Rechts-Israel wil Ma’ale Adumim annexeren – na eerst bedoeïenen verdreven te hebben

Ma’ale Adumim – Het lijkt wel spitsuur op de ringweg van een wereldstad: net als elke ochtend van zondag tot en met donderdag staat er in de woestenij tussen Ma’ale Adumim en de controlepost aan de rand van Jeruzalem één ononderbroken rij auto’s.

‘Het kost vaak ruim een uur om de tien kilometer naar het centrum van de stad af te leggen’, zegt Shany Appelbaum met een glimlach.

Zij is binnenhuisarchitect, afkomstig uit Canada en heeft zich zes jaar geleden met haar partner en drie kinderen in deze ‘slaapstad’ ten oosten van Jeruzalem gevestigd. De joodse nederzetting, herkenbaar aan zijn rode daken, die de kale heuveltoppen bedekken, is in 1979 opgericht en heeft inmiddels 41.000 inwoners. Als je de gemeente mag geloven, gaat 70 procent van de actieve bevolking dagelijks voor werk of studie naar Jeruzalem. Net als de andere 130 joodse nederzettingen die – in weerwil van het internationaal recht – sinds de verovering in 1967 in bezet Palestijns gebied zijn gesticht, valt Ma’ale Adumim onder Israelisch civiel recht.

Na het voor de kolonistenbeweging spectaculaire succes, afgelopen maand, waarbij de ontruiming van de niet-erkende buitenpost Amona ondanks een gerechtelijk bevel van het Israelische Hooggerechtshof werd verhinderd, is Ma’ale Adumim het volgende doelwit van religieus rechts-Israel. Naftali Bennett, leider van HaBayit HaYehudi (Het Joodse Huis), heeft aangekondigd van plan te zijn ‘vóór eind januari een wetsontwerp in te dienen waarin de annexatie van deze nederzetting wordt geregeld. ‘Wij zitten daar nu al 50 jaar’, lichtte hij toe. Premier Benjamin Netanyahoe, voor wie het aanvaarden van een resolutie door VN-Veiligheidsraad op 23 december, waarin de kolonisatie werd veroordeeld, een klap in het gezicht was, haastte zich om van dit explosieve initiatief afstand te nemen. Maar de groeiende invloed van Het Joodse Huis binnen de regeringscoalitie, die blijkt uit het onlangs in eerste lezing aangenomen wetsvoorstel om enkele tientallen, zelfs voor de Israelische wet illegale voorposten te ‘legaliseren’, verontrust de Palestijnen en de internationale gemeenschap. ‘De annexatie van Ma’ale Adumim is lange tijd voor ondenkbaar gehouden, maar met de groei van rechts en de verkiezing van Donald Trump zijn wij nergens meer zeker van’, merkt de verantwoordelijke van een niet met name genoemde Europese NGO op. ‘Als dit wetsontwerp wordt aangenomen, zal het de twee staten-oplossing definitief blokkeren’, weet een verontruste woordvoerder van de Vertegenwoordiger van de Europese Unie in Jeruzalem te melden.

Al 20 jaar gevestigd in Ma’ale Adumim, krijgt Dalit Mor niet genoeg van het uitzicht vanuit de serre aangebouwd aan haar woonkamer. Rode daken, crèmekleurige heuvels en – ver weg – de voorste bergen van Jordanië. ‘Beantwoord ik eigenlijk wel aan het idee dat u hebt van kolonisten?, vraagt deze 40-jarige met haar grote bos rode haren een beetje aanstellerig. Eerlijk gezegd niet en dat is een van de voornaamste argumenten waar de voorvechters van annexatie mee zwaaien. Anders dan de meeste joodse nederzettingen in het hart van de Westelijke Jordaanoever, wordt Ma’ale Adumim niet voornamelijk bewoond door gelovigen die ervan overtuigd zijn dat zij, door dit land te bewonen, de wil van God vervullen, maar door de middenklasse die wordt aangetrokken door nog steeds betaalbare huizenprijzen. Voor de prijs van een driekamerappartement in Jeruzalem kan Dalit zich hier een tweemaal zo ruime maisonnette veroorloven. Zij stemt links, heeft naar eigen zeggen Palestijnse vrienden en ziet niet in waarom haar aanwezigheid hier een struikelblok voor de vrede zou vormen. ‘Deze plek was 40 jaar geleden woestijn’, verzekert zij mij en wijst naar de hellingen die nu beplant zijn met cipressen. ‘Geloof mij, ik zou niet kunnen leven met het idee dat ik iemands huis zou hebben gestolen. Maar hier doen wij niemand kwaad …

