Waarom steunt Israel de Koerdische afscheiding van Irak?

Lamis Andoni

Tot nu toe is Israel de enige staat die zich achter het Iraaks-Koerdische streven tot afscheiding van Irak geschaard heeft en zelfs de uitkomst heeft toegejuicht van het op 25 september gehouden referendum, waarbij ruim 90 procent van de Iraaks-Koerdische stemgerechtigden vóór afscheiding stemde. Israels enthousiasme voor Koerdische onafhankelijkheid heeft weinig te maken met compassie voor de Koerden, in Irak en elders, maar is ingegeven door geopolitieke belangen. In feite is het zeer ironisch dat Israel – een staat die gegrondvest is op en geschraagd wordt door een wrede militaire bezetting en apartheid – vrijheid voorstaat voor de Koerden of andere bevolkingsgroepen in de wereld.

Israel onthoudt het Palestijnse volk niet alleen zelfbeschikking, maar is ook recordhouder wat betreft actieve steun aan criminele junta’s in Centraal- en Zuid-Amerika en aan het voormalige Apartheidsregime in Zuid-Afrika. Ook heeft Israel in zijn geschiedenis nooit enige andere nationale bevrijdingsbeweging gesteund. Israels steun aan een onafhankelijke Koerdische staat is uitsluitend gemotiveerd door geopolitieke redenen. Israel wil niet alleen de invoer van olie uit de Koerdische Autonome Regio veiligstellen, maar – belangrijker nog – een pro-Israelische entiteit stichten die de Arabische Wereld dwars doorsnijdt.

Israel importeert thans 77 procent van zijn olie uit de Iraaks-Koerdische regio. Deze import is uiterst belangrijk voor de zionistische staat, aangezien deze geen toegang heeft tot de natuurlijke hulpbronnen van de olierijke Golfstaten. Israel denkt ook dat een onafhankelijke Koerdische staat een potentiële hefboom kan zijn tussen Iran, Syrië en Irak. De stichting van een onafhankelijke Koerdische staat in het Midden-Oosten past perfect in het Oded/Yion Plan uit 1982 voor het Midden-Oosten, waarin de opsplitsing van de Arabische Wereld langs etnische en sektarische lijnen wordt bepleit en zo de positie van Israel versterkt en zijn hegemonie vergroot.

Israels steun voor de Koerdische afscheiding van Irak voedt ook de Arabische verdenkingen dat een dergelijke zet een concrete stap zou zijn naar de [verdere] desintegratie van de Arabische Wereld, wat kan leiden tot meer opstanden en meer oorlogen.

Israel ziet de toekomstige Koerdische staat als een potentiële, non-Arabische bondgenoot in de regio – een bondgenoot die niet direct betrokken is bij het Palestijnse onafhankelijkheidsstreven. Vanaf zijn stichting in 1948 heeft Israel een strategie gevolgd van ‘alliantie van buitengrenzen’, bedacht door zijn eerste premier, David Ben Goerion, om de Israelische banden met niet-Arabische moslimstaten of bevolkingsgroepen in de regio te versterken, in een poging het isolement van de zionistische staat te doorbreken. In het kader van deze doctrine heeft Israel banden aangeknoopt met de Iraaks-Koerdische leider Mulla Mustafa Barzani, de vader van de huidige Koerdische president Masoud Barzani. In het verlengde daarvan heeft Barzani tweemaal Israel bezocht, in 1968 en opnieuw in 1973. Deze inspanningen van Israel hebben echter weinig opgeleverd. Er volgde geen steun van de Koerden voor Israel noch vijandigheid jegens de Palestijnen.

Het beeld van Israelische vlaggen bij het referendum in Iraaks-Koerdistan met slogans als ‘Wij zijn het tweede Israel’, suggereerde een wijziging van de Koerdische politieke cultuur en een breuk met het verleden, toen Koerdische strijders samen met leden van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) in de late jaren zestig in Libanon trainden en streden. Nadien is Israel erin geslaagd om met steun van Koerdische leiders als Masoud Barzani, te infiltreren in de Koerdische samenleving en een einde te maken aan het eens sterke Koerdische verbond met de Palestijnse zaak.

Ongetwijfeld hebben de tirannie van de Arabische staten en hun onvermogen om adequaat aan Koerdische rechten tegemoet te komen, nieuwe generaties Koerden in Arabische staten in de armen van Israel gedreven. Nadat in Irak sektarisch geweld uitbrak en Islamitische Staat Irak (IS) een campagne van terreur, verkrachting en andere gruweldaden startte, ontstond een nieuwe breuklijn tussen de Koerden en de rest van de Arabische Wereld. Maar de twee keerpunten in de Koerdisch-Arabische relaties waren enerzijds de in 1991 door het Westen opgelegde no-fly zone, die , anderzijds de door de Verenigde Staten geleide invasie en bezetting van Irak in 2003. Deze catastrofale invasie bracht een interne strijd teweeg, die de Koerden verder vervreemdden van de rest van het land en verhoogde Israelische aanwezigheid in de regio mogelijk maakte.

