschappijen kunnen desinvesteren, regeringen kunnen sancties instellen.

Onderdeel van de sanctie-dimensie is een culturele boycot van Israel. Door de jaren heen zijn kunstenaars aangesproken op hun verantwoordelijkheid om – door te weigeren in Israel op te treden – te helpen de druk op Israel op te bouwen om tot een vergelijk met de Palestijnen te komen op basis van de eerdergenoemde gelijkheid en gelijkberechtiging.

Wie kan – 70 jaar na de massale verdrijving van Palestijnen en 50 jaar na de bezetting en kolonisatie van de Palestijnse Gebieden – daarop tegen zijn c.q. weigeren aan BDS zijn of haar steun te geven ?

Deze week nog zijn aan de grens tussen Gaza en Israel 15 Palestijnse demonstranten door scherpschutters van het Israelische leger als konijnen afgeschoten en vele tientallen anderen gewond geraakt.

Met de BDS-campagne is er overigens niets nieuws onder de zon: in de laatste decennia van de vorige eeuw is onder meer door toedoen van BDS een eind gemaakt aan Apartheid-Zuid-Afrika. Die campagne vond uiteindelijk zeer brede steun binnen de Nederlandse bevolking.

André Rieu voelt zich kennelijk niet aangesproken door de oproep vanuit de BDS-beweging om van 3-5 april niet in Israel op te treden.

Desgevraagd, blijkt Israel voor Rieu een speciale betekenis te hebben ‘omdat mijn schoonvader Joods was’. Die overleefde de nazivervolging ‘dankzij een jonge vrouw die bij het verzet werkte’ die hem een onderduikadres bezorgde en met wie hij na de oorlog is getrouwd. ‘Mijn schoonmoeder heeft, naast mijn schoonvader, meer onderduikers gered. Die overleefden de oorlog en wonen nu in Israel.’ (Nieuw Israëlitisch Weekblad van 16 maart jl.)

Kortom, de Holocaust leefde in huize Rieu.

Om die reden is het hierna volgende extra verbijsterend:

Onder de kop ‘Het morele krediet van het joodse leed’ in De Groene Amsterdammer van 13 januari 1999 herinnerde de Utrechtse hoogleraar Geschiedenis Ido de Haan, die zich onder meer met de jodenvervolging heeft beziggehouden, ons aan een andere kant van de violist/zakenman Rieu. Hij schrijft het volgende:

Het ene ongeluk verbergt vaak een ander. De internationaal befaamde Nederlandse Stehgeiger [violist] André Rieu had zich onlangs voor twee miljoen een nep-Stradivarius in de maag laten splitsen. Het ding klonk goed en was oud, maar niettemin nep. Rieu wilde er dan ook van af. Samen met de veilingmeester bracht hij het verhaal in de wereld dat de viool had toebehoord aan een joodse familie en na 1945 door een vioolbouwer wederrechtelijk was doorverkocht. Rieu voelde zich daardoor bezwaard, te meer, zo zei hij, omdat zijn eigen vrouw joods was.

De opzet van de Nederlandse wals-koning werd doorzien en door de internationale vereniging van vioolbouwers als schandalige laster afgedaan. Dat maakt het achterliggende mechanisme niet minder interessant. Rieu voelde goed aan dat op dit moment een beroep op het leed van joden geld waard is.

Aan deze, door geldelijk gewin ingegeven morele misstap zullen Rieu en zijn Israelische gastheren niet graag herinnerd willen worden.

Want als het om Stehgeiger Rieu en zijn immer lachende Johann Strauss Orkest-leden gaat: het moet allemaal wel gezellig blijven.

U vraagt, wij draaien.

We see what we like, and we like what we see.

2 april 2018