gedwongen verplaatsing van de bevolking
Op een naburige heuvel ziet Abu Imad, gezeten bij de houtkachel die zijn bescheiden tent verwarmt, de zaken anders. Deze woordvoerder van de bedoeïenengemeenschap Abu Nuwar, die uit 630 bewoners en ongeveer 2000 beesten bestaat, beschuldigt Israel ervan elke gelegenheid aan te grijpen om te proberen het kampement te verplaatsen ten gunste van Ma’ale Adumim. Zijn stam is afkomstig uit de Naqab (Negev) maar is daarvandaan verjaagd tijdens de Israelisch-Arabische oorlog van 1948. Sindsdien leidde zijn stam een nomadenbestaan tussen de woestijn van Judea en de heuvels van Al-Khalil (Hebron), totdat deze zich gedwongen zag een vaste verblijfplaats te zoeken naarmate de militaire bases, de wegen en de joodse nederzettingen de toegang tot de weidegronden steeds moeilijker maakte. ‘Wij zijn verschillende malen verplaatst ten behoeve van de uitbreiding van de nederzetting en de druk wordt steeds groter, vertelt Abu Imad ons. Begin 2016 zijn verscheidene woningen evenals een school-in-aanbouw, gefinancierd door Frankrijk, door het Israelische leger vernield, om de bedoeïenen onder druk te zetten om te vertrekken. Israel biedt zelfs geld aan en stelt voor om hen over te brengen naar een stuk grond gelegen op een steenworp afstand van de Palestijnse voorstad Abu Dis. Maar dat weigeren zij, omdat het onmogelijk is daar hun geiten te laten grazen en ook vanwege de aanwezigheid van een vuilstortplaats in de open lucht. Voormalig secretaris-generaal van de VN, Ban Ki-moon, stelde het ‘hervestigingsplan’ van Israel gelijk met een gedwongen verplaatsing van de bevolking. Het betreft hier ongeveer 9000 bedoeïenen, gevestigd langs de weg tussen Jeruzalem en Jericho. ‘Wij zijn niet gerust op de toekomst en rekenen volledig op de internationale gemeenschap om ons recht om hier te wonen, te beschermen, verzucht Abu Imad.

Vanuit zijn werkkamer, die uittorent boven Ma’ale Adumim, wuift burgemeester Benny Kashriel die bezwaren weg en ziet hij de toekomst zonnig tegemoet. De ontwikkeling van de nederzetting, zo verzekert hij ons, biedt iedereen voordelen, ook de bedoeïenen. ‘De meesten van hen hebben zich hier gevestigd om werk te vinden in onze industriezone, waar momenteel 4500 Palestijnse arbeiders werkzaam zijn, zo verzekert hij ons. Maar de uitbreiding van de nederzetting op een groot stuk grond – E1 genaamd – die al in 1995 gepland was door toenmalig premier Yitzhak Rabin, wordt al bijna tien jaar tegengehouden onder druk van de Verenigde Staten. De internationale gemeenschap is van mening dat deze duizenden wooneenheden omvattende bouwplannen tot gevolg zullen hebben dat de territoriale continuïteit tussen het zuidelijk en het noordelijk deel van de Westelijke Jordaanoever wordt doorkruist en de Palestijnse wijken van Oost-Jeruzalem van de toekomstige Palestijnse staat worden afgesneden, doordat zij door joodse nederzettingen ingesloten worden. Er wordt gezegd dat de twee staten-oplossing dit niet zal overleven. Maar dat behoort duidelijk tot de minste zorgen van Kashriel, die zich er vooral druk om maakt dat zijn ingeschrevenen dezelfde rechten verkrijgen als de Israeli’s aan de andere kant van de zogeheten Groene Lijn [de bestandslijn van 1948-1949]. ‘Alles is hier gecompliceerd, klaagt deze afgevaardigde van de Likoed. ‘De bouwactiviteiten zijn sinds 2009 bevroren en de prijzen van onroerend goed evenaren die van Jeruzalem. De inkomsten van de gemeente zijn beperkt tengevolge van de militaire bezetting, die het niet toestaat om belasting te heffen op legerbases en openbare gebouwen. Maar wij hopen dat de situatie na de verkiezing van Donald Trump eindelijk gaat veranderen…