In zijn geuite enthousiaste steun voor Koerdische onafhankelijkheid heeft Israel openlijk geprobeerd overeenkomsten te leggen tussen de eigen geschiedenis en de Koerdische strijd voor een eigen staat. Daarmee heeft Israel gepoogd de parallellen tussen de Koerdische en Palestijnse strijd tegen kolonialisme en onderdrukking uit te wissen. Het nieuwe revisionistische verhaal is – in de woorden van de voormalige Likoed-minister Gideon Saar – dat de Koerden en de joden twee minderheden in het Midden-Oosten zijn, waarbij de joden een eigen staat hebben gerealiseerd en de Koerden niet. Hij zei: ‘De Koerden zijn altijd betrouwbare bondgenoten van Israel geweest en zullen dit altijd blijven, want zij vormen net als wij een minderheid in de regio.’

Een dergelijke interpretatie van de geschiedenis dient niet alleen de eigen doeleinden, maar geeft tevens een valse voorstelling van zaken. Koerden zijn een integraal en authentiek onderdeel van de regio en van de Arabische Wereld. Zij waren geen kolonisten en hebben niet met militaire middelen land onteigend of een volk van hun land verjaagd. Al is er altijd een joodse minderheid in historisch Palestina en de Arabische Wereld geweest, zionisme was geen deel van een inheemse beweging, maar is in Europa ontstaan. Het richtte zich op wat de ‘joodse kwestie’ werd genoemd, die in de eerste helft van de 20e eeuw is aangewakkerd door geïnstitutionaliseerde vervolgingen van en pogroms tegen joden door heel Europa. Zionisme had [en heeft] geen visie over hoe een einde te maken aan de discriminatie tegen Europese joden maar zette in op een koloniaal project, waarbij door geforceerde toe-eigening van grond en het verjagen van de bevolking van Palestina, een joods thuisland moest worden gesticht.

De Israelische poging om parallellen te trekken tussen zionisme en het lot van het Koerdische volk in zowel Iran, Turkije, Syrië als Irak is schaamteloze propaganda ter rechtvaardiging van zijn koloniale project, zijn bezetting van Palestina en voortdurende misdaden tegen de Palestijnen. De provocatieve foto’s en televisiebeelden van Israelische vlaggen in Erbil en Kirkoek – pijnlijk als zij voor ons zijn – mogen niet leiden tot de isolering of demonisering van de Koerden. Wij moeten de verantwoordelijkheid erkennen van zowel de Arabische staten als Iran en Turkije voor het historische onrecht dat Koerden is aangedaan. Argumenten dat Koerden een pion zijn in de handen van Israel en het Westen gaan voorbij aan het feit dat iedere vervolgde minderheid, ongeacht z’n etniciteit of godsdienst, een prooi kan worden voor buitenlandse invloeden en inmenging. Recht op zelfbeschikking kan haar niet ontzegd worden.

Arabieren staan nu voor het volgende dilemma: steun aan het Koerdische recht op zelfbeschikking – een onvervreemdbaar recht voor alle volken – en van verzet tegen de Israelische pogingen tot het verkrijgen van dominantie in Iraaks-Koerdistan. Er zijn geen makkelijke antwoorden, maar belangrijk is dat wij het Koerdische volk kenbaar maken dat wij achter zijn recht op zelfbeschikking staan door de banden tussen Koerdische en Arabische politieke partijen, burgermaatschappijen en intellectuelen te versterken. Wij kunnen ons geen breuk met Koerdistan veroorloven – moreel noch strategisch. Het is tijd dat wij een hand uitsteken en er zijn voor de Koerden. Wij moeten ervoor zorgen dat de Iraakse centrale regering, die tot nu toe in dezen haar werk bedroevend slecht heeft gedaan, niet probeert het Koerdische volk te onderdrukken en te bedwingen, maar met de Koerdische leiders onderhandelt op basis van gelijkheid en respect. Wij moeten – ongeacht van wat wij vinden van Masoud Barzani en zijn corruptie – nooit vergeten dat wij uitreiken naar het Koerdische volk. Tenslotte verschillen veel Arabische leiders niet van Barzani en diens tekortkomingen wissen het belang van het Koerdische volk in de regio niet uit. Koerden zijn een volk wiens cultuur de Arabische Wereld eeuwenlang heeft verrijkt.

Het is niet te laat een breuk tussen de Koerden en de Arabieren te voorkomen. Het is belangrijk dat de destructieve plannen van Israel voor de regio worden tegengegaan. De Koerden tot vijand maken van de Arabische Wereld, alleen maar omdat zij zelfbeschikking zoeken, is verkeerd en zal onszelf ondermijnen. Het is tijd dat wij niet langer de frase ‘Koerdistan is een tweede Israel’ herhalen, zelfs al zijn er Koerden die zich ervan hebben bediend. Koerdistan is niet een nieuw Israel en zal dat nooit worden.

Al-Jazeera (Doha), 7 oktober 2017

Lamis Andoni is een Amerikaans-Palestijnse politiek analist en commentator van kwesties die in Palestina en in het Midden-Oosten in het algemeen spelen

vertaling: Aleid Sevenster-Blink

uit: Soemoed – jaargang 45, nummer 6 (november-december 2017)