eerder voorstad dan joodse nederzetting
Het plan om Ma’ale Adumim te annexeren, dat de afgelopen weken ter tafel is gekomen, is een lang gekoesterd ideaal van rechts-Israel. Maar het onderwerp als zodanig lijkt het politieke landschap niet echt te verdelen. ‘Uiteindelijk twijfelt niemand eraan dat deze nederzetting Israelisch zal blijven, ook in het geval van een vredesakkoord waarbij een Palestijnse staat gesticht wordt’, bevestigt Gershon Lokay, leider van de Zionistische Unie (Arbeidspartij en HaTnua) in de nederzetting. Hij brengt in herinnering dat Palestijnse functionarissen die deelnamen in 2003 aan het Initiatief van Genève, hadden geaccepteerd dat de grenzen van de joodse staat Ma’ale Adumim zouden omvatten, in ruil voor een even groot stuk grond in Israel. Maar hij vergeet erbij te zeggen dat deze tekst uitging van de nederzetting in haar toenmalige omvang van minder dan 1000 hectaren en niet van de huidige bestuurlijke grenzen waarbinnen de burgemeester de bouwactiviteiten wil hervatten en die nu een gebied omvatten dat vijfmaal zo groot is. ‘Door hier te wonen ben ik misschien wat naar rechts opgeschoven, zegt Lokay met een glimlach. Vroeger weigerde hij zelfs een bezoek te brengen aan een neef van hem, die zich in Ma’ale Adumim gevestigd had, maar uiteindelijk zag hij zich ook zelf gedwongen de Groene Lijn over te steken, op zoek naar betaalbare huisvesting.

Dertig jaar later voelt Lokay zich in deze slaapstad geen kolonist maar bewoner van een voorstad, die voorzien is van een winkelcentrum, een grote evenementenhal en een voetbalteam, dat tot groot verdriet van de Palestijnen meedingt naar het kampioenschap van Israel. Ongeveer twee maanden geleden klopten kinderen van het naburige bedoeïenendorp Jabal al-Baba bij de nederzetting aan, omdat zij óók wilden trainen in het stadion van de gemeente. ‘Zij werden onmiddellijk weggestuurd, bevestigt Atala Jahalin, die zich sterk betrokken voelt bij de weerbaarheid van zijn gemeenschap sinds hij op 12-jarige leeftijd de eerste huizen van Ma’ale Adumim uit de grond zag verrijzen. ‘Iedereen die hier woont, voelt zich er een beetje ongemakkelijk bij’, verontschuldigt Appelbaum zich. Zij zegt te dromen van een harmonieuze co-existentie met de Palestijnen, maar kan zich niet voorstellen dat Israel op een dag de nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever zal ontruimen. ‘Het gevaar van de annexatie van Ma’ale Adumim schuilt niet zozeer in de feiten op de grond, als wel in de symbolische betekenis daarvan, vat Hagit Ofran van de beweging Vrede Nu samen. ‘Op de dag dat de annexatie een feit zal zijn, geeft de regering een duidelijke boodschap af, dat zij géén Palestijnse staat wenst. Dat zal dan – 20 jaar na de Oslo-Akkoorden – een einde aan de twijfel en het begin van een conflict vormen.’

C.L. –  januari 2017